KOM Oefenvragen Eindtoets, met antwoorden
20 Multiple Choice Vragen
1. Wat is het doel van kwalitatief onderzoek?
a) Het begrijpen van sociale fenomenen in een natuurlijke context
b) Het kwantificeren van resultaten
c) Het voorspellen van toekomstig gedrag
d) Het verifiëren van causale relaties
2. Wat is het risico van een "complete participant" in etnografisch
onderzoek?
a) Niet voldoende data verzamelen
b) Het risico op "going native"
c) Hawthorne effect
d) Onvolledige observaties
3. Welke steekproefmethode is het meest geschikt voor moeilijk
bereikbare groepen?
a) Gemakssteekproef
b) Quota steekproef
c) Sneeuwbalsteekproef
d) Doelgerichte steekproef
4. Wat is een kenmerk van inductief onderzoek?
a) Top-down benadering
b) Het testen van theorieën
c) Werken van data naar theorie
d) Gebruik van kwantitatieve methoden
5. Welke vorm van triangulatie combineert kwalitatieve en kwantitatieve
methoden?
a) Theoretische triangulatie
b) Onderzoeker triangulatie
c) Data triangulatie
d) Methoden triangulatie
6. Wat betekent "intern valide" onderzoek?
a) Het kan worden toegepast op een bredere populatie
b) Alle alternatieve verklaringen zijn uitgesloten
c) Het is onafhankelijk van de onderzoeker
d) De gebruikte methoden zijn betrouwbaar
7. Wat is een emic focus?
a) Een focus op wetenschappelijke objectiviteit
b) Het gebruiken van de taal van de respondenten
c) Het minimaliseren van variabelen
d) Het onderzoeken van maatschappelijke structuren
8. Wat is het belangrijkste kenmerk van een experimenteel onderzoek?
20 Multiple Choice Vragen
1. Wat is het doel van kwalitatief onderzoek?
a) Het begrijpen van sociale fenomenen in een natuurlijke context
b) Het kwantificeren van resultaten
c) Het voorspellen van toekomstig gedrag
d) Het verifiëren van causale relaties
2. Wat is het risico van een "complete participant" in etnografisch
onderzoek?
a) Niet voldoende data verzamelen
b) Het risico op "going native"
c) Hawthorne effect
d) Onvolledige observaties
3. Welke steekproefmethode is het meest geschikt voor moeilijk
bereikbare groepen?
a) Gemakssteekproef
b) Quota steekproef
c) Sneeuwbalsteekproef
d) Doelgerichte steekproef
4. Wat is een kenmerk van inductief onderzoek?
a) Top-down benadering
b) Het testen van theorieën
c) Werken van data naar theorie
d) Gebruik van kwantitatieve methoden
5. Welke vorm van triangulatie combineert kwalitatieve en kwantitatieve
methoden?
a) Theoretische triangulatie
b) Onderzoeker triangulatie
c) Data triangulatie
d) Methoden triangulatie
6. Wat betekent "intern valide" onderzoek?
a) Het kan worden toegepast op een bredere populatie
b) Alle alternatieve verklaringen zijn uitgesloten
c) Het is onafhankelijk van de onderzoeker
d) De gebruikte methoden zijn betrouwbaar
7. Wat is een emic focus?
a) Een focus op wetenschappelijke objectiviteit
b) Het gebruiken van de taal van de respondenten
c) Het minimaliseren van variabelen
d) Het onderzoeken van maatschappelijke structuren
8. Wat is het belangrijkste kenmerk van een experimenteel onderzoek?