Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting KTF1; alle leerdoelen & vragen over de stof (KERN & AFP)

Beoordeling
2.0
(1)
Verkocht
1
Pagina's
20
Geüpload op
18-11-2019
Geschreven in
2019/2020

in dit document staan alle leerdoelen van de eerste periode kern a/c en AFP. Bij de stof/ uitwerking van de leerdoelen zijn een hoop vragen gemaakt die je kunnen helpen voor de toets. leerjaar 1; periode 1.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

AFP
Les Leerdoelen
1 1. verwoordt welke deelvaardigheden nodig zijn voor een verantwoorde klinische
redenatie.
2. laat zien welke leermiddelen mogelijk gebruikt kunnen worden binnen de
lessen AFP.
3. benoemt de relatie tussen klinisch redeneren en methodisch handelen.
4. is zich bewust van de relatie tussen kennis van biomedisch domein en het
klinische besluitvormingsproces.
2 1. heeft kennis en maakt gebruik van medische terminologie;
2. kent de normaalwaarden van relevante basisparameters;
3. selecteert relevante observatieparameters aan de hand van aangeboden
casus
4. relateert observatieparameters aan orgaanfuncties;
5. kent de redeneerhulpmiddelen ABCDE, (M)EWS, SBAR en DENWIS.
3 1. herkent de principes osmose, diffusie, filtratie en actief transport en weet waar
deze in het lichaam worden toegepast;
2. legt de begrippen intracellulair, intercellulair en extracellulair uit;
3. beschrijft het transport van voedingsstoffen en afvalstoffen;
4. legt de begrippen colloïd osmotische druk en kristalloïd osmotische druk uit en
benoemt de functie hiervan;
5. interpreteert de veranderingen in filtratiedruk en colloïd osmotische druk bij
een patiënt;
6. geeft uitleg over perifeer oedeem.
4 1. benoemt de vijf belangrijkste weefseltypen in het lichaam;
2. legt de functies, eigenschappen en uiterlijke kenmerken van deze
weefseltypen uit;
3. herkent deze weefseltypen in het lichaam
5 1. benoemt de uitvoering van de controles van de meest belangrijke parameters
van de vitale systemen en kent de normaalwaarden.
2. maakt een inschatting per afwijkende parameter welke actie er gedaan moet
worden en of er een arts ingeschakeld moet worden.
3. combineert verschillende parameters tot een verpleegkundige werkdiagnose
6 1. legt uit wat farmacologie is;
2. legt uit hoe de verschillende medicijnen worden ingedeeld;
3. legt uit wat het lichaam doet met geneesmiddelen;
4. legt uit hoe geneesmiddelen werken op het lichaam.
7 1. benoemt de verschillende bloedcellen en hun functies en eigenschappen;
2. benoemt de verhouding bloedcellen en plasma/serum;
3. benoemt de verschillende stappen van de stollingscascade;
4. benoemt de verschillende onderdelen en de functie van het lymfestelsel.
8 1. past kennis over bloedcellen toe om gegevens uit patiënte casussen te
interpreteren.
2. gebruikt gegevens uit verschillende ziektebeelden om verpleegkundige doelen
en acties te bepalen.
3. stelt prioriteiten in verpleegkundige handelingen en een brengt volgorde aan in
deze handelingen.
9 1. beschrijft de anatomie van het hart;
2. legt het verschil uit tussen de grote en de kleine circulatie;
3. benoemt de verschillen tussen arteriën en venen;

, 4. legt de begrippen preload, afterload, cardiac output, slagvolume,
windketelfunctie, bloeddruk, compliantie en viscositeit uit;
5. legt de Frank-Starling curve uit.
10 1. beschrijft de normale elektrofysiologie van de hartspier;
2. legt een relatie tussen het prikkelgeleidingssysteem en de cardiac output;
3. benoemt de invloed van het autonoom zenuwstelsel op de hartfunctie;
4. herkent de meest voorkomende hartritmestoornissen op een ECG
(bradycardie, sinustachycardie, atriumfibrilleren, ventrikelfibrilleren, AV-blok).
11 1. maakt onderscheid tussen interne en externe respiratie;
2. legt uit wat een acuut coronair syndroom inhoudt;
3. past zijn kennis toe op verschillende casus;
4. beschrijft verpleegkundige aandachtspunten bij een zorgvrager met een acuut
coronair syndroom.
12 1. legt uit wat hypertensie is;
2. benoemt de verschillende groepen antihypertensiva en legt de
werkingsprincipes uit;
3. past zijn kennis toe op verschillende casus;
4. beschrijft verpleegkundige aandachtspunten bij een zorgvrager met
hypertensie.
13 1. legt uit wat decompensatio cordis is;
2. legt het verschil uit tussen links- en rechts decompensatio cordis;
3. past zijn kennis toe op verschillende casus;
4. beschrijft verpleegkundige aandachtspunten bij een zorgvrager met
decompensatio cordis.
14 1. onderscheidt fasen in ernst van hartfalen;
2. overziet problemen in de ADL bij een patiënt met hartfalen;
3. schetst een overzicht in de multidisciplinaire aanpak van hartfalen.
15 1. Presenteert samen met zijn/haar groepsgenoten hun uitwerking van
verpleegkundig redeneren in de context.
2. onderbouwt de manier van observeren en redeneren binnen hun
gepresenteerde context.
3. verwerkt de verworven inzichten van hun collega studenten en kan de
overeenkomsten en verschillende benaderingswijzen duiden.

