Samenvatting dieetleer – Blok 1.3
Voeding algemeen
Hoorcolleges
Leer de hoorcolleges
Termen en begrippen in de diëtetiek; werkwijze diëtist
Dieetbehandelingsrichtlijnen
Leer de dieetrichtlijn 0: Van protocol naar richtlijn/ inleiding/ werkwijze diëtist
Voeding bij gezondheid en ziekte
Hoofdstuk 31: Diëtetiek (p. 561 – 571)
31.1 Diëten
Dieet = Een voeding die om medische redenen aan specifieke eisen moet voldoen ten
behoeve van een individu.
De specifieke eisen kunnen betrekking hebben op verschillende aspecten van de
voeding:
- Gehalte aan voedingsstoffen
- Gehalte aan andere stoffen (bijvoorbeeld stoffen waardoor een
voedselovergevoeligheid kan bestaan)
- Frequentie van de maaltijden/ verstrekkingen
- Verdeling van de voedingsstoffen over de verschillende maaltijden/
verstrekkingen
- Consistentie van de voeding
- Toedieningsvorm (per os/ sonde; parenteraal)
- Speciale hygiënische eisen aan de voeding
- Temperatuur van de voeding
De meeste diëten worden benoemd naar de aanpassing in het gehalte aan
(voedins)stoffen.
- Het kan gaan om een beperking
o Bijvoorbeeld een eiwitbeperkt dieet of lactosebeperkt dieet
- Het kan gaan om een verrijking
o Bijvoorbeeld een energie- eiwit verrijkt dieet
- Het kan gaan om een eliminatie
o Bijvoorbeeld een glutenvrij dieet
Onder medisch wordt verstaan: ‘wat voldoet aan de normen van de reguliere
medische wetenschap’
De diëtist vertaalt de dieeteisen in een individueel voedingsadvies.
- Voedingspatroon van de patiënt is het uitgangspunt
Multidisciplinaire samenwerking is belangrijk
Samenwerking rond een patiëntencategorie wordt ketenzorg genoemd.
Multidisciplinaire richtlijnen zijn richtlijnen die schriftelijk zijn vastgelegd voor
diagnostiek en behandeling.
1
, Ook zijn er zorgstandaarden voor mensen met een bepaalde chronische ziekte,
waarin de norm staat waaraan de zorg moet voldoen.
Om de kwaliteit in de gezondheidszorg te bewaken zijn er wettelijk eisen gesteld die
zijn vastgelegd in de kwaliteitswet zorginstellingen en de Wet BIG.
De kwaliteitswet geldt voor alle instellingen in de gezondheidszorg en voor
beroepsbeoefenaren die met twee of meer personen een praktijk uitoefenen.
Een alleenstaande beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg valt onder de BIG-wet.
- De eisen zijn vrijwel gelijk, met uitzondering van de verplichting een
kwaliteitsverslag te schrijven.
- Deze verplichting geldt wel voor beroepsbeoefenaren die onder de kwaliteitswet
vallen, maar niet voor hen die onder de BIG-wet vallen.
De kwaliteitseisen van de kwaliteitswet en de Wet BIG omvatten de verplichting een
kwaliteitssysteem op te zetten.
- In zo’n systeem moet aangegeven worden hoe de kwaliteit gewaarborgd wordt
en hoe de gegevens verzameld worden om dit te kunnen aantonen.
Een manier om tot afspraken over kwaliteit te komen is intercollegiale toetsing.
- Deze wordt binnen instellingen uitgevoerd en ook tussen diëtisten die een eigen
praktijk hebben.
Tot slot is er het kwaliteitsregister Paramedici. Registratie is niet verplicht zoals bij
artsen en verpleegkundigen, maar garandeert wel kwaliteit door verplichte scholing.
Er zijn verschillende programma’s en apps die worden gebruikt bij het begeleiden van
patiënten.
