Swk 3
Les 1 wat is opvoeding en opvoedingsondersteuning
Leerdoelen:
- Je kunt benoemen wat er onder opvoeden wordt verstaan
- Je kunt de functie van opvoedingsondersteuning benoemen
Wat is opvoeden?
Iedere invloed die mensen, onbedoeld of bedoeld, uitoefenen op de ontwikkeling en het functioneren van
het kind.
Een stap-voor-stap proces waarin steeds meer mogelijkheden van een kind zich ontplooien.
Het opvoedproces kenmerkt zich door:
Coregulatie (samen beheersen) & adaptie
Opvoeden is een proces
Dat energie, tijd en soms pijn en moeite van ouders kost. Ouders die over het algemeen in staat zijn
sensitief en responsief te reageren, creëren de meest veilige opvoedsituatie.
Sensitiviteit is een gevoeligheid voor de signalen van het kind
Responsief reactie
Ouders hebben opvoedingsidealen
Ontstaan door:
- De eigen opvoeding
- Hun persoonlijkheidsontwikkeling
- Het sociale netwerk
- De maatschappij en culturele omgeving
Opvoeddoelen
Universele opvoeddoelen
- Waarborgen van fysieke, sociale en emotionele welzijn van het kind
- Economische competenties
- Culturele waarden en normen overdragen
Nederlandse opvoeddoel
- Autonomie
Doel van opvoedingsondersteuning
Opvoedingsondersteuning is gericht op het verbeteren van de opvoedsituatie van kinderen (NJI)
- Het voorkomen van problemen in de opvoeding
- Het helpen oplossen van bestaande zorgen en problemen
- Het versterken van pedagogische competenties en vaardigheden van ouders
Preventie
- Algemene preventie, voor alle ouders, dat het met alle kinderen goed gaat
- Selectieve preventie, ouders waar opvoedspanning is
- Geïndiceerde preventie, zorg vanuit de instelling, doorverwijzen
Vormen van opvoedingsondersteuning
- Informatie en voorlichting over ontwikkeling van kinderen
- Bevorderen van sociale steun en zelfhulp over omgang met kinderen
- Vroegtijdige signalering en verwijzing
- Pedagogische advisering en begeleiding
Les 2 familie (gezins)-structuren en normatief denken
Leerdoelen:
, - Je kunt de verschillende gezinsvormen benoemen
- Je kent de invloed van de verschillende gezinsvormen op de opvoeding
- Je kent de invloed van echtscheiding en overlijden op de opvoeding
Timing ouderschap tienermoeders
Vaker:
- Minder sensitief
- Hardhandige disciplinering
- Meer negatieve moeder-kind-interacties (hangt met elkaar samen)
Welke hypotheses zitten er achter het idee dan tienermoederschap onwenselijk is?
- Sociale selectie-hypothese
Tienermoederschap kan samenhangen met psychosociale factoren die worden doorgegeven van ouders op
kinderen en de kwaliteit van opvoeden negatief beïnvloeden.
- Sociale invloed-hypothese
Tienermoederschap levert sociale stress & financiële stress op en onderbreekt normale ontwikkeling van
de jongere -> minder goed opvoeden
- Niet-vanzelfsprekende-zwangerschap hypothese
Ouders hebben veel moeite moeten doen om een kind te krijgen, maken een bewuste keuze en zijn
hierdoor beter voorbereid op het ouderschap
- Maturiteitshypothese
Oudere moeders hebben meer kennis, levenservaring en financiële en sociale steun waardoor ze beter in
staat zijn om een positief opvoedklimaat te creëren
Gevolgen echtscheiding
- Meeste kinderen ondervinden geen langdurige problemen
- Het observeren van psychische problemen (bij ouders) en conflict en vijandigheid tussen ouders
(soms al voor de scheiding) is voor kinderen stressvol
- Veranderingen als gevolg van scheiding kunnen het welbevinden van kinderen negatief
beïnvloeden (Spruijt & Kormos, 2010) (bijv. nieuwe school, minder contact met een ouder)
- Beschermende factoren individu: optimisme, intelligentie, temperament en een realistische kijk op
scheiding
- Beschermende factoren gezin: opvoedstijl met structuur en grenzen en na de scheiding steun van
familie en vrienden of professionals
Structuur = vorm van een gezin -> kijk ook naar de inhoud (steun, omvang, opvoedstijl)
Gezinnen met dezelfde structuur verschillen onderling enorm in pedagogische omgang en welbevinden
Een vergelijking over het ‘gemiddelde gezin-type X’ en het ‘gemiddelde gezin-type y’ is waar op
groepsniveau, maar lang niet altijd op individueel gezinsniveau
Les 3 het belang van opvoeden, opvoedstijlen en opvoedvaardigheden
Leerdoelen:
- Je kunt het belang van opvoeden beschrijven en kent de verschillende opvoedstijlen en
opvoedvaardigheden
Les 1 wat is opvoeding en opvoedingsondersteuning
Leerdoelen:
- Je kunt benoemen wat er onder opvoeden wordt verstaan
- Je kunt de functie van opvoedingsondersteuning benoemen
Wat is opvoeden?
