Verstandelijke ontwikkelingsstoornis
Definitie
Volgens de DSM-V begint een “verstandelijke beperking” (ID) gedurende de ontwikkelingsperiode, met
beperkingen in zowel het verstandelijk als het adaptieve functioneren, in de conceptuele, sociale en
praktische domeinen.
• DSM-IV: nadruk op IQ en de ernst van ID wordt bepaald door IQ, maar hier kan men zich over
vergissen. Zo zegt een IQ-score van 75 niet veel, als iemand bijvoorbeeld wel goed sociaal
functioneert.
• DSM-V: kijkt naar intellectueel functioneren (redeneren en problemen oplossen) en adaptief
functioneren. Met een IQ <70 heeft iemand weinig perspectief neem skills bv. dat het niet betalen van
een aanmaning gevolgen heeft. Daarnaast is het moeilijk om autonoom deel te nemen aan de
maatschappij.
Verstandelijk en adaptief functioneren kan verscheidene betekenissen hebben:
• De mogelijkheid om te redeneren en logisch te denken.
• De mogelijkheid om te schrijven en duidelijk te praten.
• De mogelijkheid ons te gedragen in sociale situaties.
• De mogelijkheid goed van slecht te onderscheiden.
Spreiding normale populatie: ten opzichte van de gemiddelde IQ-score van 100 valt 68% van een
gemiddelde schoolpopulatie binnen een normaal IQ-bereik van 85-115 (maximaal 1 standaardafwijking
vanaf het gemiddelde). Binnen de 16% die hierboven scoort, laat ongeveer 10% van de leerlingen – naast
een hoge intelligentiescore – ook specifieke kenmerken zien die duiden op (hoog) begaafdheid, o.a. creërend
denkvermogen en een sterke intrinsieke motivatie. De 15% zwakbegaafden zijn oververtegenwoordigd in
het forensische veld. Een vraagstuk is of deze groep gezien moet worden als LVB of als forensische patiënten.
1
, Theoretische modellen over verstandelijke ontwikkelingsstoornis
Theorie 1. De psychometrische benadering van Spearman: intelligentie wordt gezien als een eenvoudige
trait. Het is een meting van individuele verschillen in gedrag en mogelijkheden. Echter, op dit model is kritiek
vanuit wetenschap die hiërarchische modellen van intelligentie voorstelden.
Theorie 2. Cattell’s visie op intelligentie als een aantal basis-mogelijkheden: Cattell gaat van IQ naar
een profiel van cognitieve vaardigheden. In de afbeelding hieronder is de introductie in het CHC-model te
zien.
• Vloeiende intelligentie: mogelijk om a la minute te denken en om een nieuw probleem snel op te
lossen. Omvat het vermogen om relaties waar te nemen/te realiseren en het vermogen om nieuwe
soorten kennis te verwerven → processen; hoe ouder iemand is, des te minder.
• Gekristalliseerde intelligentie: feitenkennis over de wereld. Omvat vaardigheden die reeds geleerd zijn
en waarmee geoefend, zoals kennis van de betekenis van woorden en hoofdsteden uit je hoofd
kennen -> lange termijn geheugen; hoe ouder iemand is, des te meer.
Theorie 3. John Carroll’s drie level model (three stratum theory) van intelligentie
Deze gaat verder op de introductie van het CHC-model. Zie de afbeelding hierboven (rechts) en hieronder.
Betreft prestatiesnelheid kunnen mensen met LVB langzamer zijn, of zijn zij even snel, maar presteren
slechter. Als iemand zegt de uitleg te begrijpen, maar vervolgens deze niet kan navertellen, kan je een
hypothese opstellen over redeneren en/of vrije reproductie voorgaand aan onderzoek.
2