c-FYS1 Bindweefsel
2 vragen
Leerdoelen
Noem de vier weefsel typen die samen het menselijk lichaam vormen en benoem de
kenmerken van elk type weefsel.
Beschrijf de algemene kenmerken van de bindweefsels.
Beschrijf de structuur, locatie en functie van de verschillende soorten bindweefsel.
Voorbereidende opdracht
Lees de bijlage "Connective Tissue" en beantwoord de volgende vragen:
1. Wat zijn de vier weefsel typen van het menselijk lichaam?
Epitheel
Bindweefsel
Spier
Zenuw
2. Wat zijn de belangrijkste kenmerken van elk weefseltype?
3. Definieer extracellulaire matrix
4. Welke celtypes komen voor in het bindweefsel ?
5. Welke vezeltypes komen voor in het bindweefsel?
6. Hoe wordt bindweefsel onderverdeeld?
Wanneer je al het bindweefsel uit je lichaam
haalt blijft er alleen een zakje vloeistof met
mineralen over
4 typen weefsel
- Epitheelweefsel
- BINDWEEFSEL
- Spierweefsel
- Zenuwweefsel
Bindweefsel ontstaat uit mesenchyme (zitten
veel vitaminen in)
Bindweefsel bestaat uit vezels, extracellulaire
matrix (kan hard of vloeistofachtig zijn) en
cellen.
Meest zachte vorm van bindweefsel is bloed
Meest harde vorm van bindweefsel is bot
Bindweefsel
• Overal in ons lichaam
• Omvat het meest voorkomende en wijdverspreide type weefsel
• Functies
– Verbind lichaamsstructuren (orgaanstelsels, organen, weefsels)
– Ondersteunt het lichaam, moet kunnen blijven staan
– Biedt bescherming (oa tegen ziekteverwekkers)
• Zit overal, organen, bloedvatten, spieren, botten, enz.
,Een van de vier basis typen van weefsels (epitheel, bindweefsel, spier- en zenuwweefsel)
Samenstelling: cellen (fibroblasten en andere), vezels en grondsubstantie (extracellulaire matrix)
Functies:
Architectonisch framewerk van het lichaam
Samenbinden/mechanische ondersteuning bieden voor ander weefsel (metabool, defensie,
transport, opslag)
Wondherstel / ontstekingsreactie
Bindweefsel: subcategorieën (connective tissue)
• Losmazig bindweefsel (weer onderscheid in):
– Areolair (veel om organen) (fascia), vet (energie in opslaan en biedt bescherming),
reticulair (netwerkachtige bindweefsel, komt veel minder voor, bij lymfen en klieren)
– Opslag, bescherming, enz.
– Relatief weinig vezels en veel grondsubstantie
• Straf (vormvast) bindweefsel, harder en trekvaster (weer onderscheid in):
– regelmatig, onregelmatig en elastisch
– sterk en vormvast. Kun je hard aan trekken en druk op zetten
Enkele VOORBEELDEN
Losmazig Bindweefsel (areolair, vet-, reticulair)
Vastmazig Bindweefsel (dicht regelmatig, dicht onregelmatig, onregelmatig, elastisch). Al uit
ontwikkeld bindweefsel, met uitzondering van bot, kraakbeen, bloed
Losmazig bindweefsel: areolair
Areolair bindweefsel: Het
meest verspreide bindweefsel.
Zacht, plooibaar weefsel.
Bevat alle vezeltypes. Kan
overtollige vloeistof opzuigen
bovenste
Die draadjes zijn de vezels.
Tussen de vezels en cellen
bevindt zich de
grondsubstantie
Zit tussen organen, verbindt
alles met elkaar. Komt veel
voor in de longen
Losmazig bindweefsel: vet (middelste in bovenstaand plaatje) adipose tissue. Belangrijke functie
bij het opslaan van energie. Gedomineerd door cellen met er tussen de grondsubstantie, bijna geen
vezels. Matrix is een areolair weefsel waarin vetbolletjes overheersen. Veel cellen bevatten grote
vetophopingen. Functies: Isolatie van het lichaam. Beschermt sommige organen. Functie:
brandstofopslag en stootkussen
, Losmazig bindweefsel: reticulair
• Losmazig bindweefsel
– Reticulair: lymfestelsel (lymfeklieren, beenmerg,
milt, lever)
Enkele VOORBEELDEN
Losmazig bindweefsel (areolair, vet-, reticulair)
Vormvast bindweefsel (dicht regelmatig, dicht onregelmatig,
onregelmatig, elastisch). Alle uit ontwikkeld bindweefsel, met
uitzondering van bot, kraakbeen, bloed
Starf bindweefsel
Regulair
- Dicht regelmatig
Bevestigt spieren aan botten of
spieren
Bevestigt botten aan botten
Ook parallelle collageenvezels.
Sterkte en elasticiteit. Pezen en
ligamenten.
wordt gedomineerd door
collagene vezels. Veel in pezen, is
heel sterk en scheurt niet snel.
Maakt spieren vast aan botten.
Irregulaire bindweefsel:
- Dicht onregelmatig
Bevestigt spieren aan botten of
spieren
Bevestigt botten aan botten
Ook parallelle collageenvezels.
Sterkte en elasticiteit. Pezen en
ligamenten
Gewrichtskapsel zelf bestaat
hieruit.
Bindweefsel is ook heel sterk, in
alle richtingen.
Vezels zijn ook collageen, maar
ook veel elastine vezels, veel
elastischer.