Contemporary Management (2020)- Jones&George
Bedrijfskunde
Vraag 1
Welke van de onderstaande stellingen is/zijn (on)juist?
1. De vier management tasks zijn: planning, organizing, leading en managing.
2. Bij de management task ‘leading’ hoort: het opstellen van een duidelijke visie voor de organisatie.
A. 1 en 2 zijn juist
B. 1 is juist en 2 is onjuist
C. 1 is onjuist en 2 is juist
D. 1 en 2 zijn onjuist
Vraag 2
Tot het onwikkelen van welke vaardigheid (skill) leidt onderwijs en ervaring niet?
A. Human skills
B. Informational skills
C. Technical skills
D. Conceptual skills
Vraag 3
Binnen het model van Mintzberg over de rollen die managers kunnen hebben, valt de ‘spokeperson’
onder de categorie:
A. Informational
B. Interpersonal
C. Decisional
D. Operational
Vraag 4
Welke van de onderstaande stellingen is/zijn (on)juist?
1. Taylor wordt ook wel de ‘Father of Management’ genoemd vanwege zijn ideeën over efficiency
2. Een uitspraak van Taylor die betrekking heeft op de motivatie van werknemers is: “Mensen zullen
altijd proberen om zo snel en effectief mogelijk te werken”.
A. 1 en 2 zijn juist
B. 1 is juist en 2 is onjuist
C. 1 is onjuist en 2 is juist
D. 1 en 2 zijn onjuist
Vraag 5
Mary Parker Follett kan het best worden geplaats bij de:
A. Management Science Theory
, B. Behavioral Management Theory
C. Administrative Management Theory
D. Human Relation Theory
Vraag 6
Welke van de onderstaande maatregelen zou niet moeten worden toegepast op een organisatie die
zich in een stabiele omgeving bevindt?
A. Horizontale communicatie
B. Centralisatie
C. Mechanistische structuur
D. Strikte regels en procedures
Vraag 7
Welke van de onderstaande stellingen is/zijn (on)juist?
1. Een kernwaarde van ‘Creating a learning organization’ is creativiteit.
2. Omdat creativiteit onder managers moeilijk is aan te moedigen, worden er van buitenaf experts
aangenomen om dit binnen organisaties te verbeteren.
A. 1 en 2 zijn juist
B. 1 is juist en 2 is onjuist
C. 1 is onjuist en 2 is juist
D. 1 en 2 zijn onjuist
Vraag 8
De manager van het bedrijf ABC wijst het voorstel om te gaan samenwerken met non-profit
organisatie XYZ af, omdat het in het verleden een negatieve ervaring heeft gehad met een dergelijke
organisatie. Van welke soort bias is er in het voorbeeld sprake?
A. Escelating commitment
B. Illusion of Control
C. Prior Hypothesis Bias
D. Representativeness Bias
Vraag 9
Het voorkomen van groupthink kan op verschillende manieren worden aangepakt. Welke van de
onderstaande maatregelen is daar geen voorbeeld van?
A. Brainstorming
B. Nominal group technique
C. Delphi technique
D. Devisional thinking
Vraag 10