HC 30/31; Cock: micro-organismen; Blz. Hfst.
Bakkersgist wordt veel gebruikt voor bijvoorbeeld onderzoek. Virussen worden niet
geclassificeerd als levende wezens.
Voorbeeld bakkersgist:
Yeast two hybrid system:
Mensen proberen te bepalen of 2 eiwitten een interactie hebben. Je hebt een origineel eiwit
wat is gesplitst. Als deze bij elkaar komen worden ze een functioneel eiwit. Je zet op die twee
verschillende eiwitten genen die aan elkaar kunnen binden en als die twee eiwitten dan bij
elkaar komen en binden dan wordt het complex actief en ontstaat er genexpressie.
De cel: basiseenheid van de cel heeft 4 basiseenheden:
• Eiwitten • Nucleïnezuren • Lipiden • Polysachariden
Er zijn 6 karakteristieken van leven van een cel:
1. Metabolisme (dingen uitscheiden)
2. Celdeling
3. Differentiatie
4. Communicatie (bv via chemische stoffen)
5. Beweging (niet altijd)
6. Evolutie (genetische variatie door de tijd)
In deze presentatie gaan we kijken welke karakteristieken een micro-organisme gebruikt
, Metabolisme:
Geldt voor heel veel cellen. Een cel neemt stoffen op verwerkt ze en scheidt ze uit. Er zijn een
aantal elementen nodig om te kunnen groeien en te delen (organische stoffen). Daarnaast
ook metalen (K, Mg, Ca, Na, Fe) en micro-elementen (Zn, Mo, Cu). Water is essentieel voor
leven en zonder water kan er geen leven zijn. Er zijn nog criteria zoals pH en T. de
basiselementen zijn macro/micro-elementen maar sommige micro-organismen zijn
afhankelijk van groeifactoren en/of vitaminen.
Er zijn twee klassen: heterotroof en autotroof. Heterotroof is organische moleculen afbreken
om energie te maken. Autotrofe organismen maken op een andere manier organische
moleculen door bv licht of chemische energie.
Temperatuur:
Is 1 van de eisen naast water. Je kan micro-organismen onderscheiden die bij hoge en lage
temperatuur kunnen groeien. De extremofielen kunnen boven 100 graden groeien. De
micro-organismen die in je lichaam kunnen groeien heten de mesofielen. Dit zijn er niet veel
maar veroorzaken een heleboel schade.
Rol van zuurstof:
Bij aerobe respiratie wordt zuurstof gebruikt maar bij anaerobe respiratie worden andere
moleculen zoals SO4, NO3 of S gebruikt.
Bakkersgist wordt veel gebruikt voor bijvoorbeeld onderzoek. Virussen worden niet
geclassificeerd als levende wezens.
Voorbeeld bakkersgist:
Yeast two hybrid system:
Mensen proberen te bepalen of 2 eiwitten een interactie hebben. Je hebt een origineel eiwit
wat is gesplitst. Als deze bij elkaar komen worden ze een functioneel eiwit. Je zet op die twee
verschillende eiwitten genen die aan elkaar kunnen binden en als die twee eiwitten dan bij
elkaar komen en binden dan wordt het complex actief en ontstaat er genexpressie.
De cel: basiseenheid van de cel heeft 4 basiseenheden:
• Eiwitten • Nucleïnezuren • Lipiden • Polysachariden
Er zijn 6 karakteristieken van leven van een cel:
1. Metabolisme (dingen uitscheiden)
2. Celdeling
3. Differentiatie
4. Communicatie (bv via chemische stoffen)
5. Beweging (niet altijd)
6. Evolutie (genetische variatie door de tijd)
In deze presentatie gaan we kijken welke karakteristieken een micro-organisme gebruikt
, Metabolisme:
Geldt voor heel veel cellen. Een cel neemt stoffen op verwerkt ze en scheidt ze uit. Er zijn een
aantal elementen nodig om te kunnen groeien en te delen (organische stoffen). Daarnaast
ook metalen (K, Mg, Ca, Na, Fe) en micro-elementen (Zn, Mo, Cu). Water is essentieel voor
leven en zonder water kan er geen leven zijn. Er zijn nog criteria zoals pH en T. de
basiselementen zijn macro/micro-elementen maar sommige micro-organismen zijn
afhankelijk van groeifactoren en/of vitaminen.
Er zijn twee klassen: heterotroof en autotroof. Heterotroof is organische moleculen afbreken
om energie te maken. Autotrofe organismen maken op een andere manier organische
moleculen door bv licht of chemische energie.
Temperatuur:
Is 1 van de eisen naast water. Je kan micro-organismen onderscheiden die bij hoge en lage
temperatuur kunnen groeien. De extremofielen kunnen boven 100 graden groeien. De
micro-organismen die in je lichaam kunnen groeien heten de mesofielen. Dit zijn er niet veel
maar veroorzaken een heleboel schade.
Rol van zuurstof:
Bij aerobe respiratie wordt zuurstof gebruikt maar bij anaerobe respiratie worden andere
moleculen zoals SO4, NO3 of S gebruikt.