,Inhoudsopgave
Domein algemene economie.......................................................................................................................... 3
De arbeidsmarkt...................................................................................................................................................3
Internationale ontwikkelingen.............................................................................................................................7
Vrijhandel en protectie.........................................................................................................................................9
Valutamarkt.......................................................................................................................................................13
Internationale ontwikkeling...............................................................................................................................15
Geld en bankwezen............................................................................................................................................16
Consumptie.........................................................................................................................................................20
Markten..............................................................................................................................................................24
Productie............................................................................................................................................................29
Overheid en bestuur...........................................................................................................................................31
Taken van de overheid..................................................................................................................................31
Sociale zekerheid...........................................................................................................................................33
Domein Financiële administratie.................................................................................................................. 34
Voorziening........................................................................................................................................................40
Domein bedrijfseconomie............................................................................................................................ 46
Kosten/offers......................................................................................................................................................46
Duurzame productiemiddelen............................................................................................................................47
Kostprijs..............................................................................................................................................................49
Opslagmethode..................................................................................................................................................49
Differentiële kostprijs.........................................................................................................................................49
Resultaatberekening..........................................................................................................................................50
Kengetallen........................................................................................................................................................52
Rentabiliteit van het vermogen..........................................................................................................................54
Domein recht............................................................................................................................................... 56
Domein wiskunde en statistiek.................................................................................................................... 60
Domein Marketing....................................................................................................................................... 63
2
,Domein algemene economie
Macro-economie = de economische activiteiten op het niveau van land als geheel.
Micro-economie = bekijkt jet economische doen en laten van de individuele producten en
consumenten. Tot stand komen van prijzen en de verdeling van de productiefactoren.
Meso-economie = economische activiteiten op het niveau van sectoren en bedrijfstakken.
Plan economie (centraal geleide economie) = is een land waarin de staak als enige goederen
en diensten mag aanbieden. Hierdoor zijn alle bedrijven in handen van de staat.
(communistische landen)
De arbeidsmarkt
In een afnemende of laagconjunctuur zullen er voor elke vacature veel sollicitante zijn. De
factor arbeid heeft tijdens een recessie een redelijk zwakke onderhandelingspositie.
In een oplopende of hoogconjunctuur worden vacatures niet of moeilijk vervult.
Er zijn ook structurele ontwikkelingen die sporen na laten op de arbeidsmarktarbeid.
Vergrijzing
Immigratie
Arbeidsaanbod werkzoekende
Veranderd door:
Natuurlijke groei beroepsbevolking
Wijziging deelneming (de participatiegraad)
Vraag naar arbeid particuliere werkgevers en overheid
Veranderd door:
Stijging arbeidsproductiviteit
Groei nationaal product
Potentiele beroepsbevolking = alle mensen tussen de 15 en 65 jaar.
Beroepsbevolking = personen van 15 tot 65 jaar die betaald werk hebben of recent op zoek
zijn geweest (minimaal 12 uur).
beroepsbevolking
Bruto participatiegraad = x 100
beroepsgesc hikte bevolking
werkzame beroepsbevolking
Netto participatiegraad = x 100
beroepsgesc hikte bevolking
Armoedeval = gebrek aan financiële prikkels om (meer) te gaan werken.
Verborgen werkloosheid, komt voor:
Discouraged worker effect = menen willen wel werken, maar geven zich niet op als
werkzoekende, omdat ze denken dat ze toch geen baan zullen vinden.
Mensen die arbeidsongeschikt zijn verklaard, terwijl ze wel ergens zouden kunnen werken.
3
, Werknemers die vervroegd uittreden (VUT).
Lageren deelname aan het onderwijs.
Conjunctuurwerkloosheid = werkloosheid die een gevolg is van het te kort schieten van de
macrovraag, de bestedingen onderbestedingswerkloosheid.
Structuurwerkloosheid = werkloosheid die ontstaat als gevolg van een structuur van de
productie.
Werkloosheid minder geschikten (handicap)
Frictiewerkloosheid
Seizoenswerkloosheid
Structuurwerkloosheid in enge zin
Kwalitatieve problemen: er zijn geen mensen die de banen kunnen vervullen.
Kwantitatieve problemen: er zijn te weinig arbeidsplaatsen.
Op centraal niveau onderhandelen de werknemerscentrales (FNV, CNV, VCP) met
werkgeverscentrales (VNO, NCW). Dit zijn sociale partners. De afspraken die zij maken
vormen de uitgangspunten voor he CAO.
In de jaren 60 en 70 is afscheid genomen van de geleide loonpolitiek de overheid mag nu
alleen ingrijpen bij nood.
De overheid zorgt wel voor een beheerste loonstijging.
Krappe arbeidsmarkt
Indien de vraag naar arbeid (werkgelegenheid) het aanbod van arbeid (beroepsbevolking)
overtreft.
Dus weinig werkloosheid/ veel vacatures.
Ruime arbeidsmarkt
Indien het aanbod van arbeid (beroepsbevolking) de vraag naar arbeid (werkgelegenheid)
overtreft.
Loon-prijsspiraal
Wanneer loonstijgingen en prijsstijgingen elkaar opdrijven, spreken we van een loon-
prijsspriaal.
Startpunt: er heerst inflatie (de prijzen stijgen)
Vakbonden eisen namens hun werknemers in de CAO-besprekingen loonstijgingen die
tenminste de inflatie compenseren om de koopkracht te repareren.
4