Cursusdoelen
1. De aspecten en de factoren van de economische groei na 1000, alsmede van de stagnatie in de groei vanaf 1300
te benoemen.
2. Te bepalen in hoeverre de middeleeuwse stad een uniek fenomeen vormde in vergelijking met urbane
nederzettingen in eerdere tijdvakken in Europa en elders in de wereld.
3. De rol van de kooplieden, de stadsheer en de gildenorganisaties bij de totstandkoming van de middeleeuwse
stad te omschrijven.
4. De veranderende politiek-bestuurlijke verhouding tussen de vorst en de standen in de feodale hofraad en de
standenvergadering uit te leggen.
5. De eigentijdse, feodale betekenis van de Magna Carta te vergelijken met de betekenis van dit document op de
langere termijn.
6. Aan te geven dat de investituurstrijd en de kruistochten voortkwamen uit een gemeenschappelijke achtergrond,
namelijk de Gregoriaanse kerkhervorming van de 11e eeuw.
7. Aan de hand van een eigen gekozen voorbeeld een onderscheid te maken tussen de uiteenlopende motieven
van een persoon om deel te nemen aan een van de Kruistochten.
8. Uit te leggen hoe de idee ‘Europa’ als christelijke cultuurwereld zich in deze periode ontwikkelt, mede dankzij de
expansie van de Europese militaire macht.
KENMERKENDE ASPECTEN
- De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane
samenleving
- De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van
steden
- Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het
primaat behoorde te hebben
- De expansie van de christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van de kruistochten
- Het begin van staatsvorming en centralisatie
De opkomst van handel en ambacht die de basis legde voor het herleven van een agrarisch-urbane
samenleving
Verbeteringen landbouw:
- Ontginningen
- Ploeg ne paard
- Drieslagstelsel
→ Door het voedsel- en bevolkingsoverscht ontstaan er ambachten en handel
= ontstaan van steden!
De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden
Stadslucht maakt vrij: Door bevolkingsgroei:
- Horige krijgen vrijheid in de stad - Meer landbouwgrond nodig
- Adel wilde horige behouden dus moesten zij op - Adel wil boeren motiveren om nieuwe gronden te
het domein meer vrijheid gaan geven ontginnen, boeren krijgen daar vrijheden voor terug
, Het conflict in de Christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke dan wel de geestelijke macht het
primaat behoorde te hebben
- Oosters schisma
- De investituursstrijd
- De hervormingsbeweging
= - Kritiek op de kerk en de Paus
- Tegen luxe en weelde in de kerk
Oosters schisma: Investituursstrijd:
- De bisschop van Constantinopel wilde niet langer - Conflict over de investituur: benoeming van de
ondergeschikt zijn aan de Paus in Rome bisschoppen
- 1054 Ooster schisma: scheiding tussen West- - Duitse keizers stelden zelf bisschoppen aan →
Europese kerk en de Oostelijke Christenen deze werd ook leenman
- Ontstaan van Grieks-Orthodoxe kerk - 1122 compromis: concordaat van Worms
= de Paus benoemt de bisschop, daarna draagt de
keizer de scepter over voor de wereldlijke macht
De expansie van de Christelijke wereld naar buiten toe, onder andere in de vorm van kruistochten
Motieven:
- Zonde vergeven door op pelgrimstocht te gaan
- Jeruzalem bevrijden van de Moslims
- De Paus wilde zijn macht in het oosten vergroten
- Er was in Europa veel ruzie tussen adel om land → Gezamenlijke vijand en nieuwe gebieden veroveren
Het begin van staatsvorming en centralisatie
Redenen:
- Koningen willen aan het eind van de middeleeuwen hun macht versterken
- Regeren vanuit 1 plaats
- Leenmannen kwamen in verzet: centralisatie ging ten koste van hun eigen macht
Hoe werd centralisatie mogelijk?
- Door handel kwam geld weer terug bij de koning
- Door extra belastingen konden koningen huurlegers betalen
- Ambtenaren inhuren om de taken van de edelen over te nemen
→ Waren wel trouw
→ Zo niet, dan kon je deze mensen ontslaan
Domein 2.1 c Basisinzichten, geschiedenis moet betekenisvol voor leerlingen zijn.
DOMEIN 3 HISTORISCH REDENEREN
3.2 a Continuïteit en discontinuïteit.
3.2 c Historische ontwikkeling
3.2g Periodisering
4.4. Tijd van steden en staten
4.4.a De opkomst van handel en ambacht als basis voor herleving van een agrarisch-urbane samenleving
4.4b De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van de steden. van steden.
, 4.4c. Het conflict in de christelijke wereld over de vraag of de wereldlijke danwel de geestelijke macht het
primaat behoorde te hebben.
4.2d De expansie van de christelijke wereld, onder andere in de vorm van kruistochten 4.2d. Het begin van
staatsvorming en centralisatie
, COLLEGE WEEK 1, 13 NOVEMBER 201 8
Terugblik op tijdvak 2 en 3:
Romeinse beschaving werd verdrongen door Barbaren, hierdoor viel heel de Romeinse beschaving in
duigen.
Zuilen worden hergebruikt voor de gebouwen, vooral Christelijke bouwwerken.
Romeinse beschaving verdween in het tijdvak 3.
Tijdvak 3:
- Feodaliteit
- Plechtigheden van feodaliteit
- Leenhulden
- Verspreiding van Christendom
- Syncretisme
- Verbond tussen kerk an staat ontstond
- Opkomst van Islam
- Verspreiding Islam
- Rijkdom is in het midden-oosten te vinden
- Autarkie
→ Tijdvak van achteruitgang
Religieus
Economisch
Politiek