Wat is beleid?
Beleid is het streven naar het bereiken van bepaalde doeleinden met bepaalde middelen en
in een bepaalde tijdsvolgorde. Gedragslijn voor verwezenlijking van bepaalde doelstellingen:
inkomensbeleid, kabinetsbeleid, prijsbeleid. Overleg, tact.
Fasen beleid en toepassen
Ken je de (focus van de) modellen van Allison
1. Rationele actormodel
Preferentie maximalisatie door als blokken opererende actoren met
duidelijke intenties, voorkeuren en belangen. Het besluit is een
berekend antwoord op een strategisch probleem. Aantonen dat het
onderzochte besluit het optimale middel is ter bereiking van een
welbepaald, vooropgesteld doel.
- Vaak te makkelijk, miskent belangrijke factoren, macht.
2. Organisatieproces model
Het routinematig o.b.v. vaste regels zoeken van oplossingen door grote organisaties. Besluit
is het product van routinematig opererende organisaties. toeschrijven van het onderzochte
besluit aan organisationele repertoires en routines.
3. Bureaupolitieke model
Bureaupolitieke onderhandeling en strijd die zich afspelen in vast kanalen tussen hiërarchisch
gepositioneerde spelers met elk hun eigen percepties ed. besluit: meestal door niemand zo
nagestreefde uitkomst van meerdere onderhandelingsspelen. Verklaring: laten zien dat het
onderzochte besluit het gevolg is van duw- en trekwerk van actoren met verschillende
percepties.
Beleidsbesluitvorming is een kwestie van intenties, procedures en bureaupolitiek.
Beleid is niet in een model te plaatsen.
Je begrijpt het model van Hoppe en kan dit toepassen
- Getemde problemen: consensus over maatstaven en
kennis is hoog(waterverontreiniging). Je weet waar je
naartoe streeft. Kort op de agenda.
- Ongetemde politieke problemen: moeilijk op te lossen,
wicked problems.(vluchtelingenproblematiek). Weinig
kennis en consensus over maatstaven. Strijd!
Je kent het stromenmodel, barrièremodel, kloofmodel en relatieve aandachtsmodel
1. Stromenmodel: drie stromen; problemen, politiek(politieke gebeurtenis) en oplossingen.
Als ze elkaar tegenkomen ontstaat beleid(policy window). Vorming van beleid is complex.
Beleidsentrepreneurs(politici) zorgen voor de doorbraak tussen de stromen.
2. Barrièremodel: agenda universum(al de onderwerpen waarvan uiteenlopende partijen
vinden dat ze onderwerp van politieke discussie beraad zouden moeten zijn).
Bewustwording>omzetting eisen>plaatsing agenda’s. Veelheid aan problemen
concurreert. Gelimiteerde agendaruimte. Actoren trachten barrières te overwinnen.
Geen vaste volgorde. Benadrukt belang macht in agendavorming.
3. Kloofmodel: kleine kloof tussen maatstaf en huidige situatie>beleid is minder
noodzakelijk. Overheidsbeleid richt zich op structurele problemen.
4. Relatieve aandachtsmodel: verschillende perspectieven om naar oplossing probleem te
kijken: korte termijn, lange termijn, kostenmaximalisatie(oplossing efficiënt),
participatieperspectief(oplossing doet recht aan verschillende belangen).
Je kan verklaren waarom problemen wel of niet op de agenda komen aan de hand van de
vier modellen.