Onderdeel 1. Toxicologische begrippen en giftige stoffen in voeding
Voedingsnormen energie, eiwitten, vetten en verteerbare koolhydraten
(Gezondheidsraad, 2001)
Terminologie en definities
De term ‘voedingsnormen’ is een verzamelnaam voor de volgende referentiewaarden voor energie en
voedingsstoffen:
- Gemiddelde behoefte = niveau van inneming toereikend voor de helft van de populatie (50% van
de mensen wel, en 50% niet voorzien).
- Aanbevolen hoeveelheid = indien de tussenpersoonsvariatie bekend is: gemiddelde behoefte + 2
standaarddeviatie (voorziet in de behoefte van 97,5% van de individuen binnen een populatie).
Indien de tussenpersoonsvariatie niet bekend is: variatiecoëfficiënten schatten (energie 20%;
vitamine A 15 à 20%; niacine tussen 8% en 41%; vitamine C 23% en eiwit 16%). De commisie gaat
uit van een hogere variatiecoëfficiënt voor de eiwitbehoefte in grammen per dag. Voor de
eiwitbehoefte gaat de commisie niet uit van de totale variatie, maar van de tussenpersoonsvariatie.
De tussenpersoonsvariatie voor de eiwitbehoefte in gram per kilogram per dag wordt voor
personen vanaf één jaar geschat op 12,5% en voor de leeftijdsgroepen 0 tot één jaar op 15%. Voor
voedingsstoffen waarvan de variatie in de behoefte onbekend is, gebruikt de comissie een
variatiecoëfficient tussen 10% en 20%. Afhankelijk van deze keuze wordt de aanbevolen dagelijkse
hoeveelheid vastgesteld op 1,2 tot 1,4 maal de gemiddelde behoefte.
Variatiecoëfficiënt: 100% x standaarddeviatie (SD) / gemiddelde.
- Adequate inneming = het laagste niveau van inneming dat toereikend lijkt te zijn voor de gehele
populatie. De adequate inneming zal veel hoger zijn dan de aanbevolen hoeveelheid.
- Aanvaardbare bovengrens van inneming = altijd hoger dan het wenselijk niveau van inneming.
o NOAEL (no observed adverse effect level)= het hoogste niveau van inneming waarvoor bij de
mens geen ongewenste effecten zijn geconstateerd.
o LOAEL (lowest observed adverse effect level) = het laagste niveau van inneming waarbij bij
de mens geen ongewenste effecten zijn geconstateerd.
o Aanvaardbare bovengrens voor jonge leeftijdsgroepen = men gaat er vanuit dat je tot één
jaar kwetsbaarder bent, de organen (vooral lever en nieren) werken nog niet optimaal om
gifstoffen uit te scheiden. Om deze reden stelt de Gezondheidsraad de aanvaardbare bovengrens
van inneming voor kinderen vanaf één jaar veelal gelijk aan die van volwassenen.
1
, Factsheet Voedingscentrum: Cafeïne
Adviezen cafeïne
Gezonde volwassenen lopen geen gezondheidsrisico’s bij gebruik tot ongeveer 400 milligram cafeïne per
dag (4 cafeïnerijke producten, zoals een kopje koffie of een standaard blikje energiedrank). Dit advies
gelt niet voor personen die gevoelig zijn voor cafeïne:
- Zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven: geen cafeïnerijke producten of het
gebruik sterk beperken (minder dan 200 milligram cafeïne per dag);
- Kinderen: maximaal 2,5 milligram cafeïne/kg lichaamsgewicht per dag;
- Adolescenten: maximaal één cafeïnerijk product per dag.
Product Eenheid Cafeïne (mg)
Koffie Kopje (125ml) 85 (met uitschieters naar 180)
Energiedrank Blikje (250ml) 80
Groene of zwarte thee Kopje (125 ml) 30
Pure chocolade Reep (75g) 30
Cola Glas (180ml) 18
Melk chocolade Reep (75g) 15
Chocolademelk Glas (180ml) 4
Energyshots: deze producten vallen niet onder de voedingsmiddelen maar worden als
voedingssupplement op de markt gezet in kleine flesjes (25-75ml) met een relatief hoog gehalte aan
cafeïne (50-200mg) en taurine (200-1000mg).
Cafeïne kan zowel positieve als negatieve effecten hebben. Zo kan cafeïne in een kleine hoeveelheid een
opwekkende werking hebben. Het verdrijft het gevoel van vermoeidheid en verbetert de concentratie en
aandacht. Te veel cafeïne kan juist nadelige effecten hebben. Mensen die gevoelig zijn voor cafeïne
kunnen last krijgen van rusteloosheid, angstgevoelens, prikkelbaarheid, hoofdpijn, beven, duizeligheid,
slaapproblemen, suizende oren en hartkloppingen.
Wetgeving
De Warenwet bepaalt dat frisdrank maximaal 350 milligram cafeïne/liter mag bevatten. Als de
drinkwaar meer dan 150 milligram cafeïne/liter bevat moet op het etiket worden vermeld ‘hoog
cafeïnegehalte’. Dit geldt niet voor koffie of thee.
