Mate van auteurs: N. Jorg, C. Kelk en A.H. Klip (in eerste instantie geschreven voor de 13e druk, maar nu
een update naar de nieuwste druk geschreven: verschenen 15 augustus 2019 • Druk 14 •
ISBN 9789013151268)
Inhoudsopgave:
1 Karakter en plaats van het strafrecht
2 Indelingen van strafbare feiten
3 De constructie van het strafbare feit
4 De inwendige bestanddelen. Opzet en schuld
5 De strafbaarheid; voorwaarden en uitzonderingen
6 De uitbreiding van de strafbaarheid: poging,
voorbereiding en deelneming
7 Causaliteit en daderschap
8 Europese invloeden op het Nederlandse straf- en strafprocesrecht
9 Strafprocesrecht: voorbereidend onderzoek
10 Strafprocesrecht: eindonderzoek
11 Sancties, straftoemeting en straftenuitvoerlegging
, 1 Karakter en plaats van het strafrecht
Mensen straffen elkaar
Pijn en leed, mensen brengen elkaar dat toe van minder tot meer, van bewust tot onbewust en van
licht tot ernstig. Een voorbeeld hiervan is een tik geven aan een kind die kattenkwaad uithaalt.
Hierin zien wij de behoefte om bepaalde gedragsnormen in eigen kring nageleefd te zien en deze
eigenhandig te vergelden. Tot op zekere hoogte zijn deze reacties ‘normaal’ en vallen deze acties
buiten het strafrecht.
Daarentegen is het een ander verhaal wanneer deze reacties escaleren, denk aan een vader die zijn
kind mishandelt, de buurman die een stalker neerschiet of de vriendengroep die bushokjes vernielt.
Deze reacties gaan te ver en deze handelingen komen dan ook in de sfeer van het officiële
publiekrechtelijke strafrecht terecht. De overheid neemt als het ware het recht tot straffen over om
zo de eigenrichting en het eigen rechter spelen tegen te gaan.
Niet alle delicten vloeien zó duidelijk uit een bestaande verhouding tussen mensen voort
(relationele context), bijvoorbeeld bij een roofoverval van een supermarkt, in dronkenschap een
fietser doodrijden of de invoer van drugs. De criminologie en de forensische psychiatrie hebben ons
echter toch geleerd dat geen enkel delict los kan worden gezien uit de relationele context waarin
degene die het delict pleegt thuishoort (denk aan een ziekelijke behoefte aan luxe, erbij te horen of
een ongelukkig huwelijk).
Het is onmogelijk om in één zin een voor ieder bevredigende karakteristiek te geven van het
strafrecht, want deze raakt niet alleen de samenleving, maar ook de menselijke tragiek die ons allen
aangaat. Daarom houdt het strafrecht zich bezig met het verklaren van delinquent gedrag in het
algemeen als samenlevingsverschijnsel. Hoe meer gedragswetenschappelijke informatie
beschikbaar komt over afwijkend en delinquent gedrag, over de betekenis die aan de verschillende
soorten gedrag moet worden toegekend en ook over de functie van het strafrecht in de samenleving,
hoe meer moeite het soms kost om ‘alles begrijpen is alles vergeven’ te weerstaan en om bij het
officiële vertrekpunt van het strafrecht te beginnen, dat wil zeggen bij de technische definitie ervan.
Aan de andere kant is het strafrecht door zijn kanaliserende functie onmisbaar als maatschappelijk
instituut. De toepassing van de regels wordt door regels beheerst. We onderscheiden het formele
strafrecht en het materiële strafrecht. Het formele strafrecht schrijft de procedure voor, waarlangs
het materiële recht dient te worden gehandhaafd.
Het materiële strafrecht kan gedefinieerd worden als het geheel van rechtsvoorschriften dat aangeeft
voor welke gedragingen straf behoort te worden toegepast en waarin de straf hoort te bestaan. Het
formele strafrecht (ook wel strafprocesrecht) kan worden gedefinieerd als het geheel van
voorschriften dat aangeeft hoe het strafrecht op concrete feiten moet worden toegepast
Meerzijdige benaderingswijzen van het strafrecht
Strafrechtelijk systeem, maatschappij en de individuele justitiabel
Het strafrechtelijk systeem als geheel (opsporingsbevoegdheden, processuele dwangmiddelen en
vergaande straffen) kan impact hebben op de menselijke vrijheid. Het strafrecht beschikt over een
uitgebreid repressief instrumentarium en kan de indruk wekken dat het strafrecht zich uitsluitend
met immorele gedragen bezighoudt. Dit is niet zo, je hebt namelijk ook de lichte overtredingen.
Afgezien van het feit dat vooral de klassieke misdrijven zeer zeker de strafbaarstelling van
immoreel gedrag op zich zelf inhouden, laat de wetgever ook wel eens ruimte over in haar wetten,
zodat de rechter ruimte krijgt om de toepasselijkheid van een wetsbepaling op de concrete
gedragingen, naar regels van moraal en fatsoen in te kleuren. Zie bijvoorbeeld artikel 239 Sr.
‘schennis van eerbaarheid’. De wetgever heeft hier in feite het te bestraffen onrecht afhankelijk
gesteld van de naar plaats en tijd heersende opvattingen en heeft een open delictsomschrijving