, Kern
Les Leerdoelen
1a 1. beschrijft de eigen visie op gezondheid en gezondheidszorg vanuit eigen
ervaringen en ideeën
2. Legt in eigen woorden de begrippen holistische zorg, zelfmanagement en
zelfredzaamheid uit
3. Legt in eigen woorden de zes dimensies van positieve gezondheid uit
4. Onderscheidt in grote lijnen de verschillende levensfasen op basis van de
kenmerken en patronen
1b 1. vertelt in eigen woorden wat de doelstelling van dit project is.
2. legt aan een medestudent uit op welke wijze dit project getoetst wordt en wat
de beoordelingscriteria zijn.
3. kan in eigen woorden de verpleegkundige werkvelden AGZ, MGZ, GGZ, VGZ
uitleggen
4. kan het belang van het gebruik van APA richtlijnen uitleggen en weet deze
richtlijnen te vinden en te gebruiken
1c 1. legt in eigen woorden de achtergrond en noodzaak van EBP uit.
2. Kan het verschil tussen een visie, theorie, concept, model, raamwerk en
methode uitleggen
3. geeft voorbeelden van leefstijl-/risicofactoren (persoons-/omgevings- en
maatschappelijk gebonden factoren t.a.v. gezondheid)
4. legt in eigen woorden uit hoe een verpleegkundige een professionele relatie
aangaat met een zorgvrager.
2a 1. Beschrijft de risico’s van onveilig seksueel gedrag
2. Beschrijft de 5 meest voorkomende soa’s (oorzaak/verschijnselen/behandeling
3. Kan aan de hand van de schrijf van vijf de algemene richtlijnen gezonde
voeding uitleggen
4. Kan het belang van de verschillende voedingsstoffen uitleggen
5. Legt de invloed van eigen eetgewoonten en leefstijl op de gezondheid uit
6. plaatst de onderdelen van het verpleegkundig proces (anamnese, diagnose,
resultaten, interventies, evaluatie) in de juiste volgorde.
2b 1. Neemt kennis van de diverse werkvelden van de verpleegkundige en brengt
deze ten aanzien van het toegewezen werkveld in beeld.
2. neemt kennis van de 7 CanMEDS-rollen en verdiept zich in 4 van de 7 rollen
3. herkent en beschrijft hoe deze 4 in het toegewezen werkveld tot uiting komen.
4. Kan de verschillen tussen intra-, extra-, semi- en transmurale zorg uitleggen.
5. illustreert de indeling van de gezondheidszorg in de vier echelons( nulde,
eerste, tweede en derdelijns gezondheidszorg).
6. demonstreert presentatievaardigheden.
2c 1. Kan op hoofdlijnen de embryonale groei t.a.v. orgaanontwikkeling per
trimester uitleggen
2. geeft vijf voorbeelden van leefstijl- en/of risicofactoren die invloed kunnen
hebben op de gezondheid van het ongeboren kind en de moeder.
3. schetst meerdere voorbeelden van gebruiken en rituelen van zwangere
zorgvragers met een andere culturele achtergrond dan de eigen culturele
achtergrond.
3a 1. kan de lichamelijke ontwikkeling van een kind beschrijven a.d.h.v. het Van
Wiechenschema
2. kan de cognitieve ontwikkeling van een kind tot 5 jaar onderscheiden aan de
hand van de ontwikkelfasen van Piaget