Een combinatie van het begeleiden van een patiënt face to face en online wordt
blended care genoemd.
31.2 Methodisch handelen
De patiënt met zijn probleem staat centraal
Bij methodisch handelen formuleert de diëtist samen met de patiënt doelen voor de
behandeling.
Het proces van methodisch handelen zijn verschillende fasen te onderscheiden:
- Intake (aanmelding)
- Verzamelen van gegevens (diëtistisch onderzoek)
- Stellen van de diagnose (diëtistische diagnose)
- Behandelen (behandelplan, behandeling)
Stap 1: Aanmelding
Bij de aanmelding staat de indicatie centraal:
- Wie is de patiënt en wat is de aanleiding voor het bezoek aan de diëtist?
- De patiënt komt op eigen initiatief of wordt doorverwezen door een
hulpverlener.
Als er geen verwijzing is, vindt er een korte screening plaats om na te gaan of
behandeling door een diëtist geïndiceerd is of eerst verwezen moet worden naar een
arts.
Wanneer de patiënt verwezen is, worden de gegevens van de verwijzer besproken en
zo nodig aangevuld.
2
, Stap 2: Diëtistisch onderzoek
In het diëtistisch onderzoek worden gegevens verzameld om de hulpvraag en het
functioneren van de patiënt in kaart te brengen.
- Een belangrijk hulpmiddel hiervoor is het ICF-model
Bij het verzamelen van gegevens gaat het om problemen en klachten zoals die door
de patiënt worden geuit en om gegevens uit onderzoek.
Het doel is om te komen tot een diagnose: wat zijn de oorzaken van de klachten van
de patiënt? en welke bijdrage levert voeding daarin?
Het verzamelen van informatie gebeurd doelgericht en zo efficiënt mogelijk
- Volgens klinische redenen
Een belangrijk instrument om de voedselinname te meten is de voedingsanamnese
- Antropometrische gegevens worden gebruikt om na te gaan of er overgewicht of
ondergewicht is en hoe de situatie is van de spiermassa.
Er worden laboratoriumuitslagen gedaan voor het opsporen van deficiënties en
verstoringen in de elektrolytenbalans.
Het meten van pijn is moeilijk wordt vastgelegd met een VAS (een rechte lijn
waarop de patiënt kan aangeven welke mate van pijn hij ervaart.
Verzamelen van patiëntgegevens: Personalia, voedingstoestand, dagelijkse
gewoonten, voedingsbehoefte, reacties op voeding, emotionele reacties, bijzondere
omstandigheden en hulp.
Stap 3: Diëtistische diagnose
Voor het stellen van de diagnose worden alle factoren op een rijtje gezet door de
gegevens te analyseren en te toetsen aan professionele kennis.
Gegevens uit de voedingsanamnese worden vergeleken met de gewenste voeding
Antropometrische gegevens en laboratoriumuitslagen worden vergeleken met
normaalwaarden.
De diagnose en de hulpvraag van de patiënt vormen samen het aangrijpingspunt
voor de therapie.
Stap 4: Behandelplan en behandeling
In het behandelplan staan de doelen voor de dieetbehandeling en hoe deze doelen
kunnen worden bereikt (dieetadvies), de begeleidingsduur en met welke frequentie
de behandeling zal plaatsvinden.
De patiënt stelt samen met de patiënt de behandeldoelen vast.
De doelen moeten SMART geformuleerd worden.
- Specifiek: niet vaag, maar nauwkeurig omschreven
- Meetbaar: wat wordt er bereikt, welke metingen zijn beschikbaar, wat zijn de
streefwaarden?
- Acceptabel: is de patiënt voldoende gemotiveerd?
- Realistisch: is het doel haalbaar voor de patiënt?
- Tijd: binnen welke tijd moet het doel worden bereikt?
Doelen op lange en korte termijn stellen.
Hoofddoelen verdelen in subdoelen.
Prioriteiten stellen.
