Risicotaxatie
Belangrijke punten:
• Wat zijn voor-/nadelen van de 3 verschillende benaderingen in risicotaxatie
(ongestructureerd, actuarieel, professioneel gestructureerd oordeel)?
• Wat zijn statistische vs. dynamische risicofactoren?
• Wat zijn (geen) gevalideerde risicofactoren?
• Verbeteren beschermde factoren de voorspellende waarde?
Risicotaxatie = het identificeren van factoren/kenmerken van een persoon en diens omgeving
(risicofactoren) die de kans op herhaald delictgedrag vergroot
Uitkomsten van risicotaxatie worden gebruikt voor:
• Advies of verlofmodaliteit: kan deze persoon met begeleid, onbegeleid of proefverlof?
• Beëindiging maatregel
• Beslissingen over het behandelbeleid of de behandelinhoud: hoe lang en frequent moet
de behandeling zijn en wat zijn de behandeldoelen?
o Met name in de ambulante forensische zorg
• Indicatiestelling: welke zorg/begeleiding is geïndiceerd?
• Monitoren van veranderingen en veiligheidsrisico’s
Er zijn verschillende typen risicofactoren:
Type risicofactor Kenmerken Voorbeelden
Statische risicofactoren Onveranderbaar Leeftijd eerste politiecontact
Eenzijdige verandering = wel Aantal veroordelingen in het
verandering maar alleen 1 verleden
richting op (alleen toename)
Niet veranderbaar door
interventie
Hebben een sterke
voorspellingskracht: lange
termijn voorspelling voor
meerdere jaren
Geven zicht op de mate Toename in ernst en
waarin het gedrag een frequentie
ingesleten patroon is
geworden
Dynamische risicofactoren Stabiel dynamisch = langere Impulsiviteit,
tijd nodig om te veranderen verslavingsproblematiek
Acuut dynamisch = Toename in stress,
veranderen per dag, per uur middelengebruik op een
bepaald moment, arousal
, Factoren mbt de persoon,
vaardigheden en gedrag en
de sociale- en leefsituatie
Door interventie te
beïnvloeden
Criminogene factor = een risicofactor die met recidive samenhangt en door interventie te
behandelen is
• Een criminogene factor is dus altijd een dynamische risicofactor
Er zijn vier generaties risicotaxatie methodieken:
• 1ste generatie - 1G (jaren ’50)
o Ongestructureerde klinische taxaties
• 2de generatie - 2G (begin jaren ’70) (Violent Risk Appraisal Guide - VRAG)
o Statische risicofactoren (Static-99)
o Actuariële risicoclassificatie: gestandaardiseerd
• 3de generatie - 3G (eind ’70, begin ’80)
o Statische & dynamische risicofactoren (LSI, HCR-20)
o Gestructureerd klinische risico inschatting
• 4de generatie - 4G (vanaf 2004)
o Case managment tools / treatment plans
o Actuarieel risicoclassificatie ook voor dynamische items
De verschillende methodes
Bij ongestructureerde klinische taxaties wordt er afgegaan op het klinische oordeel: subjectief
Actuariële risicoclassificatie is gestandaardiseerd, waardoor de betrouwbaarheid hoger is
• Actuarieel = taxatie volgens vastliggende procedure waarbij recidiverisico wordt bepaald
door rekenkundige formula
• Vaak een optelsom van scores
• Voorbeeld: static-99, hierbij is er voor elke score een risicocategorie
Gestructureerd klinisch: hierbij wordt het recidiverisico ingeschat obv het klinisch oordeel &
hierbij worden zowel statische als dynamische factoren in acht genomen
• Veel gebruikte instrumenten in Nederland zijn: SAVRY, LSI/CMI, HCR-20, SVR-20
• Er zijn ook doelgroep specifieke instrumenten:
, o Female Additional Manual (FAM) voor vrouwelijke delinquenten dus deze maakt
gebruik van gender-specifieke factoren zoals prostitutie en zwangerschap op
jonge leeftijd
▪ Dit instrument geeft geen betere voorspelling bovenop de voorspelling
van de HCR-20
o Dynamic Risk Outcome Scales (DROS): voor licht verstandelijk beperkten,
maakt gebruik van dynamische risicofactoren zoals zelfredzaamheid, sociale
vaardigheden, acceptatie eigen beperkingen
▪ Dit gaat vooral over de beïnvloedbaarheid van delinquenten, ze zijn
kwetsbaar en het is dus niet zozeer een risicofactor maar eerder
kwetsbaarheid/onvermogen
• Daarnaast zijn er ook setting specifieke instrumenten:
o Recidive Inschattings Schalen (RISc):
▪ Voor volwassenen
▪ Wordt gebruik van gemaakt voor reclasseringsadviezen in alle fasen van
het strafproces: rechtszitting, penitentiair programma, tbs of
voorwaardelijke invrijheidstelling
o Forensische Ambulante Risico Evaluatie (FARE):
▪ Volwassenen
▪ Wordt gebruikt in de forensisch ambulante zorg/begeleiding
▪ Focus op het functioneren in de maatschappij dus hierbij worden andere
risicofactoren in acht genomen, zoals:
▪ Ook een belangrijk verschil met de HCR-20 is dat in de HCR-20 een
driepunts-schaal wordt gebruikt en in de FARE een vijf-puntsschaal
Voor- en nadelen van de verschillende risicotaxatie methodieken:
Methode Voordelen Nadelen
Ongestructureerde Flexibel Uitkomst afhankelijk van de kennis
klinische taxatie Kost weinig tijd en ervaring vd clinicus
Geen lijst invullen Grotere kans op vals positieve: dat
Kan per individu aangepast iemand ten onrechte als hoog
worden recidivegevaarlijk wordt bestempeld
Onduidelijk op welke info de
risicotaxatie is gebaseerd