Sociale psychopathologie
Wat is netwerkanalyse?
Sociaal is de 3de pijler van het bio-psycho-sociaal model. De forensische psychologie focust met name op het
psycho gedeelte, waar nu ook biomarkers meer opkomen. Echter, sociaal wordt vaak verwaarloosd in de
forensische psychologie. Hierbij zijn RNR belangrijk, met name de needs.
Sociale netwerkanalyse (SNA): een methode waarmee iemand de verbindingen tussen individuen of
groepen of instituties kan analyseren. Het staat toe om te onderzoeken hoe instituties samenhangen. Het
voordeel van SNA is dat, anders dan andere methodes, het focust op interactie (in tegenstelling tot
individueel gedrag). Netwerkanalyse staat toe te onderzoeken hoe de configuratie van netwerken beïnvloedt
hoe individuen en groepen, organisaties of systemen functioneren. De FSNA-methode bestaat uit twee
Forensisch Sociaal Netwerk Interviews voor zowel netwerkleden als voor patiënt.
Waarom interessant: je weet bijvoorbeeld bij psychopaten dat zij niet in staat zijn om lange relaties te
hebben, en de relaties die zij hebben van een ander type/kwaliteit zijn (bv. oppervlakkig). In onderzoek naar
netwerkconfiguraties bij een ADHD-patiënt was te zien dat na 3-4 maanden er geheel andere mensen in het
netwerk zaten, die door de patiënt als enorm belangrijk gezien werden.
Theoretische fundering: je hebt met sociale psychologie te maken bij forensische psychologie. Dit kan
uitgelegd worden aan bv. het onderscheid tussen “self” en “other” in persoonlijkheidsmodellen; dit is niet
goed ontwikkeld bij forensische patiënten. Als er gekeken wordt naar de “central eight” zijn antisociale peers,
afwezigheid van prosociale vrijetijdsactiviteiten en dysfunctionele familie direct gerelateerd aan sociale
netwerken. De sociale relatie is ook te zien in de HKT-R en HCR-20v3 (bv. delinquent sociaal netwerk en
problematiek (ex-) partnerrelatie).
Netwerkconfiguraties: er zijn drie basis vormen:
1. Cohesive: iedereen kent iedereen (bijvoorbeeld deel A).
2. Bow-tie: niet iedereen kent elkaar (bijvoorbeeld B).
3. Spoke: de patiënt kent iedereen, maar de anderen elkaar
niet; hierdoor weinig sociale controle waardoor delicten
mogelijker zijn (C).
Hiernaast kan je ook netwerkconfiguraties hebben waarin alle drie de vormen voorkomen (zie D).
Sociale netwerken raakt aan sociaal kapitaal: Adequate sociale netwerken vinden hun oorsprong in de
ontwikkelingspsychologie. Ontwikkelingsstoornissen en deviante sociale netwerken gaan hand in hand. Het
kan fout gaan in de ontwikkeling. Ontwikkelingsstoornissen manifesteren zich vroeg als gevolg van nurture-
nature. Er kan sprake zijn van problemen op cognitief vlak, executief functioneren, sociaal-emotionele
ontwikkeling en persoonlijkheid (cluster B). Dit kan leiden tot problemen op diverse domeinen, waaronder
school, persoonlijkheid en agressie en pesten en zo sociale uitsluiting. Daarnaast is er door peer-selectie
verhoogde kans op crimineel gedrag, voor zowel jongens als meisjes. Zo gaan ontwikkelingsstoornissen dus
hand in hand met risicovolle netwerken.
1