Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting 3.6 onderdeel I gedrag - screening en diagnostiek

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
20
Geüpload op
19-11-2019
Geschreven in
2017/2018

3.6 onderdeel I gedrag - screening en diagnostiek

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

Cyclus 3.6 Onderdeel I: gedrag: screening en diagnostiek
Bernstein hoofdstuk 2: research methods
 Onderzoeksmethoden der psychologie
 Eye movement desensitisatie and reprocessing (EMDR): mensen met trauma’s of angsten worden zo behandeld
 Helpt EMDR echt of is het het vertrouwen wat de patiënten hebben in een nieuwe oplossing?
 Je moet critisch denken als het gaan om het kiezen van een behandeling.
 Kritisch denken over psychologie
 Kritisch denken is een proces waarbij het maken van claims en oordelen op basis van goed ondersteunt bewijs.
 Wat wordt er van mij gevraagd om te geloven?
 Of EMDR angst gerelateerde problemen verminderd
 Wat voor bewijs is er aanwezig om deze aanname te ondersteunen?
 Iemand ondervond zelf reductie van stress, maar later ook in andere
 Zijn er alternatieve wegen voor het interpreteren van het bewijs?
 Wat is het aanvullende bewijs dat helt de alternatieven te evalueren?
 Welke conclusies zijn het best te beredeneren?
 Bewijs over EMDR is gelimiteerd  kritisch denken opent de weg naar het begrijpen
 Kritisch denken en onderzoek
 Psychologen verklaren hun vragen over gedrag en mentale processen in een hypothese te zetten  specifieke testbaar
voorstel over iets wat je wil onderzoeken.
 Operationele definities: omschrijvingen van welke methodes gebruikt zullen worden in het onderzoek.
 Soort behandeling en de resultaten van de behandeling zijn variabelen  specifieke factoren die gemanipuleerd
en gemeten worden.
 Bewijs of een hypothese juist/onjuist is wordt gedaan door data die verzameld is  data zijn objectief.
 Elke vorm van bias moet voorkomen worden, ook als de data hun hypothese tegenspreekt.
 Data wordt geëvalueerd op statistische betrouwbaarheid (is de data constant) en validiteit (representeert het
ook wat het moet presenteren).
 Rol van de theorieën
 Na het analyseren van de data, kunnen ze de resultaten verklaren  past het binnen een theorie?
 EMDR zorgt ervoor dat het adaptieve informatie verwerking versneld wordt en het dus minder traumatisch
wordt  ander zegt dat het komt door de oogbewegingen dat het lijkt op dromen en je het dus zo verwerkt.
 Theorieën moeten onderlegd worden met een onderzoek gebaseerd op kritisch denken  resultaten van een
onderzoek kunnen weer een hypothese zorgen voor een ander onderzoek.
 Psychologen moeten voorzichtiger zijn en vaak de laatste oordelen over gedrag en mentale processen laten wachten tot er
beter bewijs is.
 Ze worden net alleen geleidt door de onderzoeksmethoden, maar ook door de law of parsimony.
 Parsimony wordt gebaseerd op ervaringen  als er meerdere conclusies zijn die goed kunnen zijn , dan kies je
degene die het simpelst is
 Onderzoeksmodellen in de psychologie
 Grootste doel van een psycholoog in onderzoek: beschrijven van gedrag en mentale processen, om goede voorspellingen
te maken en controle over ze te laten zien en om ui te leggen waarom dit gedrag/mentale processen voorkomen.
 Hiervoor worden onderzoeksmethoden gebruikt
 Observationele methodes: observeren van gedrag
 Observatie methode  naturalistische observatie
 Proces bekijken zonder te onderbreken van het gedrag in de natuurlijke omgeving  wanneer je
gedrag wil bestuderen en foute indrukken wil controleren
 Beste optie
 Belangrijk binnen de psychologie
 Altijd beter dan vragenlijst of interview
 (+) zien wat mensen echt doen, in plaats van sociaal-wenselijke antwoorden
 Mensen komen naar een lab (universiteit bv.) om iets te doen, zoals spelen met hun kind en dan wordt
er geobserveerd, er worden video’s gemaakt en achteraf geanalyseerd, maar is vrij kunstmatig op deze
manier (-)
o Mensen weten dus dat ze worden geobserveerd en kunnen hierdoor anders gaan doen
 Naturalistische observatie
o Langskomen bij mensen thuis en daar observeren
o Meer natuurlijk gedragen dan in lab (+)
o Nog niet de meest betrouwbare manier, omdat er alsnog iemand observeert
 Case studies
 Klinische gevallen
 Eén persoon, groep of situatie wordt in detail bestudeerd
 Eén geval kan laten zien dat bepaalde aannames wel of niet kloppen
 Laat alleen zien wat de onderzoeker belangrijk vind en zijn dus niet representatief voor iedereen.
 Survey’s
 Interviews/quiz  vragen naar gedrag, attitude, overtuigingen, meningen en intenties van mensen
 (+) snel en makkelijk
 (-) niet altijd naar waarheid ingevuld
 Validiteit hangt af van de vragen en hoe de vragen gefraseerd zijn  hangt ook af van wie er mee mag
doen aan het onderzoek (als de mensen de omgeving niet representeren dan is het ook niet
generaliseerbaar)

