twintigste eeuw: van grote
debatten en theorieën naar
fragmentatie van het vakgebied
IHW week 7, Nova Verkerk
Tip: Ga sowieso naar de inzage van het tentamen om te kijken hoe de punten zijn toebedeeld en zo
je voordeel er mee te kunnen doen.
Welke theorieën hebben historici ontwikkeld in de twintigste eeuw? grote theorieën niet meer
dominant maar een lange reeks van specialisaties.
Geschiedwetenschappelijke stromingen en scholen in de twintigste eeuw:
(doel; zie ontwikkeling niet alle theorieën uit je hoofd te leren)
- Marxistische geschiedschrijving
- Annales-scholen
- Historische Anzialwissenshaft
- Cultuurgeschiedenis
- Antropologie
- Postmodernisme
Kenmerken van de geschiedschrijving in de twintigste eeuw:
1. Historische discipline wordt wetenschappelijker
2. Historische discipline krijgt een bredere interesse
- Sociaal/economische onderwerpen
- gebruik nieuwe bronnen omdat het zo breed wordt
3. De geschiedwetenschap wordt kleinschaliger
- Eerst grote omvangrijke biografieën, later duidelijk afgebakende vraagstellingen.
Marxistische geschiedschrijving
Bestond van de 19de eeuw, marx en friedrich Engels hebben historische studies uitgevoerd (oorlogen
in die tijd geschreven), veel al historici in die beweging aanwezig. (Waren geen academici, stonden
nog buiten de wetenschap) Waterscheiding door Russische revolutie. Intresses na dit komen op,
middeleeuwen, franse revolutie.
NB VOORBEELDEN VAN INTRESSES
- Frans merich, grote geschiedenis over arbeidersklasse geschreven
- Jeanne Jabres, socialistisch parlementslid.
Communisme is nu een reëel alternatief systeem, doet dan ook zijn intrede in de academische
wereld.
Houdt stand tot na 1945, door de context van de koude oorlog, dus zolang de Sovjet-Unie bestaat
blijft ook het marxistische geschiedschrijving, wel met zijn verschillende vormen. (West-Duitsland,
niet aanwezig op de academische wereld.) Men kan niet meer verwijzen naar het communisme als
alternatief omdat het is gefaald. Interesse naar marxistische geschiedschrijving valt weg in West
Europa en ook in Oost Europa. Historici in Oost-Europa die dit bedreven waren allemaal werkloos
geworden doordat ze door sterk gekleurde ideologie geschiedenis hebben bedreven.
-Jan Romein, Nederlandse marxistische geschiedschrijving.