, 3. Kan de ontwikkeling van een kind tot 5 jaar onderscheiden aan de hand van
de ontwikkelfasen van Erikson
4. beschrijft op hoofdlijnen de taalontwikkeling van een kind van nul tot en met
vijf jaar en relateert deze aan het gesprek met het kind.
5. Benoemt de rol van het consultatiebureau in de ontwikkeling van het kind
3b 1. legt uit wat het begrip positieve gezondheid inhoudt en wat dit betekent voor
het verpleegkundig beroep.
2. beschrijft de taakinhoud van de verpleegkundige in relatie tot enkele
dimensies van positieve gezondheid.
3. neemt kennis van de 3 overige CanMEDS-rollen: herkent en beschrijft hoe
deze in het toegewezen werkveld tot uiting komen.
4. Kan het niveau van zorgverleners gekoppelt aan de NLQF-niveaus uitleggen
5. Kan het functie-/beroepenhuis van de verpleging uitleggen
6. vertaalt een informatiebehoefte in een beantwoordbare vraag.
7. Bepaalt een zoekstrategie met behulp van een officiële
databank/zoekmachine
8. Selecteert en beoordeelt de kwaliteit van informatie op grond van titel en
abstract
3c 1. herkent kwetsbare groepen in de leeftijdscategorie nul tot en met vijf jaar.
2. beschrijft de risicofactoren in relatie tot opvoeding en hechting bij het
opgroeien van een kind van nul tot en met vijf jaar
3. herkent de anamnesefase van het verpleegkundig proces, legt deze in eigen
woorden uit en past de elf gezondheidspatronen van M. Gordon toe op een
papieren casus
4a 1. Heeft kennis van de screeningsmethoden: van Wiechenschema en Hielprik en
periodiek gezondheidsonderzoek
2. herkent de ontwikkeling van het schoolkind (zes tot twaalf jaar) met betrekking
tot de mentale functies, met behulp van de theorie van Jean Piaget (cognitieve
ontwikkeling) en Erik Erikson (levensfasen).
3. brengt de mentale ontwikkeling (cognitieve) van het schoolkind in verband met
de lichamelijke ontwikkeling, de motorische ontwikkeling, de sociaalemotionele
ontwikkeling en de spraak- taalontwikkeling.
4. benoemt de rechten van het kind van het kinderrechtenverdrag van de
Verenigde Naties
5. Kan in eigen woorden de werkwijze van de meldcode kindermishandeling
uitleggen.
4b 1. geeft feedback volgens de feedbackregels. (Projectvaardigheden)
2. schetst het beeld van het imago van de verpleegkundige.
3. brengt in een subgroep de geschiedenis van de verpleegkunde in beeld,
gericht op een van de subonderdelen. Subonderdelen zijn: het beroep van de
verpleegkundige; intramurale algemene gezondheidszorg; thuiszorg en
wijkverpleging; hygiene binnen de medische en verpleegkundige zorg; de
geestelijke gezondheidszorg
4. formuleert het belang van het beroepsprofiel en het werk van de
beroepsverenigingen.
4c 1. beschrijft de oorzaken en gevolgen van pesten, overgewicht, gameverslaving,
kindermishandeling en de aandachtstoornissen ADHD en ADD.
2. benoemt welke leefstijl- en risicofactoren invloed hebben op de zes pijlers
dimensies van positieve gezondheid van het schoolkind.
3. benoemt de kinderziekten uit het rijksvaccinatieprogramma en de hieraan
gerelateerde preventieve maatregelen.