,  Correlatiestudies
 Samenhang (relatie) tussen 2 variabelen  moet wel opgepast worden dat er niet gelijk naar conclusie
gegrepen wordt.
 Positief verband: 0-1 (meer is meer)
 Negatief verband: -1-0 (meer is minder, of minder is meer)’
 Geen verband: 0 (rechte lijn)
 Kan toevallig zijn, zegt niks over oorzaak-gevolgrelaties
 Experimenten: oorzaak-gevolg
 Iets manipuleren en kijken wat het effect is op een andere variabele
 Krachtige methode
 Je hebt een experimentgroep en een groep zonder interventie (controlegroep)
o De controle groep is je baseline, waar je de interventie tegen af zet.
 Onafhankelijke variabele: de onderzoeker kan deze veranderen naar hoe hij wil
 Afhankelijke variabele: wordt beïnvloedt door de onafhankelijke variabele
 Confound: factor die effect kan hebben op de afhankelijke of onafhankelijke variabele
o Random variabelen: ongecontroleerde factoren  tijd van het jaar, persoonlijkheden  iets
waar je geen grip op hebt.
 Je onderzoeksgroep wordt dus nooit 100% gelijk omdat de patienten verschillen.
 Door het gebruiken van randomisatie, worden de ongecontroleerde factoren over
de groepen verdeeld en wordt de kans dat de variabelen verstoord worden zo klein
mogelijk.
o Verwachten van de patiënt (placebo effect):
 Wat denken de mensen van het onderzoek  Als mensen intensieve hulp krijgen,
dan zullen ze ook hard hun best doen om verbetering te krijgen dan mensen uit een
controlegroep.
 Als mensen een verbetering krijgen door hun eigen kennis en verwachting 
placebo effect  er is dan niks wat hulp geeft aan de patiënt, maar geeft de patient
het gevoel dat hij geholpen wordt en daardoor is er een verbetering.
o Experimenter bias:
 Een niet-verwacht effect van het onderzoek.
 Slimme ratten en domme ratten (waren eigenlijk normaal) werden door assistentes
opgevoed en de slimme ratten leerde alles sneller dan de domme ratten, doordat
de assistentes de ratten anders trainde.
 Dubbel-blind: de onderzoeker en de patient weten beide niet in welke groep ze
zitten
 Je wil zo min mogelijk confouders in de onderzoek zitten anders geeft het een
vertekend beeld.
 Selecteren van mensen voor onderzoek
 Selecteren van deelnemers: sampeling  kan de resultaten en betekenins van het onderzoek vertekenen  kan het niet
meer generaliseren.
 Je wil een representatieve sample van de populatie die je wil onderzoeken.
 Random sampling: mensen pakken uit een hele grote groep  wordt gedaan door een computer  iedereen heeft dan
een gelijke kans om gekozen te worden  zo ontstaat er ook geen biased sampling.
 Sampling error: mensen die worden gekozen zijn net weer anders dan de mensen die niet worde gekozen.
 Als mensen niet reageren op of ze mee willen doen  nonresponse bias.
 Dit laat zoen waarom de uitkomst van random survey’s niet altijd accuraat zijn.
 Convenience samples: populaties die al voor handen zijn en zo gebruikt kunnen worden  vaak ook niet te duur.
 Hoe representatiever de sample, hoe breder de conclusies getrokken kunnen worden
 Psychologisch onderzoeksmethodes en gedragsgenetica
 Hoe kunnen de genen van iemand samen verweven met de omgevingsfactoren (nature + nurture)  geeft vorm aan hun
gedrag en mentale processen.
 Meeste gedragsneigeingen worden beinvloedt door de interacties tussen omgeving en verschillende genen  rol van
genetica en omgevingsfactoren bij het ontstaan van stoornissen, persoonlijkheid, mentaal vermogen e en mentale
stoornissen, wordt onderzocht bij gedragsgenetica.
 Zoekt ook naar genen die bijdragen aan de overerfbaarheid van bepaalde dingen.
 Het is moeilijk om gedragsonderzoek te doen op mensen  veel regels enz.
 Wordt wel gedaan in tweelingstudies, familiestudies en adoptiestudies.
 Familiestudies:
 Laten familieleden die dichtbij elkaar staan meer gelijk gedrag zien, dan de familieleden die verder weg
staan  als er veel overeenkomsten zijn tussen dichter familie, dan kan dat komen door
overerfbaarheid.
 Dat er een correlatie is tussen de twee betekent niet dat de en het ander veroorzaakt.
 Een aandoening kan ontstaan door genetische afwijkingen, maar ook door omgevingsfactoren.
 Close familie lijkt niet alleen de genen, maar ook de omgeving met elkaar te delen.
 Tweelingenonderzoek
 In welke mate is iets erfelijk?
 Grafiekje schizofrene personen

