Bijeenkomst 1: Recht en gezondheidszorg; de Wkkgz, de wet BIG en de WGBO.
Inleiding
Ieder mens heeft recht op privacy, op onaantastbaarheid van het lichaam, en recht op persoonlijke
vrijheid. Deze vormen de belangrijkste onderdelen van het zelfbeschikkingsrecht, een fundamenteel
rechtsbeginsel dat is vastgelegd in de Grondwet. Deze grondrechten vormen de basis voor de
patiëntenwetten zoals de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). Deze wet
is van toepassing op de relatie tussen een patiënt en een hulpverlener en de overeenkomst die
tussen partijen wordt gesloten. In deze relatie is de patiënt de zwakkere partij. Daarom heeft de
patiënt een aantal rechten om zijn positie te versterken, maar er zijn hem ook een aantal plichten
opgelegd.
Het gaat in de WGBO onder andere om rechten als: recht op informatie, toestemmingsvereiste,
inzage in het dossier, recht op privacy en geheimhouding. Een centraal begrip in de WGBO is goed
hulpverlenerschap. Maar wanneer is iemand een goede hulpverlener?
“Zou jij even een katheter in willen brengen bij meneer Van den Bosch op kamer 3”? vraagt de arts
en vervolgt: “hij heeft enorme aandrang, maar het lukt hem niet om te urineren. De operatie is nu 12
uur geleden dus het wordt weleens tijd. Ik ga intussen naar mevrouw Janssen”. Voordat de
verpleegkundige kan antwoorden is de arts al weg. “Mooie boel is dat… een man katheteriseren dat
heb ik in geen tijden gedaan en de opdracht is niet eens opgeschreven”, mompelt de
verpleegkundige. Dan flitst door haar hoofd: mag ik dit wel doen? Wat als het misgaat?
In dit werkcollege wordt ook de Wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) besproken.
Deze wet heeft als doelstelling de kwaliteit van de beroepsuitoefening van zorgprofessionals te
bevorderen en te bewaken en de patiënt te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig
handelen van beroepsbeoefenaren.
Jurisprudentie = Recht uitspraken
Veronderstelde toestemming = Situaties waarin patiënt is overleden en er van uit mag worden
gegaan dat de patiënt toestemming zou hebben gegeven toen hij nog leefde, bijv. bij erfelijke
aandoeningen, de arts zal de informatie wel doorspelen aan zussen en broers omdat ervan uit wordt
gegaan dat de patiënt bij leven wel toestemming had gegeven (normaal gesproken is dit
beroepsgeheim, beroeps geheim telt ook na de dood)
Informed consent = Voordat de zorgverlener toestemming vraagt, legt hij de patiënt uit aan wie hij
welke info wil verstrekken en waarom hij dat wil doen. Pas daarna vraagt hij de patiënt om
toestemming, zodat de toestemming gericht voor een bepaald doel wordt gegeven.
Leeftijdgrens bij toestemming = Vanaf 12 jaar mag je zelf beslissen over behandeling en het geven
van toestemming, graag wel toestemming van ouders en kind. Vanaf 16 jaar mag je zelf beslissen
zonder ouders.
Doelen De student kan:
1. de rechtsbeginselen die ten grondslag liggen aan gezondheidsrecht benoemen;
Rechtsbeginselen = norm waarvan rechtsregels zijn afgeleid:
- Zelf beschikking = Zelf kunnen beslissen over een behandeling die in vrijheid gegeven wordt (dus
niet onder dwang) en dat de zorgverlener goed informeert over de behandeling naar de patiënt.
- Bescherming = Patiënt beschermen tegen zich zelf, dus bijv. gedwongen opname of een begeleider/
mentor die bepaald omdat patiënt daar niet toe in staat is.
Zelf beschikking en bescherming kunnen botsen met elkaar.
Inleiding
Ieder mens heeft recht op privacy, op onaantastbaarheid van het lichaam, en recht op persoonlijke
vrijheid. Deze vormen de belangrijkste onderdelen van het zelfbeschikkingsrecht, een fundamenteel
rechtsbeginsel dat is vastgelegd in de Grondwet. Deze grondrechten vormen de basis voor de
patiëntenwetten zoals de Wet op de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO). Deze wet
is van toepassing op de relatie tussen een patiënt en een hulpverlener en de overeenkomst die
tussen partijen wordt gesloten. In deze relatie is de patiënt de zwakkere partij. Daarom heeft de
patiënt een aantal rechten om zijn positie te versterken, maar er zijn hem ook een aantal plichten
opgelegd.
Het gaat in de WGBO onder andere om rechten als: recht op informatie, toestemmingsvereiste,
inzage in het dossier, recht op privacy en geheimhouding. Een centraal begrip in de WGBO is goed
hulpverlenerschap. Maar wanneer is iemand een goede hulpverlener?
“Zou jij even een katheter in willen brengen bij meneer Van den Bosch op kamer 3”? vraagt de arts
en vervolgt: “hij heeft enorme aandrang, maar het lukt hem niet om te urineren. De operatie is nu 12
uur geleden dus het wordt weleens tijd. Ik ga intussen naar mevrouw Janssen”. Voordat de
verpleegkundige kan antwoorden is de arts al weg. “Mooie boel is dat… een man katheteriseren dat
heb ik in geen tijden gedaan en de opdracht is niet eens opgeschreven”, mompelt de
verpleegkundige. Dan flitst door haar hoofd: mag ik dit wel doen? Wat als het misgaat?
In dit werkcollege wordt ook de Wet Beroepen Individuele Gezondheidszorg (Wet BIG) besproken.
Deze wet heeft als doelstelling de kwaliteit van de beroepsuitoefening van zorgprofessionals te
bevorderen en te bewaken en de patiënt te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig
handelen van beroepsbeoefenaren.
Jurisprudentie = Recht uitspraken
Veronderstelde toestemming = Situaties waarin patiënt is overleden en er van uit mag worden
gegaan dat de patiënt toestemming zou hebben gegeven toen hij nog leefde, bijv. bij erfelijke
aandoeningen, de arts zal de informatie wel doorspelen aan zussen en broers omdat ervan uit wordt
gegaan dat de patiënt bij leven wel toestemming had gegeven (normaal gesproken is dit
beroepsgeheim, beroeps geheim telt ook na de dood)
Informed consent = Voordat de zorgverlener toestemming vraagt, legt hij de patiënt uit aan wie hij
welke info wil verstrekken en waarom hij dat wil doen. Pas daarna vraagt hij de patiënt om
toestemming, zodat de toestemming gericht voor een bepaald doel wordt gegeven.
Leeftijdgrens bij toestemming = Vanaf 12 jaar mag je zelf beslissen over behandeling en het geven
van toestemming, graag wel toestemming van ouders en kind. Vanaf 16 jaar mag je zelf beslissen
zonder ouders.
Doelen De student kan:
1. de rechtsbeginselen die ten grondslag liggen aan gezondheidsrecht benoemen;
Rechtsbeginselen = norm waarvan rechtsregels zijn afgeleid:
- Zelf beschikking = Zelf kunnen beslissen over een behandeling die in vrijheid gegeven wordt (dus
niet onder dwang) en dat de zorgverlener goed informeert over de behandeling naar de patiënt.
- Bescherming = Patiënt beschermen tegen zich zelf, dus bijv. gedwongen opname of een begeleider/
mentor die bepaald omdat patiënt daar niet toe in staat is.
Zelf beschikking en bescherming kunnen botsen met elkaar.