Evidence based handelen
Stap 5: Evaluatie
3
Voeding algemeen
Hoorcolleges
Leer de hoorcolleges
Termen en begrippen in de diëtetiek; werkwijze diëtist
Dieetbehandelingsrichtlijnen
Leer de dieetrichtlijn 0: Van protocol naar richtlijn/ inleiding/ werkwijze diëtist
Voeding bij gezondheid en ziekte
Hoofdstuk 31: Diëtetiek (p. 561 – 571)
31.1 Diëten
Dieet = Een voeding die om medische redenen aan specifieke eisen moet voldoen ten
behoeve van een individu.
De specifieke eisen kunnen betrekking hebben op verschillende aspecten van de
voeding:
- Gehalte aan voedingsstoffen
- Gehalte aan andere stoffen (bijvoorbeeld stoffen waardoor een
voedselovergevoeligheid kan bestaan)
- Frequentie van de maaltijden/ verstrekkingen
- Verdeling van de voedingsstoffen over de verschillende maaltijden/
verstrekkingen
- Consistentie van de voeding
- Toedieningsvorm (per os/ sonde; parenteraal)
- Speciale hygiënische eisen aan de voeding
- Temperatuur van de voeding
De meeste diëten worden benoemd naar de aanpassing in het gehalte aan
(voedins)stoffen.
- Het kan gaan om een beperking
o Bijvoorbeeld een eiwitbeperkt dieet of lactosebeperkt dieet
- Het kan gaan om een verrijking
o Bijvoorbeeld een energie- eiwit verrijkt dieet
- Het kan gaan om een eliminatie
o Bijvoorbeeld een glutenvrij dieet
Onder medisch wordt verstaan: ‘wat voldoet aan de normen van de reguliere
medische wetenschap’
De diëtist vertaalt de dieeteisen in een individueel voedingsadvies.
- Voedingspatroon van de patiënt is het uitgangspunt
Multidisciplinaire samenwerking is belangrijk
Samenwerking rond een patiëntencategorie wordt ketenzorg genoemd.
Multidisciplinaire richtlijnen zijn richtlijnen die schriftelijk zijn vastgelegd voor
diagnostiek en behandeling.
1
, Ook zijn er zorgstandaarden voor mensen met een bepaalde chronische ziekte,
waarin de norm staat waaraan de zorg moet voldoen.
Om de kwaliteit in de gezondheidszorg te bewaken zijn er wettelijk eisen gesteld die
zijn vastgelegd in de kwaliteitswet zorginstellingen en de Wet BIG.
De kwaliteitswet geldt voor alle instellingen in de gezondheidszorg en voor
beroepsbeoefenaren die met twee of meer personen een praktijk uitoefenen.
Een alleenstaande beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg valt onder de BIG-wet.
- De eisen zijn vrijwel gelijk, met uitzondering van de verplichting een
kwaliteitsverslag te schrijven.
- Deze verplichting geldt wel voor beroepsbeoefenaren die onder de kwaliteitswet
vallen, maar niet voor hen die onder de BIG-wet vallen.
De kwaliteitseisen van de kwaliteitswet en de Wet BIG omvatten de verplichting een
kwaliteitssysteem op te zetten.
- In zo’n systeem moet aangegeven worden hoe de kwaliteit gewaarborgd wordt
en hoe de gegevens verzameld worden om dit te kunnen aantonen.
Een manier om tot afspraken over kwaliteit te komen is intercollegiale toetsing.
- Deze wordt binnen instellingen uitgevoerd en ook tussen diëtisten die een eigen
praktijk hebben.
Tot slot is er het kwaliteitsregister Paramedici. Registratie is niet verplicht zoals bij
artsen en verpleegkundigen, maar garandeert wel kwaliteit door verplichte scholing.
Er zijn verschillende programma’s en apps die worden gebruikt bij het begeleiden van
patiënten.
Een combinatie van het begeleiden van een patiënt face to face en online wordt
blended care genoemd.
