Samenvatting I&M Gerontologie jaar 1
Week 1
Geriatrie is gericht op ouderen met meerdere aandoeningen tegelijkertijd;
Comorbiditeit: er zijn meerdere aandoeningen/ziekten gerelateerd aan een
(chronische) ziekte (bijvoorbeeld depressie bij dementie)
Multimorbiditeit: er zijn meerdere aandoeningen/ziekten tegelijk aanwezig
(bijvoorbeeld Parkinson en incontinentie)
Ontwikkelingen
Vergrijzing: steeds meer ouderen
Ontgroening: steeds minder jongeren
Dubbele vergrijzing: mensen worden steeds ouder waardoor er nóg meer ouderen
zijn
Ontgrijzing: steeds minder ouderen
Epidemiologische transitie: verschuivingen in ziekte- en sterftepatronen
Definities van gezondheid:
- Volgens de WHO (1948): “gezondheid is een toestand van volledig lichamelijk,
geestelijk en maatschappelijk welbevinden en niet slechts de afwezigheid van ziekte
of andere lichamelijke gebreken”
- Volgens Huber (2011) is de definitie van gezondheid: “gezondheid is het vermogen
zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke,
emotionele en sociale uitdagingen van het leven”
Ouderdom is het laatste deel van de levensloop;
Standaardisering van de levensloop; regelingen (zoals studiefinanciering en de AOW)
die de levensfases van de levensloop dwingender hebben gemaakt.
Variatie in de levensloop; er is meer variatie gekomen in het leven, zoals in
familierelaties en arbeidsloopbanen (bijvoorbeeld door een toename in
echtscheidingen en vervroegde pensionering) en ook geeft de groeiende welvaart
steeds meer keuzevrijheid en blijven veel mensen langer gezond.
Cohorten (jaargroepen); elk cohort heeft zijn eigen kenmerken en mogelijkheden.
Met kwaliteit van leven wordt bedoeld: de invloed van de effecten van de chronische ziekte
op het (dagelijks) functioneren en de symptoomlast.
Week 2
5 grote elementen zijn van invloed op het verouderingsproces:
1. Genen
2. Voeding
3. Leefstijl (beweging)
4. Omgeving (hygiëne, veiligheid)
5. Toeval
, Frailty (kwetsbaarheid): het opeenstapelen van lichamelijke, psychische en/of sociale
tekorten in het functioneren, dat de kans vergroot op negatieve gezondheidsuitkomsten
(zoals functiebeperking, opname, overlijden).
Veelvoorkomende gezondheidsproblemen bij veroudering zijn:
Hart- en vaatziekten
Geheugenproblemen (steeds meer mensen met dementie)
Valincidenten en fracturen (vooral heupfracturen komen vaak voor bij ouderen)
Mobiliteitsproblemen
Evenwichtsstoornissen en duizeligheid
Gevaren vanwege een gecombineerd gebruik van medicijnen
Wanneer er steeds meer gemuteerde cellen in het lichaam komen, treden er veranderingen
op in de lichaamsfuncties hierdoor wordt het verouderingsproces in gang gezet.
- Chaperonnes remmen het samenklonteren van ontvouwde eiwitten af en zorgen
voor het afbreken van beschadigde eiwitten.
- Tijdens de veroudering neemt het vermogen om extra chaperonnes aan te maken af
en worden cellen kwetsbaar de kans op eiwitvouwingsziektes (zoals staar en
Alzheimer) neemt toe.
