HC 28&29, micro-organismen; Blz. Hfst.
Microbiologie
Studie van microscopisch materiaal: bacteriën schimmels, virussen en protosomen.
Eukaryoten: schimmels, protozoën.
Prokaryoten: bacteriën.
Virussen zijn geen cellen. Ze zijn eiwitkapsels met genetisch materiaal maar dus geen cel en
dus behoren ze niet bij de eu- als de prokaryoten.
Ontdekking:
Antoni van leeuwenhoek heeft de microscoop uitgevonden en heeft voor het eerst kleine
micro-organismen gezien. Heeft voor de start van de microbiologie gezorgd.
Discussie in de maatschappij waar de micro-organismen vandaan komen:
- Die ontstaan spontaan (spontane generatie). Hun dachten dat brood uit het niets ging
schimmelen bijvoorbeeld.
- Die waren er al omdat er stoffelijke deeltjes in de natuur zijn.
Louis Pasteur heeft door experimenten aangetoond dat de spontane generatie niet plaats
kan vinden. Bij het experiment werden er 2 glazen bollen gevuld met bouillon en
gesteriliseerd waarbij de bouillon van de ene bol niet in contact kwam met de micro-
organismen (B) en de ander wel (C). In de bol waar geen contact was tussen het bouillon en
de micro-organismen gebeurde niks maar bij de bol waar dat wel gebeurt ontstond groei van
micro-organismen.
, De hypothese van het ontstaan van leven heeft 4 fasen:
Op de vroegere aarde was er een soort van oersoep die vol zat met anorganische moleculen
en men denkt dat in die oersoep de interactie tussen moleculen ervoor heeft gezorgd dat er
organische moleculen zijn ontstaan die steeds groter werden. En uiteindelijk moet dat iets
zijn geworden wat zelf replicerende moleculen hebben gevormd. Toen alle moleculen
aanwezig waren moeten ze in een membraan ingepakt worden. De eerste levensvorm in
deze hypothese heet een protobiont.
Een aantal aanwijzingen dat de oersoep theorie waar is is opgesteld door oparin en Haldane:
- De vroegere aarde had vroeger nog geen zuurstof. Er was dus een reducerend milieu
in plaats van een oxiderend milieu ---> kan veel schade aanbrengen op moleculen. De
afwezigheid van zuurstof is een belangrijke reden waarom de synthese van de
moleculen plaats kon vinden.
- Aanwezigheid van vulkanische dampen zoals CH4, CO, CO2, N2 & waterdamp.
Maar nu mist nog de energie en die werd gebracht door UV-straling omdat vroeger de UV
straling nog een stuk sterker was ---> er was een afwezigheid van de ozon laag.
Dit experiment is ook uitgevoerd waarbij de aarde werd nagebootst en na een week
ontstonden er voorlopers van aminozuren.
Microbiologie
Studie van microscopisch materiaal: bacteriën schimmels, virussen en protosomen.
Eukaryoten: schimmels, protozoën.
Prokaryoten: bacteriën.
Virussen zijn geen cellen. Ze zijn eiwitkapsels met genetisch materiaal maar dus geen cel en
dus behoren ze niet bij de eu- als de prokaryoten.
Ontdekking:
Antoni van leeuwenhoek heeft de microscoop uitgevonden en heeft voor het eerst kleine
micro-organismen gezien. Heeft voor de start van de microbiologie gezorgd.
Discussie in de maatschappij waar de micro-organismen vandaan komen:
- Die ontstaan spontaan (spontane generatie). Hun dachten dat brood uit het niets ging
schimmelen bijvoorbeeld.
- Die waren er al omdat er stoffelijke deeltjes in de natuur zijn.
Louis Pasteur heeft door experimenten aangetoond dat de spontane generatie niet plaats
kan vinden. Bij het experiment werden er 2 glazen bollen gevuld met bouillon en
gesteriliseerd waarbij de bouillon van de ene bol niet in contact kwam met de micro-
organismen (B) en de ander wel (C). In de bol waar geen contact was tussen het bouillon en
de micro-organismen gebeurde niks maar bij de bol waar dat wel gebeurt ontstond groei van
micro-organismen.
, De hypothese van het ontstaan van leven heeft 4 fasen:
Op de vroegere aarde was er een soort van oersoep die vol zat met anorganische moleculen
en men denkt dat in die oersoep de interactie tussen moleculen ervoor heeft gezorgd dat er
organische moleculen zijn ontstaan die steeds groter werden. En uiteindelijk moet dat iets
zijn geworden wat zelf replicerende moleculen hebben gevormd. Toen alle moleculen
aanwezig waren moeten ze in een membraan ingepakt worden. De eerste levensvorm in
deze hypothese heet een protobiont.
Een aantal aanwijzingen dat de oersoep theorie waar is is opgesteld door oparin en Haldane:
- De vroegere aarde had vroeger nog geen zuurstof. Er was dus een reducerend milieu
in plaats van een oxiderend milieu ---> kan veel schade aanbrengen op moleculen. De
afwezigheid van zuurstof is een belangrijke reden waarom de synthese van de
moleculen plaats kon vinden.
- Aanwezigheid van vulkanische dampen zoals CH4, CO, CO2, N2 & waterdamp.
Maar nu mist nog de energie en die werd gebracht door UV-straling omdat vroeger de UV
straling nog een stuk sterker was ---> er was een afwezigheid van de ozon laag.
Dit experiment is ook uitgevoerd waarbij de aarde werd nagebootst en na een week
ontstonden er voorlopers van aminozuren.