Bestuurskunde, jaar 1, blok 1
Openbaar Bestuur en Bestuurswetenschap
LEC 9 – 02-10-2019
Organisatie & Management II
Risico’s en nadelen bureaucratie:
Weber: Beamtenherrschaft; vierde macht van ambtenaren.
Bureaucratisme, ritualisme, doelverschuiving, parafencultuur
(stereotype van de bureaucratie).
De professionele organisatie:
Bedoeld voor de behartiging van complexe taken.
Hoge opleiding vereist; sterke horizontale arbeidsdeling tussen de
professionals / disciplines.
Autonomie van uitvoerenden; weinig verticale arbeidsdeling.
Gedecentraliseerde organisatie.
Professie (een beroep, deskundigheid, (meestal intellectueel) met
duidelijke afgrenzing, met een bepaalde vakcode. Meestal werken ze
allemaal op dezelfde manier (bijv. artsen). Geen open toegang tot
professie, alleen toegankelijk met speciale opleiding.) is voor
uitvoerenden belangrijker dan de organisatie.
Coördinatie door middel van standaardisatie van vaardigheden.
Nadelen professionele organisatie
Sturing professionals en uitsluiting buitenwereld (autonomie);
Samenwerking professionals (eigen domein);
Vernieuwing organisatie en werkwijze (routines);
Inadequate behandeling cliënten (‘operatie geslaagd, patiënt
overleden’);
Voor ambtelijke organisaties: problemen met de ambtelijke loyaliteit
en spanning hiërarchie – deskundigheid.
De projectmatige organisatievorm
Gevormd voor een specifieke taak;
Weinig formalisatie en hiërarchie;
Ad hoc werkwijze en flexibele structuur;
Grote nadruk op deskundigheid en informele communicatie;
Cultuur van betrokkenheid en toewijding.
Bezwaren projectorganisatie
Onduidelijkheid over verantwoordelijkheden en bevoegdheden;
, Veel onzekerheid;
Veel overleg;
Gebrekkige continuïteit;
Moeizame verhouding projectorganisatie – staande organisatie.
Organisatie en omgeving: de contingentiebenadering
Er is geen ‘one best way’ van organiseren en managen
De organisatiestructuur moet in overeenstemming met de omgeving
zijn.
Gevolgen van omgevingskenmerken voor (structuur)organisatie:
Naar mate de omgeving meer…
… stabiel is, leidt dit tot formalisatie ofwel bureaucratisering.
… complex is, vraagt dit om decentralisatie.
… heterogeen is, vraagt dit om diversificatie.
… vijandig is, leidt dit tot centralisatie.
Omgeving publieke organisaties:
Politiek: politici bepalen doelen en wijzen middelen toe,
organisaties leggen verantwoording af aan politici.
o Juridisch (bestuursrecht, algemene beginselen van behoorlijk
bestuur, ambtenarenrecht);
o Interbestuurlijk (verticale en horizontale bestuurlijke relatie);
o Maatschappelijk (belangengroeperingen, media, publieke
opinie)
Gevolgen van omgevingseisen van goed bestuur:
Rechtmatigheid en integriteit nopen tot formalisatie ofwel
bureaucratisering;
Democratie noopt tot formalisatie en centralisatie, vanwege
transparantie en verantwoordelijkheden.
Doeltreffendheid en doelmatigheid: hangt er van af; bij
routinematige dienstverlening past formalisatie, bij complexe
vraagstukken decentralisatie, bij turbulente omgeving formalisatie.
Management
Management was de beheersing van organisatie om de organisatie beter
te laten functioneren om zo het doel te bereiken.
Wat doen managers eigenlijk?
Volgens handboeken en opleidingen maken managers strategische
plannen.