Aantekeningen workshop
Apneu: Ademstilstand, vaak tijdens het slapen. Minstens 10 seconde.
Dyspneu: Gevoel van benauwdheid.
Hyperventilatie: Te snel ademen, diep ademen en daardoor zakt mijn Co2 naar beneden> vallen
flauw.
Kussmaul ademhaling: Diepe snakkige ademhaling. Bijvoorbeeld bij iemand in coma.
Cheyne- Stokes ademhaling: Ademhaling die wisseling gaat van diep naar oppervlakkig en met veel
tussenpozen. Vaak bij stervende personen.
Gaspen: Alle spieren worden bij elkaar getrokken. Je besluit daarna om te reanimeren. Net voor een
circulatie stilstand.
Inspiratie: Inademen
Expiratie: uitademen
Tackycardie: Hoge hardslag boven >100 slagen per minuut.
Bradycardie: Lager hardslag onder de <50 slagen per minuut.
Hypertensie: Hoge bloeddruk
Hypotesie: lage bloeddruk
Hyperthermie: hoge lichaamstemperatuur hoger dan 38 graden.
Hypothermie: lage lichaamstemperatuur lager dan 35 graden.
Systole: Bovendruk van de bloeddruk.
Diastole: Onderdruk. Hart ontspant
Rr= bloeddruk
Mmhg= Mm kwik
Apneu: Ademstilstand, vaak tijdens het slapen. Minstens 10 seconde.
Dyspneu: Gevoel van benauwdheid.
Hyperventilatie: Te snel ademen, diep ademen en daardoor zakt mijn Co2 naar beneden> vallen
flauw.
Kussmaul ademhaling: Diepe snakkige ademhaling. Bijvoorbeeld bij iemand in coma.
Cheyne- Stokes ademhaling: Ademhaling die wisseling gaat van diep naar oppervlakkig en met veel
tussenpozen. Vaak bij stervende personen.
Gaspen: Alle spieren worden bij elkaar getrokken. Je besluit daarna om te reanimeren. Net voor een
circulatie stilstand.
Inspiratie: Inademen
Expiratie: uitademen
Tackycardie: Hoge hardslag boven >100 slagen per minuut.
Bradycardie: Lager hardslag onder de <50 slagen per minuut.
Hypertensie: Hoge bloeddruk
Hypotesie: lage bloeddruk
Hyperthermie: hoge lichaamstemperatuur hoger dan 38 graden.
Hypothermie: lage lichaamstemperatuur lager dan 35 graden.
Systole: Bovendruk van de bloeddruk.
Diastole: Onderdruk. Hart ontspant
Rr= bloeddruk
Mmhg= Mm kwik