31.2 Methodisch handelen
De patiënt met zijn probleem staat centraal
Bij methodisch handelen formuleert de diëtist samen met de patiënt doelen voor de
behandeling.
Het proces van methodisch handelen zijn verschillende fasen te onderscheiden:
- Intake (aanmelding)
- Verzamelen van gegevens (diëtistisch onderzoek)
- Stellen van de diagnose (diëtistische diagnose)
- Behandelen (behandelplan, behandeling)
Stap 1: Aanmelding
Bij de aanmelding staat de indicatie centraal:
- Wie is de patiënt en wat is de aanleiding voor het bezoek aan de diëtist?
- De patiënt komt op eigen initiatief of wordt doorverwezen door een
hulpverlener.
Als er geen verwijzing is, vindt er een korte screening plaats om na te gaan of
behandeling door een diëtist geïndiceerd is of eerst verwezen moet worden naar een
arts.
Wanneer de patiënt verwezen is, worden de gegevens van de verwijzer besproken en
zo nodig aangevuld.
2
, Stap 2: Diëtistisch onderzoek
In het diëtistisch onderzoek worden gegevens verzameld om de hulpvraag en het
functioneren van de patiënt in kaart te brengen.
- Een belangrijk hulpmiddel hiervoor is het ICF-model
Bij het verzamelen van gegevens gaat het om problemen en klachten zoals die door
de patiënt worden geuit en om gegevens uit onderzoek.
Het doel is om te komen tot een diagnose: wat zijn de oorzaken van de klachten van
de patiënt? en welke bijdrage levert voeding daarin?
Het verzamelen van informatie gebeurd doelgericht en zo efficiënt mogelijk
- Volgens klinische redenen
Een belangrijk instrument om de voedselinname te meten is de voedingsanamnese
- Antropometrische gegevens worden gebruikt om na te gaan of er overgewicht of
ondergewicht is en hoe de situatie is van de spiermassa.
Er worden laboratoriumuitslagen gedaan voor het opsporen van deficiënties en
verstoringen in de elektrolytenbalans.
Het meten van pijn is moeilijk wordt vastgelegd met een VAS (een rechte lijn
waarop de patiënt kan aangeven welke mate van pijn hij ervaart.
Verzamelen van patiëntgegevens: Personalia, voedingstoestand, dagelijkse
gewoonten, voedingsbehoefte, reacties op voeding, emotionele reacties, bijzondere
omstandigheden en hulp.
Stap 3: Diëtistische diagnose
Voor het stellen van de diagnose worden alle factoren op een rijtje gezet door de
gegevens te analyseren en te toetsen aan professionele kennis.
Gegevens uit de voedingsanamnese worden vergeleken met de gewenste voeding
Antropometrische gegevens en laboratoriumuitslagen worden vergeleken met
normaalwaarden.
De diagnose en de hulpvraag van de patiënt vormen samen het aangrijpingspunt
voor de therapie.
Stap 4: Behandelplan en behandeling
In het behandelplan staan de doelen voor de dieetbehandeling en hoe deze doelen
kunnen worden bereikt (dieetadvies), de begeleidingsduur en met welke frequentie
de behandeling zal plaatsvinden.
De patiënt stelt samen met de patiënt de behandeldoelen vast.
De doelen moeten SMART geformuleerd worden.
- Specifiek: niet vaag, maar nauwkeurig omschreven
- Meetbaar: wat wordt er bereikt, welke metingen zijn beschikbaar, wat zijn de
streefwaarden?
- Acceptabel: is de patiënt voldoende gemotiveerd?
- Realistisch: is het doel haalbaar voor de patiënt?
- Tijd: binnen welke tijd moet het doel worden bereikt?
Doelen op lange en korte termijn stellen.
Hoofddoelen verdelen in subdoelen.
Prioriteiten stellen.
Evidence based handelen
Stap 5: Evaluatie
3