Apoptose: gereguleerde/geprogrammeerde celdood
Necrose: proces waarbij een cel op abrupte wijze doodgaat
Verschillen tussen apoptose en necrose:
Apoptose Necrose
Wordt door het lichaam zelf geïndiceerd Ontstaat door schade
Celresten zijn verpakt Celresten komen vrij in weefsel
Geen ontstekingsreactie Ontstekingsreactie
Weinig/geen weefselschade Weefselschade
Oxidatie: afbraakprocessen m.b.v. zuurstof bij oxidatie komen agressieve stoffen (vrije
radicalen) vrij en deze kunnen schade aanrichten
- Antioxidanten gaan het aanrichten van deze schade tegen
Gevolgen van oxidatieve beschadigingen:
• Vertraagde celdeling
• Vertraagde reparatiecapaciteit
• Verminderde afweer (immuunsysteem)
• Homeostenose: afname capaciteit regelmechanismen interne milieu bij het ouder
worden
• Afname spier- en botmassa
• Eiwitstapeling leidt tot een steeds slechter functionerende cel (‘senescence’),
waardoor apoptose niet meer goed werkt
• Veroudering gerelateerde aandoeningen (zoals ziekte van Parkinson en Alzheimer)
Week 1
Geriatrie is gericht op ouderen met meerdere aandoeningen tegelijkertijd;
Comorbiditeit: er zijn meerdere aandoeningen/ziekten gerelateerd aan een
(chronische) ziekte (bijvoorbeeld depressie bij dementie)
Multimorbiditeit: er zijn meerdere aandoeningen/ziekten tegelijk aanwezig
(bijvoorbeeld Parkinson en incontinentie)
Ontwikkelingen
Vergrijzing: steeds meer ouderen
Ontgroening: steeds minder jongeren
Dubbele vergrijzing: mensen worden steeds ouder waardoor er nóg meer ouderen
zijn
Ontgrijzing: steeds minder ouderen
Epidemiologische transitie: verschuivingen in ziekte- en sterftepatronen
Definities van gezondheid:
- Volgens de WHO (1948): “gezondheid is een toestand van volledig lichamelijk,
geestelijk en maatschappelijk welbevinden en niet slechts de afwezigheid van ziekte
of andere lichamelijke gebreken”
- Volgens Huber (2011) is de definitie van gezondheid: “gezondheid is het vermogen
zich aan te passen en een eigen regie te voeren, in het licht van de fysieke,
emotionele en sociale uitdagingen van het leven”
Ouderdom is het laatste deel van de levensloop;
Standaardisering van de levensloop; regelingen (zoals studiefinanciering en de AOW)
die de levensfases van de levensloop dwingender hebben gemaakt.
Variatie in de levensloop; er is meer variatie gekomen in het leven, zoals in
familierelaties en arbeidsloopbanen (bijvoorbeeld door een toename in
echtscheidingen en vervroegde pensionering) en ook geeft de groeiende welvaart
steeds meer keuzevrijheid en blijven veel mensen langer gezond.
Cohorten (jaargroepen); elk cohort heeft zijn eigen kenmerken en mogelijkheden.
Met kwaliteit van leven wordt bedoeld: de invloed van de effecten van de chronische ziekte
op het (dagelijks) functioneren en de symptoomlast.
Week 2
5 grote elementen zijn van invloed op het verouderingsproces:
1. Genen
2. Voeding
3. Leefstijl (beweging)
4. Omgeving (hygiëne, veiligheid)
5. Toeval
, Frailty (kwetsbaarheid): het opeenstapelen van lichamelijke, psychische en/of sociale
tekorten in het functioneren, dat de kans vergroot op negatieve gezondheidsuitkomsten
(zoals functiebeperking, opname, overlijden).
Veelvoorkomende gezondheidsproblemen bij veroudering zijn:
Hart- en vaatziekten
Geheugenproblemen (steeds meer mensen met dementie)
Valincidenten en fracturen (vooral heupfracturen komen vaak voor bij ouderen)
Mobiliteitsproblemen
Evenwichtsstoornissen en duizeligheid
Gevaren vanwege een gecombineerd gebruik van medicijnen
Wanneer er steeds meer gemuteerde cellen in het lichaam komen, treden er veranderingen
op in de lichaamsfuncties hierdoor wordt het verouderingsproces in gang gezet.
- Chaperonnes remmen het samenklonteren van ontvouwde eiwitten af en zorgen
voor het afbreken van beschadigde eiwitten.
- Tijdens de veroudering neemt het vermogen om extra chaperonnes aan te maken af
en worden cellen kwetsbaar de kans op eiwitvouwingsziektes (zoals staar en
Alzheimer) neemt toe.
Apoptose: gereguleerde/geprogrammeerde celdood
Necrose: proces waarbij een cel op abrupte wijze doodgaat
Verschillen tussen apoptose en necrose:
Apoptose Necrose
Wordt door het lichaam zelf geïndiceerd Ontstaat door schade
Celresten zijn verpakt Celresten komen vrij in weefsel
Geen ontstekingsreactie Ontstekingsreactie
Weinig/geen weefselschade Weefselschade
Oxidatie: afbraakprocessen m.b.v. zuurstof bij oxidatie komen agressieve stoffen (vrije
radicalen) vrij en deze kunnen schade aanrichten
- Antioxidanten gaan het aanrichten van deze schade tegen
Gevolgen van oxidatieve beschadigingen:
• Vertraagde celdeling
• Vertraagde reparatiecapaciteit
• Verminderde afweer (immuunsysteem)
• Homeostenose: afname capaciteit regelmechanismen interne milieu bij het ouder
worden
• Afname spier- en botmassa
• Eiwitstapeling leidt tot een steeds slechter functionerende cel (‘senescence’),
waardoor apoptose niet meer goed werkt
• Veroudering gerelateerde aandoeningen (zoals ziekte van Parkinson en Alzheimer)