- Op het etiket van dranken met meer dan 150 milligram cafeïne/liter, moet het cafeïnegehalte in
milligram/100 milliliter staan met de melding ‘Hoog cafeïnegehalte. Niet aanbevolen voor kinderen
en vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven’.
- Op het etiket van andere producten waaraan cafeïne is toegevoegd, moet het cafeïnegehalte in
milligram/100 milliliter staan met de melding ‘Bevat cafeïne. Niet aanbevolen voor kinderen en
zwangere vrouwen’.
- Voedingssupplementen valt niet onder de frisdranken en is dus uitgezonderd van dit wetsartikel.
Wat gebeurt er in het lichaam?
Cafeïne is een stimulerende stof. Het maag-darmkanaal neemt het na inname snel op. Binnen 45
minuten is 99% geabsorbeerd. Voor koffie is de absorptie minder volledig. Tussen 15 en 120 minuten na
inname heb je het meeste cafeïne in je bloed. Na 2,5 tot 4,5 uur is de helft van de cafeïne afgebroken.
Cafeïne werkt op verschillende manieren op je hersenen. Het belangrijkste effect ontstaat doordat
cafeïne zich bindt aan adenosine receptoren, in plaats van de stof die zich eigenlijk aan die receptoren
zou moeten binden. Door deze binding vinden er andere reacties in je lichaam plaats dan normaal.
2
, Cafeïne en gezondheid
- Het drinken van gebruikelijke hoeveelheden lijkt de kans op diabetes type 2 te verlagen, terwijl voor
cafeïne zelf bij acute blootstelling een ongunstig effect op de bloedsuikercontrole is gevonden;
- Vijf kopjes koffie per dag lijkt geen risico op kanker met zich mee te brengen;
- Een matige inname van cafeïne (4-5 kopjes koffie of minder per dag, wat neerkomt op 400 milligram
cafeïne), heeft geen of een mogelijk matig positief effect op de gezondheid van hart en bloedvaten;
- Cafeïne zorgt niet voor een afname van het percentage lichaamsvet of voor een afname in gewicht;
- Matige cafeïneconsumptie kan de alertheid en aandacht (concentratie) verhogen;
- Dranken met cafeïne hebben geen vochtafdrijvende werking. Cafeïne zorgt wel voor een snellere
uitscheiding van vocht uit het lichaam.
Factsheet Voedingscentrum: Adviezen nitraat en nitraatrijke groente
Nitraat in voeding
Nitraat komt voor in groenten (vooral bladgroenten zoals sla en spinazie) en
soms in verhoogde concentraties in grondwater. De consumptie van nitraat
zelf is niet gevaarlijk voor de gezondheid, maar nitraat kan in het lichaam
worden omgezet in nitriet en onder bepaalde omstandigheden in
kankerverwekkende nitrosamines. De Europese Autoriteit voor
Voedselveiligheid (EFSA) heeft geconcludeerd dat het onwaarschijnlijk is dat
blootstelling aan nitraat via groenten zal leiden tot gezondheidsrisico’s. De
beperkende voorzorgsadviezen over de consumptie van nitraatrijke groenten
komen te vervallen. Eveneens wordt het advies ingetrokken om geen
nitraatrijke groente met vis te combineren. Twee aanbevelingen die blijven
gelden:
- Gebruik geen water uit privébronnen voor het maken van flesvoeding.
- Gebruik nitraatrijke (sport)supplementen zoals rode bietensap niet op dagelijkse basis.
Het nitraatgehalte in planten is het hoogst in de stengel, bladsteel en bladnerven. Het nitraatgehalte is
lager in het bladmoes en zeer laag in vruchten en bloemen. Dit verklaart ook de hogere nitraatgehaltes
in bladgroenten vergeleken met andere groentesoorten. Nitraat is gemakkelijk oplosbaar in water: het
wassen en koken van groenten leidt tot een lager nitraatgehalte.
Het lichaam neemt alle nitraat uit voeding op. Ongeveer 25% van het opgenomen nitraat uit voeding of
drinkwater komt via het plasma in speeksel terecht: de rest wordt uitgescheiden in de urine. Ongeveer
20% van het nitraat in speeksel, dat is 4 tot 8% van het ingenomen nitraat, wordt in de mondholte door
bacteriën omgezet in nitriet. Nitriet kan vervolgens in verschillende organen en weefsels omgezet
worden in stikstofmonoxide. In combinatie met eiwitten uit de voeding kunnen uit nitriet nitrosamines
(ingedeeld als ‘waarschijnlijk kankerverwekkend voor de mens’) worden gevormd. Dit proces vindt
plaats in het zure milieu van de maag of in de dikke darm.
Nitraatnormen EU
Voor drinkwater geldt een Europese norm van 50 mg nitraat per liter water. De aandvaardbare
dagelijkse inname (ADI) van nitraat is gesteld op 3,7 milligram per kilogram lichaamsgewicht. Voor
nitriet is een ADI van 0,06 mg/kg lichaamsgewicht vastgesteld. Een dagelijkse voeding met de
aanbevolen 200 gram groenten en twee stuks fruit zou kunnen leiden tot een overschrijding van de ADI
voor nitraat. Met het eten van meer dan 200 gram spinazie, biet, rucola of sla kan de ADI makkelijk
overschreden worden.
3