Financiële staten:
Financial management is meer dan financial accounting, ook al kunnen de twee niet zonder elkaar.
Tijd en risico spelen bij financial management ook een rol. Tijd en risico moeten vertaald worden in
marktwaarden.
De belangrijkste financiële staten zijn de balans, winst-en-verliesrekening en het
kasstroomoverzicht.
>Balans:
Bij de balans kan de volgende vergelijking worden gemaakt:
Totale activa = Vreemd vermogen + Eigen vermogen
De balans is een opsomming van alle activa en claims op activa van een onderneming op een
bepaald moment. De balans is dus een moment opname! Activa genereren kasstromen en kunnen
dus waarde genereren. Claims zijn vreemd vermogen en eigen vermogen. De activa op de balans
wordt gerangschikt naar liquiditeit en het eigen vermogen is de sluitpost.
>Resultatenrekening:
Bij de resultatenrekening kan de volgende vergelijking worden gemaakt:
Winsten = Opbrengsten – Kosten
De resultatenrekening is een samenvattend overzicht van de winsten of verliezen over een
bepaalde periode. Er bestaan voor de resultatenrekening verschillende indelingen, namelijk de
categoriale en functionele. Bij de categoriale indeling ligt de nadruk op de kostenposten en bij de
functionele indeling op de verschillende afdelingen. Waar men op moet letten bij de
resultatenrekening is dat niet alle opbrengsten ook ontvangsten zijn (en andersom) en dat niet alle
kosten ook uitgaven zijn (en andersom). Daarnaast geldt het matching principe: Kosten en
opbrengsten die bij elkaar horen met elkaar matchen voor die periode. Ook wordt er bij de
resultatenrekening nog rekening gehouden met het voorzichtigheidsprincipe: als je nog kosten
verwacht voor een bepaalde periode moet je daar wel rekening mee houden.
>Kasstroomanalyse:
Bij het kasstroomoverzicht kan de volgende vergelijking worden gemaakt:
Netto kasstroom = Kasinstroom – Kasuitstroom
Het kasstroomoverzicht poogt inzicht te geven in de kasstromen van een organisatie in een
bepaalde periode. Het kasstroomoverzicht bestaat uit drie onderdelen: de operationele
kasstromen, de investeringskasstromen en de financieringskasstromen.
De bijbehorende formules zijn:
Operationele kasstroom (1) = Bedrijfsresultaat (EBIT) + afschrijving – belastingen
Δ werkkapitaal (2) = Δ vlottende activa – Δ vlottende passiva
Investeringskasstroom (3)= Vaste activa “eind” – Vaste activa “begin” + afschrijvingen
Kasstroom financiers (4)= (netto interest – Δ lening) + (dividend – Δ aandelen)
Vrije kasstroom= Financieringskasstroom= Operationele kasstroom - Δ werkkapitaal –
investeringskasstroom – kasstroom financiers
Een positieve vrije kasstroom zegt dat het goed gaat met het bedrijf.