Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Uitwerkingen leerdoelen iif week 1-3

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
20
Geüpload op
05-09-2024
Geschreven in
2023/2024

Alle leerdoelen van iif week 1-3 uitgwerkt en uitgelegd aan de hand van bijpassende plaatjes en links.

Instelling
Vak

Voorbeeld van de inhoud

IF leerdoelen per thema
succes groetjes max
Thema 1
- Definieer de (maximale) zuurstofopname.
VO2 max meet de maximale hoeveelheid O2 die per minuut opgenomen kan worden
(mL/min). Geeft aan hoe goed je lichaam ingeademde O2 om kan zetten in energie.

- Beschrijf hoe zuurstofopname gemeten wordt.
Met een saturatiemeter. “Vingerhoedje” met 2 lampjes, rood en infrarood, schijnen door
vinger op fotocel. Aan de hand van de hoeveelheid licht die doorgelaten wordt, wordt de O2
opname gemeten.

- Bereken de zuurstofopname en koolstofdioxide afgifte aan de hand van metingen.
(haldane formules)

VO 2=V E❑ [ ( %N 2 E × 0.265¿−%O 2 E ) ]❑ & [
VO2 = Vi %O 2 I ( %N 2E )
%N 2 I
x %O 2 E
]
VCO2E = VE (%CO2E - 0.03%)




- Definieer het ‘respiratoir quotiënt’ (RQ) en de ‘respiratory exchange ratio’ (RER).
De RQ wordt gemeten in het weefsel. De berekening:
RQ = CO₂ productie / O₂ consumptie

De RER wordt gemeten met de uitgeademde waarden. De berekening:
RER = VCO₂ / VO₂

- Beschrijf de relatie tussen de RQ en de voor metabolisme gebruikte voedingsstoffen.
De RQ waarde, kan laten zien welke voedingsstof er gebruikt is voor de verbranding.
RQ = 0,7 is vetverbranding
RQ = 0,82 is eiwitverbranding/gemengd
RQ = 1,0 is koolhydraatverbranding
RQ > 1,0 is anaerobe verbranding, ook wel de verbranding van vetzuren.
Hoe groter de RQ, hoe meer er energie per O₂ vrijgemaakt kan worden.

https://www.zowerkthetlichaam.nl/4172/inspanningsfysiologie-ventilatoire-drempel-
lactaatdrempel/

goede uitleg over van de hierbovenstaande leerdoelen.

,- Definieer het basaal metabolisme(BMR) en het rustmetabolisme(RMR).
BMR: energie die minimaal nodig is om lichaam te laten functioneren (in leven blijven)
RMR: BMR + energie die nodig is voor verteren en verwerken voedsel

- Beschrijf de belangrijkste vijf factoren die het totale dagelijkse energieverbruik
kunnen beïnvloeden.
1 fysieke activiteit 3 verwerken eten 5 zwangerschap
2 dieet 4 klimaat

- Definieer de ‘MET’.
Hoeveelheid energie die een fysieke activiteit kost ten opzichte van de RMR.
Een maat voor rustmetabolisme.
Voor vrouwen geldt 1 MET = 200 ml / min
Voor mannen geldt 1 MET = 250 ml / min

- Beschrijf de relatie tussen hartfrequentie en energieverbruik
Er is een lineaire relatie tussen hartslag (HR) en en de VO2. De VO2 en het energieverbruik
kunnen dan ook geschat worden op basis van de hartslag.

- Beschrijf de Fick vergelijking. (ficks diffusie wet)
De wet van Fick beschrijft de diffusiesnelheid van zowel vloeistoffen als gassen.
VO2 = HMV (hart-minuut volume) x O2 difference

De wet van Fick is een diffusiewet. De wet van Fick zegt dat gas diffundeert door een membraan met
een snelheid die:
- Direct proportioneel is met het oppervlak(A)
- Afhankelijk is van de diffusieconstante(D)
- Afhankelijk is van drukverschil over de membraan(ΔP)
- Invers proportioneel is met de dikte van het membraan(T)