, 4. Beschrijft de ‘kinderziekten met vlekjes’ die niet in het
rijksvaccinatieprogramma zitten
5. beschrijft aan de hand van observatie de kenmerken van kinderen tussen zes
en twaalf jaar
6. geeft feedback volgens de regels van feedback.
5a 1. Kan de behoefte-Pyramide van Maslow toelichten vanuit verpleegkundig
perspectief.
2. Kan de ontwikkeling van de puber en adolescent onderscheiden aan de hand
van de ontwikkelfasen van Erikson.
3. Beschrijft de lichamelijke ontwikkeling van de puber en adolescent.
4. Benoemt leefstijl- en risicofactoren horend bij de fase van puberteit en
adolescentie.
5. Legt de relatie uit tussen de veranderingen in de puberteit/adolescentie en de
zes dimensies van positieve gezondheid.
6. Toont aan in staat te zijn de gevolgen van risicofactoren in de
adolescentiefase in te schatten en relateert dit aan zijn/haar eigen ervaringen.
5b 1. geeft feedback volgens de feedbackregels. (Peerfeedback op product)
2. rapporteert over zijn/haar kennismaking met brancheorganisaties zorg,
onderzoeks- en kenniscentra en de overheid.
3. Kan het belang verwoorden van een beroepsprofiel en beroepsvereniging
4. Presenteert historische en actuele ontwikkelingen van het verpleegkundig
beroep en verwoord zijn/haar mening omtrent de toekomst van het
verpleegkundige beroep in het algemeen en voor het toegewezen werkveld in
het bijzonder
5c 1. Geeft weer welke problemen er kunnen ontstaan rondom de jongere in de
adolescentiefase.
2. Benoemt preventie- en screeningsmethoden ten behoeve van problematiek in
de puberteit en adolescentie.
3. Past de 11 gezondheidspatronen van Gordon toe op de KBS
4. Kan verbanden leggen tussen de 11 gezondheidspatronen van Gordon en de
6 dimensies van positieve gezondheid.
6a 1. Herkent leefstijlfactoren en daaraan gerelateerde risicofactoren ten aanzien
van gezondheid bij een volwassene.
2. Beschrijft het begrip gezondheidsbevordering en benoemt gezondheid
bevorderende en beleid bepalende organisaties in Nederland.
3. Herkent het belang voor het bevorderen van de gezondheid van de algehele
bevolking.
6b 1. duidt het belang aan van de beroepscode
2. Kan de ethische beginselen voor de invulling van de CanMEDS-rollen vanuit
de beroepscode benoemen
3. illustreert de ontwikkeling van verzorgingsstaat tot participatiemaatschappij.
4. hanteert APA richtlijnen en heeft kennis rondom hulpmiddelen om
literatuurverwijzingen bij te houden in teksten.
6c 1. Herkent factoren die volwassenen stress kunnen geven ( zogenaamde
stresserende factoren) en legt een relatie met gezondheidsklachten.
2. Beschrijft verschillen en overeenkomsten tussen acute en chronische stress.
3. Beschrijft de functies van de beroepscode en de wet- en regelgeving voor
verpleegkundigen.
4. Onderscheidt de belangen van zorgvrager en zorgverlener met betrekking tot
de wet BIG.
5. Benoemt de voorbehouden handelingen en beschrijft het onderscheid tussen

, de voorbehouden, niet-voorbehouden en risicovolle medische handelingen.
6. Legt de begrippen kaderwet en kwaliteitswet uit.
7a 1. Beschrijft de doelstelling van het Veiligheid Management Systeem aan de
hand van voorbeelden
2. Herkent leefstijl- en daaraan gerelateerde risicofactoren en gevolgen t.a.v.
gezondheid bij een oudere (65+).
3. Beschrijft preventieve maatregelen om kwetsbaarheid te verminderen voor
mensen van 65 jaar en ouder, gerelateerd aan VMS.
4. Beschrijft het belang van infectiepreventie bij ouderen (65+).
5. Legt een relatie tussen wilsonbekwaam en de Wet Geneeskundige
Behandeling Overeenkomst
7b 1. demonstreert presentatievaardigheden
2. kan medestudenten uitleggen welke ontwikkelingen van invloed zijn op de
verpleegkundige beroepsuitoefening binnen het toegewezen werkveld
kan de verpleegkundige beroepsuitoefening onderscheiden in diverse
werkvelden
3. wisselt de in KERN B behandelde concepten uit met medestudenten
7c 1. Verklaart het begrip eenzaamheid en benoemt signalen van eenzaamheid bij
ouderen (65+).
2. Benoemt preventieve maatregelen tegen hart en vaatziekten en maakt een
onderscheid tussen primaire-, secundaire- en tertiaire preventie.
3. Legt verbanden tussen de begrippen eenzaamheid, hart & vaatziekten,
gezondheid en preventieve maatregelen.
8a 1. Onderkent de verschillen tussen de verzorgingsstaat en
participatiemaatschappij.
2. Beschrijft, beeldt uit en interpreteert de betekenis van de term 'kwaliteit van
leven' en ‘kwaliteit van zorg’.
3. Relateert spiritualiteit of levensovertuigingen aan de kwaliteit van leven.
4. Signaleert factoren die de kwaliteit van leven in de weg staan in de
zorgverlening (remmende factoren vanuit de zorgverlening).
5. Formuleert ten aanzien van de gehele leerstof van leerperiode 1 onderdelen a
en c 5 vragen met antwoorden.
8b 1. formuleert en ontvangt feedback volgens de feedbackregels.
2. neemt actief deel aan de blokevaluatie van KERN B
8c 1. Legt in eigen woorden de begrippen palliatie, palliatieve zorg, palliatieve
sedatie, versterven en euthanasie uit en benoemt de verschillen.
2. Formuleert het handelen van de verpleegkundige binnen de wettelijke kaders
rondom palliatie en euthanasie.
3. Geeft feedback volgens de regels van feedback.
4. Evalueert leerperiode 1 samen met de docent en de groep


Laatste les

- Leg uit hoe het bloed door het hart stroomt met de aders en slagaders op de goede
volgorde.
- Noem het verschil tussen de kleine en de grote bloedsomloop.
- Hoe heet de klep tussen het linker atrium en linker ventrikel?
- Welke 4 kleppen heb je in het hart en waar zitten deze?
- Wat is de windketelfunctie?

, - Vasoconstrictie zal eerder een verhogend effect hebben dan een verlagend effect = waar
- Hartminuutvolume = hartfrequentie x slagvolume
- Is je hartminuutvolume aan de linkerkant ventrikel hoger dan aan de rechterkant ventrikel?
Nee
- Wat zijn de stappen van de farmacokinetiek; absorptie, distributie, metabolisme, eliminatie
- Hoe komen medicijnen in je lichaam; lokaal, enteraal, parenteraal
- Wanneer pas je welk ding toe (ABCDE, MEWS, DENWIS, etc)
- 4 F’s = flight freeze fight faint
- PH lichaam is 7,35-7,45



Vragen gemaakt van de lessen/voorbereiding AFP;

Les 1;

Wat houdt klinisch redeneren in? Dit is de vaardigheid om eigen observaties en
interpretaties te koppelen aan medische kennis
(AFP)
Wat is een hetero anamnese? Anamnese = gegevens verzamelen. Dit is dan
dus gegevens verzamelen bij omstanders.
Wat zijn parameters? Getallen
Wat is methodisch handelen? Handelen volgens een goede, doordachte
manier zodat je zo efficiënt mogelijk een doel
kan bereiken.
Wat is de volgorde van kritisch denken? Anamnese – diagnose – planning van de
resultaten – planning van de interventies –
uitvoering – evaluatie
Hoe ziet het zandloper model eruit? Signs + symptoms; etiologie; probleem
à
Outcome, interventie, evaluatie




Les 2

Wat is het cel metabolisme? Geheel van processen van omzettingen van
voedsel in de cellen van je lichaam.
= stofwisseling.
Hoe bereken je de hoeveelheid zuurstof = hartminuutvolume x hoeveelheid zuurstof
afgegeven aan de cellen? aanwezig in de slagaders
Hoe werkt de ABCDE methodiek? A; airway; vrije ademweg?
B; breathing; normale ademhaling?
C; circulation; hartslag?
D; disability; dont ever forget glucose, AVPU
E; exposure; lichaam in niet te warm of te
koude omgeving
Hoe werkt AVPU? Gebruik je bij D; disability; ABCDE.
Alert, Verbal, Pain, Unresponsive
Daarna; pupillen; rond? Reageren? Vorm?
Wat is necrose? Het afsterven van cellen
Wat is een normale PH-waarde van het bloed? 7,35-7,45

Gekoppeld boek

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
18 november 2019
Aantal pagina's
20
Geschreven in
2019/2020
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$5.38
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Beoordelingen van geverifieerde kopers

Alle reviews worden weergegeven
5 jaar geleden

5 jaar geleden

Bedankt voor je review, als ik iets kan aanpassen hoor ik het graag!

2.0

1 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
1
1
0
Betrouwbare reviews op Stuvia

Alle beoordelingen zijn geschreven door echte Stuvia-gebruikers na geverifieerde aankopen.

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
roos1487 Fontys Hogeschool
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
404
Lid sinds
6 jaar
Aantal volgers
299
Documenten
38
Laatst verkocht
10 maanden geleden
Alles voor je verpleegkunde opleiding.

Hoi! Ik verkoop op mijn pagina heel veel samenvattingen, opdrachten, verslagen, etc. voor de opleiding verpleegkunde. Op dit moment zit ik in mijn tweede jaar. Als je vragen hebt, mag je mij altijd mailen of een berichtje sturen! mijn mailadres is; roos1487 @ gmail. com (als je contact met me opneemt wil ik ook nog wel eens wat korting op documenten geven ;) ) succes met je opleiding!

3.7

82 beoordelingen

5
19
4
30
3
28
2
2
1
3

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen