Taak 1A. Mieke
Brainstorm
Auto-agressief gedrag agressief naar jezelf
Hetero-agressief gedrag agressief naar anderen
Probleemstelling
Wanneer spreekt men van een verstandelijke beperking (mentale retardatie)?
Leerdoelen
Wanneer mag je spreken van mentale retardatie? (kernsymptomen, criteria, DSM-V)
Mash & Wolfe - Abnormal child psychology p. 125
De term ‘intellectual disability’ heeft de term ‘mentale retardatie’ in de DSM-V vervangen.
Intellectual disability is een ontwikkelingsstoornis, een groep aandoeningen die zich tijdens
de ontwikkelingsperiode voordoen en die een beperking van het sociaal, persoonlijk,
academisch of beroepsmatig functioneren tot gevolg hebben. Het wordt gekenmerkt door
aanzienlijke beperkingen in mentale vaardigheden (zoals redeneren, plannen en oordelen)
die leiden tot beperkingen in adaptief functioneren (zoals conceptuele, praktische en sociale
vaardigheden die dagelijks nodig zijn).
Culturele en taalkundige diversiteit, evenals verschillen in communicatie, sensorische,
motorische en gedragsfactoren, moeten zorgvuldig worden overwogen bij het vaststellen
van een tekort of handicap.
Het gemiddelde IQ is 100 met een standaardafwijking van 15. Subgemiddelde intellectuele
functies worden gedefinieerd als een IQ van ongeveer 70 of lager (ongeveer 2
standaarddeviaties onder het gemiddelde). Echter omvat ‘intellectual disability’ niet alleen
een lager intellectueel functioneren, maar ook een subgemiddeld niveau van adaptief
functioneren.
Mash & Wolfe - Abnormal child psychology p. 131
DSM-V – Diagnostic Criteria for Intellectual Disability
Intellectual disability is een stoornis met begin tijdens de ontwikkelingsperiode die zowel
intellectuele als adaptieve functietekorten in conceptuele, sociale en praktische domeinen
omvat. Aan de volgende 3 criteria moet worden voldaan (zowel voor volwassenen als
kinderen):
A. Tekorten in intellectuele functies, zoals redeneren, probleem oplossen, plannen,
abstract denken, oordelen, academisch leren en leren uit ervaring. Dit is bevestigd
door zowel klinische beoordeling als geïndividualiseerde, gestandaardiseerde
intelligentietesten.
B. Tekorten in adaptief functioneren die resulteren in het niet voldoen aan
ontwikkelings- en sociaal-culturele normen voor persoonlijke onafhankelijkheid en
sociale verantwoordelijkheid. Zonder voortdurende ondersteuning beperken de
adaptieve tekorten de werking in een of meer activiteiten van het dagelijkse leven
(zoals communicatie, sociale participatie en zelfstandig wonen)
, C. Intellectuele en adaptieve tekorten beginnen tijdens de ontwikkelingsperiode
(algemeen beschouwd als vóór de leeftijd van 18)
De DSM-V biedt geen specifieke IQ-grenswaarden om aan diagnostische criteria te voldoen.
Intellectual disabillity is niet noodzakelijk een levenslange aandoening. Ondanks dat het een
relatief stabiele toestand is van kindertijd tot volwassenheid, kan de IQ-score fluctueren in
relatie tot het niveau van stoornissen en het type verstandelijke beperking. Zo blijft het een
interactie tussen genen en omgeving.
Flynneffect IQ wordt steeds hoger in de populatie door de jaren heen. Het gemiddelde IQ
stijgt met ongeveer 3 punten per generatie. Dit kan aan meerdere factoren liggen
veroudering van de testen, betere scholing etc.
Welke classificaties (subgroepen) zijn te onderscheiden bij mentale retardatie? (denk aan IQ)
Brainstorm
Auto-agressief gedrag agressief naar jezelf
Hetero-agressief gedrag agressief naar anderen
Probleemstelling
Wanneer spreekt men van een verstandelijke beperking (mentale retardatie)?
Leerdoelen
Wanneer mag je spreken van mentale retardatie? (kernsymptomen, criteria, DSM-V)
Mash & Wolfe - Abnormal child psychology p. 125
De term ‘intellectual disability’ heeft de term ‘mentale retardatie’ in de DSM-V vervangen.
Intellectual disability is een ontwikkelingsstoornis, een groep aandoeningen die zich tijdens
de ontwikkelingsperiode voordoen en die een beperking van het sociaal, persoonlijk,
academisch of beroepsmatig functioneren tot gevolg hebben. Het wordt gekenmerkt door
aanzienlijke beperkingen in mentale vaardigheden (zoals redeneren, plannen en oordelen)
die leiden tot beperkingen in adaptief functioneren (zoals conceptuele, praktische en sociale
vaardigheden die dagelijks nodig zijn).
Culturele en taalkundige diversiteit, evenals verschillen in communicatie, sensorische,
motorische en gedragsfactoren, moeten zorgvuldig worden overwogen bij het vaststellen
van een tekort of handicap.
Het gemiddelde IQ is 100 met een standaardafwijking van 15. Subgemiddelde intellectuele
functies worden gedefinieerd als een IQ van ongeveer 70 of lager (ongeveer 2
standaarddeviaties onder het gemiddelde). Echter omvat ‘intellectual disability’ niet alleen
een lager intellectueel functioneren, maar ook een subgemiddeld niveau van adaptief
functioneren.
Mash & Wolfe - Abnormal child psychology p. 131
DSM-V – Diagnostic Criteria for Intellectual Disability
Intellectual disability is een stoornis met begin tijdens de ontwikkelingsperiode die zowel
intellectuele als adaptieve functietekorten in conceptuele, sociale en praktische domeinen
omvat. Aan de volgende 3 criteria moet worden voldaan (zowel voor volwassenen als
kinderen):
A. Tekorten in intellectuele functies, zoals redeneren, probleem oplossen, plannen,
abstract denken, oordelen, academisch leren en leren uit ervaring. Dit is bevestigd
door zowel klinische beoordeling als geïndividualiseerde, gestandaardiseerde
intelligentietesten.
B. Tekorten in adaptief functioneren die resulteren in het niet voldoen aan
ontwikkelings- en sociaal-culturele normen voor persoonlijke onafhankelijkheid en
sociale verantwoordelijkheid. Zonder voortdurende ondersteuning beperken de
adaptieve tekorten de werking in een of meer activiteiten van het dagelijkse leven
(zoals communicatie, sociale participatie en zelfstandig wonen)
, C. Intellectuele en adaptieve tekorten beginnen tijdens de ontwikkelingsperiode
(algemeen beschouwd als vóór de leeftijd van 18)
De DSM-V biedt geen specifieke IQ-grenswaarden om aan diagnostische criteria te voldoen.
Intellectual disabillity is niet noodzakelijk een levenslange aandoening. Ondanks dat het een
relatief stabiele toestand is van kindertijd tot volwassenheid, kan de IQ-score fluctueren in
relatie tot het niveau van stoornissen en het type verstandelijke beperking. Zo blijft het een
interactie tussen genen en omgeving.
Flynneffect IQ wordt steeds hoger in de populatie door de jaren heen. Het gemiddelde IQ
stijgt met ongeveer 3 punten per generatie. Dit kan aan meerdere factoren liggen
veroudering van de testen, betere scholing etc.
Welke classificaties (subgroepen) zijn te onderscheiden bij mentale retardatie? (denk aan IQ)