Bijeenkomst 2: Tuchtrecht en aansprakelijkheid
Inleiding De patiënt heeft volgens de WGBO recht op goed hulpverlenerschap en is niet altijd
tevreden over de kwaliteit van zorg die hij ontvangt. Soms is er sprake van slecht functionerende
zorgprofessionals, maar ook het afzeggen van een poliklinische afspraak leidt tot ontevredenheid. De
verpleegkundige heeft vaak het eerste contact met de ontevreden patiënt. Het is daarom belangrijk
dat de student weet hoe zij hiermee om moet gaan. En indien de klacht haar eigen handelen betreft
moet de verpleegkundige weten wat haar juridische positie is. Dit tweede werkcollege gaat over
klachtrecht, tuchtrecht, civielrechtelijke aansprakelijkstelling en strafvervolging. De volgende vragen
worden beantwoord: Hoe kan de patiënt een klacht indienen over de kwaliteit van zorg en hoe wordt
hij in zijn gelijk gesteld? Wanneer gaat dit samen met een (im)materiële schadevergoeding en
sancties tegen de zorgverlener?
Doelen De student kan:
1. het verschil tussen artikel 3, 14, 34 en 36a beroepen van de wet BIG uitleggen;
Zie les 1
2. de bevoegdheden en bekwaamheidseisen van BIG-geregistreerde en niet BIG-geregistreerde
hulpverleners beschrijven m.b.t. de voorbehouden handelingen;
Zie Les 1
Functionele zelfstandige (artikel 39 BIG)
Verpleegkundige zijn functioneel zelfstandig bevoegd voor:
- Het toedienen van injecties onder de huid, in de spieren en in de ader
- Het katheteriseren van de blaas
- Het inbrengen van een maagsonde of een infuus
- Het aanprikken van een ader
- Het prikken van de hiel bij een pasgeborene.
Zij doen dit wel ‘in opdracht van’ arts en het toezicht vervalt bij zelfstandig functioneel.
Ook moet de persoon bekwaam zijn.
3. de juridische gronden voor tucht-, civiel-, klacht- en bestuursrechtelijke aansprakelijkheid
beschrijven;
Tuchtelijke normen
Artikel 47 formuleert 2 normen waaraan de tuchtrechter het optreden van de zorgverlener toetst:
- Tekortschieten in de zorgvuldigheid
- Zich niet gedragen zoals word beaamt.
Voorbeelden van tekortschietingen:
- Onvolledig of niet informeren
- Handelen buiten eigen deskundigheid
- Onzedelijk gedrag
- Onvoldoende verslaglegging
- Niet behandelen van een patiënt volgens de regels
- Niet of te laat naar de patiënt toe gaan
Inleiding De patiënt heeft volgens de WGBO recht op goed hulpverlenerschap en is niet altijd
tevreden over de kwaliteit van zorg die hij ontvangt. Soms is er sprake van slecht functionerende
zorgprofessionals, maar ook het afzeggen van een poliklinische afspraak leidt tot ontevredenheid. De
verpleegkundige heeft vaak het eerste contact met de ontevreden patiënt. Het is daarom belangrijk
dat de student weet hoe zij hiermee om moet gaan. En indien de klacht haar eigen handelen betreft
moet de verpleegkundige weten wat haar juridische positie is. Dit tweede werkcollege gaat over
klachtrecht, tuchtrecht, civielrechtelijke aansprakelijkstelling en strafvervolging. De volgende vragen
worden beantwoord: Hoe kan de patiënt een klacht indienen over de kwaliteit van zorg en hoe wordt
hij in zijn gelijk gesteld? Wanneer gaat dit samen met een (im)materiële schadevergoeding en
sancties tegen de zorgverlener?
Doelen De student kan:
1. het verschil tussen artikel 3, 14, 34 en 36a beroepen van de wet BIG uitleggen;
Zie les 1
2. de bevoegdheden en bekwaamheidseisen van BIG-geregistreerde en niet BIG-geregistreerde
hulpverleners beschrijven m.b.t. de voorbehouden handelingen;
Zie Les 1
Functionele zelfstandige (artikel 39 BIG)
Verpleegkundige zijn functioneel zelfstandig bevoegd voor:
- Het toedienen van injecties onder de huid, in de spieren en in de ader
- Het katheteriseren van de blaas
- Het inbrengen van een maagsonde of een infuus
- Het aanprikken van een ader
- Het prikken van de hiel bij een pasgeborene.
Zij doen dit wel ‘in opdracht van’ arts en het toezicht vervalt bij zelfstandig functioneel.
Ook moet de persoon bekwaam zijn.
3. de juridische gronden voor tucht-, civiel-, klacht- en bestuursrechtelijke aansprakelijkheid
beschrijven;
Tuchtelijke normen
Artikel 47 formuleert 2 normen waaraan de tuchtrechter het optreden van de zorgverlener toetst:
- Tekortschieten in de zorgvuldigheid
- Zich niet gedragen zoals word beaamt.
Voorbeelden van tekortschietingen:
- Onvolledig of niet informeren
- Handelen buiten eigen deskundigheid
- Onzedelijk gedrag
- Onvoldoende verslaglegging
- Niet behandelen van een patiënt volgens de regels
- Niet of te laat naar de patiënt toe gaan