Inleiding Sociaalwetenschappelijk Onderzoek – Jaar 1,
blok 1
Collegedictaten 2019/2020
LEC-2 – 10-09-19
- Directe waarnemingen en indirect waarneembare concepten.
- Kwalitatieve en kwantitatieve gegevens.
- Kwalitatief: kwaliteiten of hoedanigheden. (ook wel zachte data)
- Kwantitatief: getallen en maten. (ook wel harde data)
- Belangrijkste verschillen (is ook programma hoorcolleges):
1. Kenmerken van data: (week 5)
a. Kwantitatief maakt gebruik van getallen en maten.
b. Kwalitatief maakt gebruik van kwaliteiten en
hoedanigheden (woorden, foto’s, symbolen).
2. Onderzoeksdoelen: (week 3)
a. Kwantitatief vaker beschrijvend en verklarend i.p.v.
verkennend.
b. Kwalitatief vaker verkennend en beschrijvend i.p.v.
verklarend.
3. Onderzoeksproces: (week 3 en 6)
a. Kwantitatief vaker lineair en gestructureerd.
b. Kwalitatief vaker iteratief en flexibel.
4. Assumpies over de wereld: (week 4)
a. Kwantitatief is positivistisch (alleen empirische
wetenschap is waar, waarheid is objectief waar te
nemen
b. Kwalitatief is positivistisch of interpretatief (waarheid
is subjectief, niet 1 waarheid)
5. Rol van theorie (week 2)
Ideologie vs Theorie
Ideologie: Theorie:
1. Normatief 1. Objectief
2. Absolute zekerheid 2. Erkent onzekerheid
3. Niet duidelijk gedefinieerd 3. Expliciet en precies
4. Negeert tegenstrijdig bewijs 4. Verwelkomt tegenstrijdig
bewijs
5. Bepaald en onbetwist 5. Open voor discussie
- Een theorie bestaat uit:
1. Onderzoekseenheden (unit of analysis)
1