Vgas= (A * D * ΔP) / T



Thema 2 https://www.studeersnel.nl/nl/document/vrije-universiteit-amsterdam/inleiding-inspanningsfysiologie/
leerdoelen-thema-2/9912299
- Beschrijf uit welke anatomische onderdelen het ventilatoire systeem bestaat.
de longen, het hart,

- Beschrijf in welk deel van het ventilatoire systeem de gasuitwisseling plaatsvindt.
De gasuitwisseling vindt plaats in de alveoli. Dit zijn de laatste vertakkingen. De wand tussen
bloedcapillair en alveoli is 2 cellagen, dus hier kan goed uitwisseling plaatsvinden.

- Beschrijf het mechanisme van inspiratie en expiratie.
inspiratie; diafragma (parachute vorm, buikademhaling) en intercostale spieren (emmer
hengsel)
Expiratie; in rust passief en tijdens inspanning worden de buikspieren en intercostale
spieren actief gebruikt.

, - Kwantificeer de statische en dynamische longfunctieparameters.
- Statische longfunctie geeft een indruk over de elasticiteit van de longen en de
borstkas geeft alleen een momentopname weer.
-Dynamische longfunctie geeft een indruk van de kwaliteit van de luchtwegen zelf, ze
laten zien of er belemmering is in de luchtstroom. dynamische longvolume is de
hoeveelheid lucht die tijdens beweging met geforceerd uitgeademd wordt door spirometer.

Statische longfunctieparameters zijn capaciteiten.
Tidal Volume (TV): het volume dat per ademhaling wordt getransporteerd.
- Ongeveer 0,4-1,0 L.
- Wordt tijdens inspanning vergroot.

Inspiratoir reservevolume (IRV): het volume dat bij diepe inademing, naast het TV, nog extra
ingeademd kan worden.
- Ongeveer 2,5-3,5 L.
- Wordt kleiner naarmate je ouder wordt.

Expiratoir reservevolume (ERV): het volume dat bij diepe uitademing, naast het TV, nog extra kan
worden uitgeademd.
- Ongeveer 1,0-1,5 L.
- Wordt kleiner naarmate je ouder wordt.

Forced vital capacity (FVC): het volume van maximale inademing tot en met maximale uitademing.
- Ongeveer 3,2-4,8 L.

Residual long volume (RLV): het volume van de lucht die na maximale uitademing nog overblijft in de
longen.
- Ongeveer 1,0-1,2 L.
- Is groter na lichamelijke activiteit, is na 24 uur weer normaal.
- Wordt groter naarmate je ouder wordt.

Total lung capacity (TLC): het volume lucht in de longen na maximale inademing.
- Ongeveer 4,2-6,0 L
- RLV + FVC

Dynamische longfunctie parameters hangen af van 2 factoren:
- maximale slagvolume van de longen (FVC)
- de snelheid waarmee een volume lucht wordt getransporteerd (breathing rate,
ademfrequentie). Het gaat om de capaciteit binnen een tijdsbestek.

- Airflow capacity zegt iets over de uitademing kracht van de longen.
- Airflow capacity = (FEV1.0 / FVC)
- FEV1.0 = Forced expiratory volume (FEV), gemeten over 1 seconde, dus het
maximale uitademingsvolume in 1 seconde.

- Maximum voluntary ventilation (MVV) geeft de longcapaciteit bij het snel en diep ademhalen
gedurende 15 seconden.
- Als je dit een minuut lang zou doen, krijg je 35-40x de FEV

Hyperinflatie vindt men terug in de statische longfunctieparameters volumen.
Dynamische is de minuut ventilatie.

Geschreven voor

Instelling
Studie
Vak

Documentinformatie

Geüpload op
5 september 2024
Aantal pagina's
20
Geschreven in
2023/2024
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

$11.53
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kun je een ander document kiezen. Je kunt het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
VicWijk Universiteit Leiden
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
19
Lid sinds
2 jaar
Aantal volgers
4
Documenten
37
Laatst verkocht
6 dagen geleden

1.0

1 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
1

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen