Hoge Raad 12-5-1999, BNB 1999/271 Arbeidskostenforfaitarrest
Overweging
De Hoge Raad oordeelt dat de rechter een terughoudende opstelling behoort te hebben en dat
in het geval dat er een rechtstekort is, dit tekort moet worden opgevuld door de wetgever en
niet door de rechter. De Hoge Raad leidt deze terughoudendheid af van de strikte scheiding
binnen de Trias Politica en zegt dat dit dus passend is in ons staatsrechtelijk stelsel. In het
geval dat de rechter toch het rechtstekort zou opvullen, zou de rechter treden in de
wetgevende macht. In het geval dat het rechtstekort echter bekend is bij de wetgever, maar
deze hier niet ingrijpt, heeft de rechter wel bevoegdheid het rechtstekort op te vullen.
Rechtsregel
In het geval dat er een rechtstekort is, dient dit in principe opgevuld te worden door de
wetgever in plaats van de rechter. De rechter heeft dus een ‘margin of appreciation’.
, EHRM 22-6-1999, nr. 46757/99, Della Ciaja/Italy, BNB 2002/398
De noodzaak tot terughoudendheid van de rechter wordt expliciet erkend in de – ook voor de
Hoge Raad maatgevende – rechtspraak van het EHRM: de belastingwetgever beschikt over
een ‘wide margin of appreciation’ (EHRM 1999 Della Ciaja). Daarbij dient het oordeel van de
wetgever te worden geëerbiedigd tenzij dat van redelijke grond ontbloot is.
Overweging
De Hoge Raad oordeelt dat de rechter een terughoudende opstelling behoort te hebben en dat
in het geval dat er een rechtstekort is, dit tekort moet worden opgevuld door de wetgever en
niet door de rechter. De Hoge Raad leidt deze terughoudendheid af van de strikte scheiding
binnen de Trias Politica en zegt dat dit dus passend is in ons staatsrechtelijk stelsel. In het
geval dat de rechter toch het rechtstekort zou opvullen, zou de rechter treden in de
wetgevende macht. In het geval dat het rechtstekort echter bekend is bij de wetgever, maar
deze hier niet ingrijpt, heeft de rechter wel bevoegdheid het rechtstekort op te vullen.
Rechtsregel
In het geval dat er een rechtstekort is, dient dit in principe opgevuld te worden door de
wetgever in plaats van de rechter. De rechter heeft dus een ‘margin of appreciation’.
, EHRM 22-6-1999, nr. 46757/99, Della Ciaja/Italy, BNB 2002/398
De noodzaak tot terughoudendheid van de rechter wordt expliciet erkend in de – ook voor de
Hoge Raad maatgevende – rechtspraak van het EHRM: de belastingwetgever beschikt over
een ‘wide margin of appreciation’ (EHRM 1999 Della Ciaja). Daarbij dient het oordeel van de
wetgever te worden geëerbiedigd tenzij dat van redelijke grond ontbloot is.