Samenvatting module Disability
Samenvatting module D
Inhoud
Fysiologie: Nieren en V&E balans ........................................................................................................... 2
Fysiologie: Endocrinologie..................................................................................................................... 14
Fysiologie: Vegetatief zenuwstelsel ...................................................................................................... 25
Fysiologie: Autoregulatie hersenen ....................................................................................................... 31
Fysiologie: Spierfysiologie ..................................................................................................................... 37
Pathologie: Nierziekten.......................................................................................................................... 40
Pathologie: Endocrinologie .................................................................................................................... 45
Pathologie: Verslavingen ....................................................................................................................... 47
Pathologie: Leverinsufficiëntie ............................................................................................................... 48
Farmacologie: Diabetes medicatie ........................................................................................................ 49
Farmacologie: Corticosteroïden ............................................................................................................ 51
Biochemie: Eiwitten en aminozuren ...................................................................................................... 52
Biochemie: Koolhydraten....................................................................................................................... 56
Biochemie: Cellulair metabolisme ......................................................................................................... 63
Biochemie: Vetten en lipiden ................................................................................................................. 73
Biochemie: Hormonen ........................................................................................................................... 75
AZT: ECG Intraventriculaire geleidingsstoornissen/ Hypertrofie/ Pacemaker ritme ............................. 76
Anesthesiologie: Geretardeerde patiënt ................................................................................................ 78
Anesthesiologie: Dwarsleasie en spierziekten ...................................................................................... 80
Anesthesiologie: Neurochirurgie basis .................................................................................................. 82
Anesthesiologie: Anesthesie gerelateerde ziektebeelden..................................................................... 88
Anesthesiologie: Verslavingen .............................................................................................................. 90
Anesthesiologie: Leverinsufficiëntie ...................................................................................................... 94
Anesthesiologie: Nierfunctiestoornissen ............................................................................................... 95
Anesthesiologie: Endocriene stoornissen (m.u.v. DM) ......................................................................... 96
Anesthesiologie: Diabetes mellitus ........................................................................................................ 98
Pagina 1 van 99
, Quinten van der Riet – Amstel Academie – anesthesiemedewerker
Samenvatting module Disability
Fysiologie: Nieren en V&E balans
De anatomie en fysiologie van de nieren
Nierlichaampje→ filtratie van plasma om urinevorming te initiëren
Distale tubulus contortus→ reabsorptie van natriumionen en het uitscheiden van zuren
Verzamelkanaaltje→ transport van urine naar de calyx minor
Verzamelbuis→ reabsorptie van water natriumionen
Proximale tubulus contortus→ reabsorptie van ionen, vitamine, water, organische moleculen
Onderdelen nier
• Nierschors (cortex)
• Niermerg (medulla)
• Nierbekken (pelvis)
Verdeling van lichaamswater over compartimenten en verschillen over personen
Man van 70kg: 43 liter verdeeld over compartimenten:
• Intracellulair 2/3
• Extracellulair 1/2
o Interstitieel 9/12 (interstitieel vocht)
▪ Intravasculair 2/12
▪ Transcellulair 1/12 (→ plekken zoals pericard enzovoort)
Verschil mannen, vrouwen, kinderen en ouderen
• Man→ 60% uit vocht en 40% vaste stoffen
• Vrouw→ 55% uit vocht en 45% vaste stoffen
• Kinderen→ 90% uit vocht foetus – 80% pasgeborenen – kind 70%
• Ouderen→ 55% uit vocht
Hoe hoger het vetgehalte → hoe lager het watergehalte
Hoe ouder → hoe droger
Naarmate ouder worden neemt de extracellulaire vloeistof af en neemt de intracellulaire vloeistof toe.
Pagina 2 van 99
, Quinten van der Riet – Amstel Academie – anesthesiemedewerker
Samenvatting module Disability
Verdeling stoffen intra- en extracellulair
Insensible loss
• Uitademing (groter bij kou)
• Verdamping via de huid (hoeft niet zweten te zijn)
(Perspiratio insensibilis (de onopvallende afgifte van vocht en warmte door longen en huid))
Functies van de nier
• Regeling homeostase
o Bloeddruk (regulering osmolariteit)
o Bloedvolume (regulering volume extracellulair vocht)
o Elektrolytenhuishouding
o Zuurgraad (zuur-base regulatie)
• Endocriene uitscheiding
o Erytropoëtine
o Renine
o Calcitriol (vitamine D3)
• Uitscheiding
o Stofwisselingsproducten
o Lichaamsvreemde stoffen/ afvalstoffen (ureum, creatinine, medicijnen)
Nefron (nier eenheid)
• Glomeruli (bestaat uit gefenestreerd endotheel)
• Kapsels van Bowman
Zuivering van bloed gaat door middel van filtratie; belangrijkste processen:
• Filtratie (niet selectief)
• Selectieve terugresorptie
• Selectieve secretie
Glomerulus
• Alleen kleine stoffen passeren
• Poriewijdte: 4 nm, wel langgerekt
• Eiwitten tot 5,5 kDa makkelijk, max 100kD
• Albumine(-) 69kDa dus een beetje
Filtratie is afhankelijk van
• Renale flow (ongeveer 1 liter per minuut)
• Filtratiefractie (20% van het plasma wordt gefiltreerd)
• Normale filtratie 125 ml/minuut = 180 liter per etmaal
• De totale terugresorptie over het gehele nefron is 178 liter/24h= 2 liter urine/24h uitgescheiden
• Filtraat = bloedplasma zonder eiwitten = voorurine of ultrafiltraat
De glomerulaire netto filtratiedruk is afhankelijk van 3 factoren
• Hydrostatische druk in de glomeruli (plaatselijke bloeddruk) (positief) (6kPa)
• De hydrostatische druk in het kapsel van Bowman (negatief) (1,5 kPa)
• De COD van het plasma in de glomeruli (negatief) (3,3 kPa)
• (COD in kapsel van Bowman (ligt buiten de glomeruli (vaten) (normaal bijna 0))
→ nettofiltratiedruk is 1,2 tot 2 kPa (10-15 mmHg)
Pagina 3 van 99
, Quinten van der Riet – Amstel Academie – anesthesiemedewerker
Samenvatting module Disability
Uitleg COD in kapsel van Bowman is bijna 0 in fysiologische situatie
De COD in het kapsel van Bowman is bijna 0 omdat de filtratiebarrière van de glomerulus voorkomt
dat eiwitten in het filtraat terechtkomen. Dit zorgt ervoor dat de colloïd osmotische druk die water
vasthoudt in de capillairen van de glomerulus, niet aanwezig is in het kapsel van Bowman, wat een
efficiënte filtratie van vocht mogelijk maakt. Bij glomerulonefritis worden eiwitten wel gefiltreerd en
heeft dit een aanzuigende werking vanuit de glomeruli naar het kapsel van Bowman en dus positief/
stimulerend effect op de GFR alleen is dit maar zo minimaal er zijn andere factoren die netto in een
dalende GFR zal resulteren.
Nettofiltratiedruk
NFP= Hydrostatische druk van glomerulus − COD in capillairen − Hydrostatische druk in het kapsel
Nettofiltratiedruk en hydrostatische druk
• Nettofiltratiedruk neemt af richting vas efferens
• In de praktijk ontstaat er nooit evenwicht
Pagina 4 van 99