Jongeren, ontwikkeling en psychopathologie
~~Onderstaand zijn de opfrisslides samengevat~~
Studiebelangrijk voor tentamen: in een studie naar health behaviour in school-aged kinderen is er gekeken naar het
verschil tussen kinderen van Nederlandse afkomst en kinderen van niet-westerse afkomst, en het verschil
per onderwijsniveau. Dit is gedaan bij kinderen tussen de 11-16 jaar d.m.v. zelfrapport elke vier jaar. Het is
zichtbaar dat emotionele problemen meer voorkomen bij voortgezet onderwijs. Daarnaast is er een afname
van problemen zichtbaar naarmate het voortgezet onderwijs van hoger niveau is. Significante verschillen
tussen Nederlandse afkomst en niet-westerse afkomst zijn bij basisonderwijs te zien voor
gedragsproblemen, problemen met leeftijdgenoten (beide hoger niet-westers) en voor hyperactiviteit.
Betreft voortgezet onderwijs is dit te zien bij hyperactiviteit (hoger Nederlands) en problemen met
leeftijdgenoten.
Classificatie en diagnose van childhood disorders
De ontwikkelingspsychopathologie bestudeert stoornissen
binnen de context van normale kinderontwikkeling. Er is een
relatie tussen kinder- en volwassenpsychopathologie. Zo zijn
sommige stoornissen uniek voor kinderen (seperation anxiety
disorder); sommige stoornissen zijn primair
kindertijdstoornissen, maar kunnen blijven bestaan in de
volwassenheid (bv. ADHD); en sommige stoornissen zijn
aanwezig in kinderen en volwassen (bv. depressie).
DSM-V: verdeeld childhood disorders in twee hoofdstukken:
neurodevelopmental disorders en disruptive, impulse controle,
and conduct disorder (CD). Daarnaast heeft de DSM-V nieuwe
namen voor stoornissen (bv. mentale retardatie wordt nu
intellectual disability genoemd). Het complexe overzicht van
childhood disorders is handig te kennen voor het tentamen.
Onderscheid: er kan onderscheid gemaakt worden tussen twee soorten:
• Externaliserende stoornissen: gekarakteriseerd door outward-directed behaviours zoals non-
compliance, agressiviteit, overactiviteit en impulsiviteit. Het omvat ADHD, conduct disorder en
oppositional defiant disorder (ODD) en is meer prevalent in jongens (kan ook bij meisjes).
• Internaliserende stoornissen: gekarakteriseerd door inward-focused behaviours, zoals depressie,
anxiety en sociale terugtrekking. Het omvat childhood anxiety en stemmingsstoornissen en is meer
prevalent in meisjes (kan ook bij jongens).
1
, Conduct disorder
In de afbeelding hiernaast staan de DSM-V-
criteria voor CD. CD komt voor in de
kindertijd, waar ODD in de volwassenheid. CD
is vaak ernstiger en ODD is vaak van
voorbijgaande aard. Middelenmisbruik (met
name alcohol) komt vaak voor bij CD, maar
het is onduidelijk of het een voorloper is of
gelijktijdig met de stoornis plaatsvindt.
Daarnaast is het comorbide met anxiety en
depressie (15-45%) en is CD een voorloper
hiervan. De prevalentie voor jongens is 4-
16%, waar voor meisjes 1.2-9%.
Moffitt: maakt onderscheid tussen twee CD types: (1) life-course persistent patroon van antisociaal gedrag,
wat 10-15x vaker voorkomt in jongens dan meisjes en (2) adolescence-limited met een majurity gap tussen
fysieke rijping en belonend volwassen gedrag. Follow-up longitudinale studies van LCP-type tonen
ernstigere problemen in de vroege volwassenheid, waaronder academisch onderpresteren,
neuropsychologische tekorten, ADHD, familie psychopathologie, slechtere fysieke gezondheid, lagere SES
en gewelddadig gedrag.
Etiologie van CD: in de afbeelding linksonder is de etiologie te zien. Het is belangrijk dat praktisch bij elke
stoornis er sprake is van interactie tussen sociale, psychologische en neurobiologische factoren.
• Neurobiologische factoren: slechte verbale skills, moeilijkheden met executief functioneren, lager IQ
en lagere levels van resting skin conductance en hartslag suggereren wellicht lagere arousal levels.
• Psychologische factoren: deficiënte morele ontwikkeling (met name gebrek aan berouw), modellering
en reinforcement van agressief gedrag, streng en inconsistent ouderschap, gebrek aan ouderlijke
monitoring en cognitieve bias; neutrale handeling van anderen worden als hostiel gezien. Zie
belangrijk voor tentamen
hieronder (rechts) Dodge’s Cognitive Theory of Aggression .
• Peer invloeden: afwijzing van leeftijdsgenoten en affiliatie met deviante leeftijdsgenoten.
• Socioculturele factoren: armoede, stedelijke omgeving, hogere rates van delinquente handelen onder
Afrikaanse-Amerikaanse mannen is gelinkt aan leven in slechtere buurten en niet aan ras.
2