DEZE SAMENVATTING HEB IK LATER BEKEKEN EN DEKT DE RELEVANTE LADING
Algemene Rekenkamer, Zicht op belastingverlichtende regelingen
Het kabinet-Rutte II heeft in september 2014 bij monde van de staatssecretaris van Financiën de
ambitie uitgesproken het Nederlandse belastingstelsel te herzien.
De twee studiecommissies en recent ook de Studiegroep Duurzame Groei (Economische Zaken, 2016)
bepleiten als oplossingsrichting onder andere een verbreding van de belastinggrondslag in combinatie
met lagere belastingtarieven. Dus minder fiscale regelingen die de grondslag versmallen, omdat deze
in potentie een opstuwende werking hebben op de belastingtarieven om dezelfde belastingopbrengst te
genereren.
In dit rapport inventariseert de Algemene Rekenkamer, ten behoeve van deze discussie, de fiscale
regelingen in Nederland voor zover deze de belastingontvangsten beperken. Daarbij maken wij een
zelfgekozen onderscheid tussen belastingfaciliteiten, belastinginstrumenten en overige
belastingregelingen:
1. Belastingfaciliteiten: in het Nederlandse fiscale stelsel opgenomen (samenstelling van)
bepalingen die primair beleidsdoelstellingen nastreven door het gedrag van belastingplichtigen
met fiscale regelingen te stimuleren of te ontmoedigen en als eerste orde effect hebben dat de
belastinginkomsten verminderen; en
2. Belastinginstrumenten: in het Nederlandse fiscale stelsel opgenomen (samenstelling van)
bepalingen die invulling geven aan het koopkracht-, inkomens- en vermogensbeleid en die als
eerste orde effect hebben dat belastinginkomsten verminderen; en
3. Overige belastingregelingen: bepalingen die onder andere leiden tot een doelmatige
belastingheffing of preventie van dubbele belasting. In dit rapport gaan wij verder niet in op deze
overige belastingregelingen.
Belangrijkste bevinding: het parlement heeft geen totaalbeeld
Wij constateren dat het parlement op dit moment geen periodiek geactualiseerd totaalbeeld heeft van
de fiscale regelingen in Nederland die de belastingontvangsten beperken; door ons gedefinieerd als
belastingfaciliteiten en -instrumenten.
Het parlement ontvangt over het grootste deel van de 179 belastingfaciliteiten geen periodieke
informatie.
Samengevat
De staatssecretaris van Financiën is verantwoordelijk voor uitvoering van de belastingwetgeving en
daarmee de belastingfaciliteiten. Van 89 belastingfaciliteiten is onduidelijk waar de beleidsmatige
verantwoordelijkheid ligt.
Voor in totaal 89 van de 179 belastingfaciliteiten geldt geen evaluatieverplichting. Voor de
belastinguitgaven is dat verplicht, voor de andere faciliteiten momenteel niet. Het wordt dus voor veel
van de belastingfaciliteiten niet duidelijk of het achterliggende beleid op een effectieve manier wordt
bereikt en tegen welke kosten.
Het parlement ontvangt hierdoor over een beperkt aantal faciliteiten periodiek informatie: de
Miljoenennota bevat in een bijlage informatie over de belastinguitgaven. Voor de belastinguitgaven
zijn (financiële) afspraken gemaakt over: toetsing vooraf (volgens een toetsingskader), budgettering,
monitoring, evaluatie en informatievoorziening. Voor de overige belastingfaciliteiten (89) bestaan
geen vergelijkbare afspraken en daarover ontvangt het parlement dan ook niet stelselmatig informatie.
Algemene Rekenkamer, Zicht op belastingverlichtende regelingen
Het kabinet-Rutte II heeft in september 2014 bij monde van de staatssecretaris van Financiën de
ambitie uitgesproken het Nederlandse belastingstelsel te herzien.
De twee studiecommissies en recent ook de Studiegroep Duurzame Groei (Economische Zaken, 2016)
bepleiten als oplossingsrichting onder andere een verbreding van de belastinggrondslag in combinatie
met lagere belastingtarieven. Dus minder fiscale regelingen die de grondslag versmallen, omdat deze
in potentie een opstuwende werking hebben op de belastingtarieven om dezelfde belastingopbrengst te
genereren.
In dit rapport inventariseert de Algemene Rekenkamer, ten behoeve van deze discussie, de fiscale
regelingen in Nederland voor zover deze de belastingontvangsten beperken. Daarbij maken wij een
zelfgekozen onderscheid tussen belastingfaciliteiten, belastinginstrumenten en overige
belastingregelingen:
1. Belastingfaciliteiten: in het Nederlandse fiscale stelsel opgenomen (samenstelling van)
bepalingen die primair beleidsdoelstellingen nastreven door het gedrag van belastingplichtigen
met fiscale regelingen te stimuleren of te ontmoedigen en als eerste orde effect hebben dat de
belastinginkomsten verminderen; en
2. Belastinginstrumenten: in het Nederlandse fiscale stelsel opgenomen (samenstelling van)
bepalingen die invulling geven aan het koopkracht-, inkomens- en vermogensbeleid en die als
eerste orde effect hebben dat belastinginkomsten verminderen; en
3. Overige belastingregelingen: bepalingen die onder andere leiden tot een doelmatige
belastingheffing of preventie van dubbele belasting. In dit rapport gaan wij verder niet in op deze
overige belastingregelingen.
Belangrijkste bevinding: het parlement heeft geen totaalbeeld
Wij constateren dat het parlement op dit moment geen periodiek geactualiseerd totaalbeeld heeft van
de fiscale regelingen in Nederland die de belastingontvangsten beperken; door ons gedefinieerd als
belastingfaciliteiten en -instrumenten.
Het parlement ontvangt over het grootste deel van de 179 belastingfaciliteiten geen periodieke
informatie.
Samengevat
De staatssecretaris van Financiën is verantwoordelijk voor uitvoering van de belastingwetgeving en
daarmee de belastingfaciliteiten. Van 89 belastingfaciliteiten is onduidelijk waar de beleidsmatige
verantwoordelijkheid ligt.
Voor in totaal 89 van de 179 belastingfaciliteiten geldt geen evaluatieverplichting. Voor de
belastinguitgaven is dat verplicht, voor de andere faciliteiten momenteel niet. Het wordt dus voor veel
van de belastingfaciliteiten niet duidelijk of het achterliggende beleid op een effectieve manier wordt
bereikt en tegen welke kosten.
Het parlement ontvangt hierdoor over een beperkt aantal faciliteiten periodiek informatie: de
Miljoenennota bevat in een bijlage informatie over de belastinguitgaven. Voor de belastinguitgaven
zijn (financiële) afspraken gemaakt over: toetsing vooraf (volgens een toetsingskader), budgettering,
monitoring, evaluatie en informatievoorziening. Voor de overige belastingfaciliteiten (89) bestaan
geen vergelijkbare afspraken en daarover ontvangt het parlement dan ook niet stelselmatig informatie.