Iedere invloed die mensen, onbedoeld of bedoeld, uitoefenen op de ontwikkeling en het functioneren van
het kind.
Een stap-voor-stap proces waarin steeds meer mogelijkheden van een kind zich ontplooien.
Het opvoedproces kenmerkt zich door:
Coregulatie (samen beheersen) & adaptie
Opvoeden is een proces
Dat energie, tijd en soms pijn en moeite van ouders kost. Ouders die over het algemeen in staat zijn
sensitief en responsief te reageren, creëren de meest veilige opvoedsituatie.
Sensitiviteit is een gevoeligheid voor de signalen van het kind
Responsief reactie
Ouders hebben opvoedingsidealen
Ontstaan door:
- De eigen opvoeding
- Hun persoonlijkheidsontwikkeling
- Het sociale netwerk
- De maatschappij en culturele omgeving
Opvoeddoelen
Universele opvoeddoelen
- Waarborgen van fysieke, sociale en emotionele welzijn van het kind
- Economische competenties
- Culturele waarden en normen overdragen
Nederlandse opvoeddoel
- Autonomie
Doel van opvoedingsondersteuning
Opvoedingsondersteuning is gericht op het verbeteren van de opvoedsituatie van kinderen (NJI)
- Het voorkomen van problemen in de opvoeding
- Het helpen oplossen van bestaande zorgen en problemen
- Het versterken van pedagogische competenties en vaardigheden van ouders
Preventie
- Algemene preventie, voor alle ouders, dat het met alle kinderen goed gaat
- Selectieve preventie, ouders waar opvoedspanning is
- Geïndiceerde preventie, zorg vanuit de instelling, doorverwijzen
Vormen van opvoedingsondersteuning
- Informatie en voorlichting over ontwikkeling van kinderen
- Bevorderen van sociale steun en zelfhulp over omgang met kinderen
- Vroegtijdige signalering en verwijzing
- Pedagogische advisering en begeleiding
Les 2 familie (gezins)-structuren en normatief denken
Leerdoelen:
, - Je kunt de verschillende gezinsvormen benoemen
- Je kent de invloed van de verschillende gezinsvormen op de opvoeding
- Je kent de invloed van echtscheiding en overlijden op de opvoeding
Timing ouderschap tienermoeders
Vaker:
- Minder sensitief
- Hardhandige disciplinering
- Meer negatieve moeder-kind-interacties (hangt met elkaar samen)
Welke hypotheses zitten er achter het idee dan tienermoederschap onwenselijk is?
- Sociale selectie-hypothese
Tienermoederschap kan samenhangen met psychosociale factoren die worden doorgegeven van ouders op
kinderen en de kwaliteit van opvoeden negatief beïnvloeden.
- Sociale invloed-hypothese
Tienermoederschap levert sociale stress & financiële stress op en onderbreekt normale ontwikkeling van
de jongere -> minder goed opvoeden
- Niet-vanzelfsprekende-zwangerschap hypothese
Ouders hebben veel moeite moeten doen om een kind te krijgen, maken een bewuste keuze en zijn
hierdoor beter voorbereid op het ouderschap
- Maturiteitshypothese
Oudere moeders hebben meer kennis, levenservaring en financiële en sociale steun waardoor ze beter in
staat zijn om een positief opvoedklimaat te creëren
Gevolgen echtscheiding
- Meeste kinderen ondervinden geen langdurige problemen
- Het observeren van psychische problemen (bij ouders) en conflict en vijandigheid tussen ouders
(soms al voor de scheiding) is voor kinderen stressvol
- Veranderingen als gevolg van scheiding kunnen het welbevinden van kinderen negatief
beïnvloeden (Spruijt & Kormos, 2010) (bijv. nieuwe school, minder contact met een ouder)
- Beschermende factoren individu: optimisme, intelligentie, temperament en een realistische kijk op
scheiding
- Beschermende factoren gezin: opvoedstijl met structuur en grenzen en na de scheiding steun van
familie en vrienden of professionals
Structuur = vorm van een gezin -> kijk ook naar de inhoud (steun, omvang, opvoedstijl)
Gezinnen met dezelfde structuur verschillen onderling enorm in pedagogische omgang en welbevinden
Een vergelijking over het ‘gemiddelde gezin-type X’ en het ‘gemiddelde gezin-type y’ is waar op
groepsniveau, maar lang niet altijd op individueel gezinsniveau
Les 3 het belang van opvoeden, opvoedstijlen en opvoedvaardigheden
Leerdoelen:
- Je kunt het belang van opvoeden beschrijven en kent de verschillende opvoedstijlen en
opvoedvaardigheden