Laatste college
Regulatie en Integratie
Nabespreking Casus 7
Cholera wordt verspreid via feces. Ontlasting van een cholerapatiënt wordt rijstwaterdiarree
genoemd. Een patiënt verliest heel snel heel veel vocht, waardoor een hypovolemische shock kan
ontstaan. Bij ernstige uitdroging zijn huidplooien te zien.
De bacterie die zorgt voor cholera heet Vibrio Cholerae. Bacteriën kunnen de darmwand beschadigen
waardoor er bijvoorbeeld bloed in de ontlasting komt. De cholerabacterie maakt een toxine. Deze
toxine activeert een cellulaire signaaltransductie. Hierdoor ontstaat een ongecontroleerde activatie
van secretie van water en zout. Dan ontstaat een zware secretoire diarree.
Catecholamines
Adrenaline bindt aan bèta, noradrenaline aan alpha-receptoren (G-proteïncoupled). Er ontstaat dan
een signaaltransductie met o.a. cAMP.
Steroïdhormonen
Hormoon difusseert door celmembraan, bindt aan een receptor in het cytoplasma en gaat dan de
celkern in, waar het zorgt voor DNA-transcriptie.
Waarom dood?
Wanneer de orgaan perfusie dreigt te veranderen, zijn er regelsystemen die dit proberen te
voorkomen: RAAS, sympathisch zenuwstelsel, …).
Na een erge hypovolemische shock is er een sterke vermindering van orgaanperfusie. Dan gaat het
lichaam eerst nog proberen te compenseren door sympathisch zenuwstelsel, stressreactie, ADH en
RAAS. Als je niks doet daalt het ECF volume nog meer, waardoor uiteindelijk alle vloeistof verdwijnt
(decompensatie). Als je wel iets doet en bloedtransfusie gaat doen, dan stijgt het ECF volume eerst.
Maar omdat er al zoveel celdood is in de cellen van de compensatiemechanismen, door langdurige
verminderde orgaanperfusie, daalt het ECF volume toch en sterft de persoon.
In zo’n hypovolemische shock ontstaat een metabolische acidose, door te weinig circulerend
zuurstof, en wordt er veel melkzuur geproduceerd. Hierdoor gaan mensen hyperventileren.
Vragenuurtje
Licht komt ogen binnen melanopsine zendt impulsen (glutamaat of PACAP) door tractus
retinohypothalamicus SCN wordt actief zendt neurotransmitter (AVP) naar paraventriculaire
nucleus, waardoor inhibitie naar intermediolaterale cell column naar superieure cervicale
ganglion naar epifyse. Hier vindt dan geen reactie plaats.
Geen licht geen impulsen door tractus retinohypothalamicus SCN zendt geen AVP uit PVN
wordt actief intermediolaterale cell column gestimuleerd naar superiore cervicale ganglion
naar epifyse. Hier bindt neurotransmitter aan bètareceptor en activeert de cel voor productie van
melatonine. Melatonine remt dan de SCN.
Bij licht zendt SCN AVP uit naar de PVN. Het prikkelt PVN, waardoor PVN geremd wordt. Hierdoor
wordt ook de melatonine productie geremd. Bij weinig licht zendt SCN geen AVP meer uit naar de
PVN. Hierdoor wordt PVN gestimuleerd, waardoor meer melatonine geproduceerd wordt.
Deze AVP is een vorm van ADH die alleen werkt tussen de cellen rondom de SCN. Ze komen niet in
het bloed terecht en kunnen dus niet zorgen voor waterresorptie.
Regulatie en Integratie
Nabespreking Casus 7
Cholera wordt verspreid via feces. Ontlasting van een cholerapatiënt wordt rijstwaterdiarree
genoemd. Een patiënt verliest heel snel heel veel vocht, waardoor een hypovolemische shock kan
ontstaan. Bij ernstige uitdroging zijn huidplooien te zien.
De bacterie die zorgt voor cholera heet Vibrio Cholerae. Bacteriën kunnen de darmwand beschadigen
waardoor er bijvoorbeeld bloed in de ontlasting komt. De cholerabacterie maakt een toxine. Deze
toxine activeert een cellulaire signaaltransductie. Hierdoor ontstaat een ongecontroleerde activatie
van secretie van water en zout. Dan ontstaat een zware secretoire diarree.
Catecholamines
Adrenaline bindt aan bèta, noradrenaline aan alpha-receptoren (G-proteïncoupled). Er ontstaat dan
een signaaltransductie met o.a. cAMP.
Steroïdhormonen
Hormoon difusseert door celmembraan, bindt aan een receptor in het cytoplasma en gaat dan de
celkern in, waar het zorgt voor DNA-transcriptie.
Waarom dood?
Wanneer de orgaan perfusie dreigt te veranderen, zijn er regelsystemen die dit proberen te
voorkomen: RAAS, sympathisch zenuwstelsel, …).
Na een erge hypovolemische shock is er een sterke vermindering van orgaanperfusie. Dan gaat het
lichaam eerst nog proberen te compenseren door sympathisch zenuwstelsel, stressreactie, ADH en
RAAS. Als je niks doet daalt het ECF volume nog meer, waardoor uiteindelijk alle vloeistof verdwijnt
(decompensatie). Als je wel iets doet en bloedtransfusie gaat doen, dan stijgt het ECF volume eerst.
Maar omdat er al zoveel celdood is in de cellen van de compensatiemechanismen, door langdurige
verminderde orgaanperfusie, daalt het ECF volume toch en sterft de persoon.
In zo’n hypovolemische shock ontstaat een metabolische acidose, door te weinig circulerend
zuurstof, en wordt er veel melkzuur geproduceerd. Hierdoor gaan mensen hyperventileren.
Vragenuurtje
Licht komt ogen binnen melanopsine zendt impulsen (glutamaat of PACAP) door tractus
retinohypothalamicus SCN wordt actief zendt neurotransmitter (AVP) naar paraventriculaire
nucleus, waardoor inhibitie naar intermediolaterale cell column naar superieure cervicale
ganglion naar epifyse. Hier vindt dan geen reactie plaats.
Geen licht geen impulsen door tractus retinohypothalamicus SCN zendt geen AVP uit PVN
wordt actief intermediolaterale cell column gestimuleerd naar superiore cervicale ganglion
naar epifyse. Hier bindt neurotransmitter aan bètareceptor en activeert de cel voor productie van
melatonine. Melatonine remt dan de SCN.
Bij licht zendt SCN AVP uit naar de PVN. Het prikkelt PVN, waardoor PVN geremd wordt. Hierdoor
wordt ook de melatonine productie geremd. Bij weinig licht zendt SCN geen AVP meer uit naar de
PVN. Hierdoor wordt PVN gestimuleerd, waardoor meer melatonine geproduceerd wordt.
Deze AVP is een vorm van ADH die alleen werkt tussen de cellen rondom de SCN. Ze komen niet in
het bloed terecht en kunnen dus niet zorgen voor waterresorptie.