8 = document practica
Zelfstudie 3, 4 = document interactieve hoorcolleges
Zelfstudie 1.
- Waarin verschillen de hersencapillairen van de capillairen in de rest van het lichaam?
Hersencapillairen zijn de kleinste bloedvaatjes in het lichaam.
- Wat is de functie van de bloedhersenbarrière?
Tegenhouden van mogelijke schadelijke stoffen voor de hersenen.
- Welke stoffen kunnen de bloedhersenbarrière passeren?
Genotmiddelen, glucose, zuurstof, ketonlichamen
Zelfstudie 2.
1. Uit welk kiemblad ontwikkelt zich het centrale zenuwstelsel?
Mesoderm
2. Welke structuur scheiden de inducerende substanties uit?
Chorda dorsalis
3. Hoe wordt neurale buis gevormd?
Neurale plaat ontstaat doordat chorda dorsalis inducerende signalen uitscheidt. Het
paraxiaal mesoderm gaat ontwikkelen waardoor er een kromming van neurale plaat
ontstaan. Bovenaan bij neurale wallen met onderliggende groeve fuseren en dit vormt de
neurale buis.
4. Op welke dag start sluiting van neurale buis en ter hoogte van welke somieten?
Dag 22 bij halsregio
5. Op welke dag gesloten aan craniale zijde en welke dag aan caudale zijde?
Dag 24 = craniaal, dag 26 = caudaal
6. Neurale lijstcellen: C
Cellen in sensibele en autonome ganglia, perifere gliacellen en zachte hersencellen.
7. Drie hersenblaasjes:
Prosencephalon, mesencephalon en rhombencephalon
8. Krommingen:
Flexura cranialis ter hoogte van mesencephalon – flexura cervicalis ter hoogte van hersenen
naar ruggermerg – flexura pontis ter hoogte rhombencephalon
9. Vijf hersenblaasjes:
Telencephalon, diencephalon, mesencephalon, metencephalon, myelencephalon
10. Geef voor de vijf hersenblaasjes en voor het ruggenmerg de naam van het lumen aan.
Telencephalon: lateraal ventrikel – diencephalon: derde ventrikel – mesencephalon:
aquaductus cerebri – metencephalon: vierde ventrikel – myelencephalon: vierde ventrikel –
ruggenmerg: centrale kanaal
11. Beschrijf hoe de beide cerebrale hemisferen zich ontwikkelen.
Ze ontwikkelen uit het telencephalon, ontstaan uit het prosencephalon.
12. Welke twee structuren uit de uitstulpingen van het diencephalon?
Oogbeker (oogblaasje) en neurohypofyse
13. Uit welk hersenblaasje ontwikkelen zich de pons en het cerebellum?
Uit het metencephalon
14. Uit welk hersenblaasje ontwikkelt zich de medulla oblongata?
Uit het myelencephalon
, 15. Welke structuren ontwikkelen zich uit sclerotomen, mytomen en dermatomen?
Sclerotomen = wervels, myotomen = spieren, dermatomen = huid
16. Welk deel van het ruggenmerg ontwikkelt zich uit de dorsale kolom (vleugelplaat) van het
toekomstig ruggenmerg en welk deel uit de ventrale kolom (basale plaat)?
17. Welke kolom ontvangt sensibele input en welke kolom verzorgt motorische output.
Dorsale hoorn: sensorische input, ventrale hoorn: motorische input