, o Spouse: echtgenoot; heeft die het
dan ook? Maar weinig
schizofrenen trouwen
o Meer genetische
overeenkomst=meer toename
van overeenkomst, maar dat kun
je niet zomaar zo stellen
 Adoptiestudies
 Voordeel als kinderen vroeg in het leven
geadopteerd worden.
 Kinderen veel op de biologische ouders
lijken  genetica speelt dan een grote rol in
het krijgen van die karakteristieken.
 Als identieke tweelingen karakteristieken
laten zien die op elkaar lijken, nadat ze
jaren uit elkaar hebben geleefd  dan is er
een grote rol voor overerving.
 Laat de impact van de omgeving zien, maar
laat ook zien dat er een groot aandeel is
door overerving.
 Het vinden van DNA verschillen is verantwoordelijk voor
sommige persoonlijke attributen en gedragingen die het mogelijk willen maken om te begrijpen hoe de overerving eigenlijk
interactie ondergaat met het milieu
 Epigenetica is een studie die het effect van de omgeving laat zien op de genetica  situaties kunnen ervoor zorgen dat de
functie van genen wordt uit of aangezet

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
19 november 2019
Aantal pagina's
20
Geschreven in
2017/2018
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$23.90
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
suusjevan Rijksuniversiteit Groningen
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
212
Lid sinds
8 jaar
Aantal volgers
67
Documenten
350
Laatst verkocht
3 jaar geleden

Als je vragen hebt over mijn samenvattingen, stuur me dan een berichtje. Het geven van beoordelingen en feedback is ook altijd zeer fijn! Ik maak samenvattingen van alle jaren + daarnaast ook samenvattingen van vakken zoals statistiek.

3.6

25 beoordelingen

5
3
4
15
3
4
2
1
1
2

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen