HOOFDSTUK 5
Enkelvoudig interest (E.I)
(elk jaar 10% van het begin bedrag)
VOORBEELD:
Begin bedrag = 1000
Rente jaar 1 = 10% x 1000 = 100
Rente jaar 2 = 10% x 1000 = 100
Rente jaar 3 = 10% x 1000 = 100
Eind bedrag = 1300
Samengestelde interest
(elk jaar 10% van het beginbedrag + de rente die er per jaar is bijgekomen)
VOORBEELD
Begin bedrag = 1000
Rente jaar 1 = 10% x 1000 = 100
Rente jaar 2 = 10% x 1100 = 110
Rente jaar 3 = 10% x 1210 = 121
Eind bedrag = 1331
Formule eindwaarde (samengestelde interest)
Kn = Ko x (1 + (p : 100))n
Kn = eindwaarde
Ko = beginwaarde
P = interestpercentage
N = aantal perioden
Formule contante waarde = Ko = Kn : (1 + (p : 100))n
Ko = beginwaarde
Kn = eindwaarde
P = interestpercentage
N = aantal perioden
Direct opneembare spaartegoeden
- Je kan op ieder moment het geld van je spaarrekening afhalen.
Kenmerken:
- De variabele rente
- De spaarrekening kun je beheren via internet
- Het inleggen en opnemen van bedragen zijn vrij en brengen geen kosten met zich mee.
Niet-direct opneembare spaartegoeden
- Je krijgt hierbij hogere rente
- Het geld is niet direct beschikbaar
Kenmerken:
- De vaste rente
- Het geld staat vast voor een bepaalde periode
- De eenmalige inleg
- Het tussentijds storten en opnemen kan niet of je betaalt een boete bij opnemen.
, HOOFDSTUK 6
HOOFDSTUK 7
Beleggen: je investeert geld in iets met het doel om er winst mee te bereiken. Je ‘speculeert’ op
rendement.
Risico <-> rendement
- Sparen heeft een laag rendement en een relatief laag risico.
- Rendement kan hoger zijn met belegen maar door een hoger risico kan je ook geld verliezen.
Enkelvoudig interest (E.I)
(elk jaar 10% van het begin bedrag)
VOORBEELD:
Begin bedrag = 1000
Rente jaar 1 = 10% x 1000 = 100
Rente jaar 2 = 10% x 1000 = 100
Rente jaar 3 = 10% x 1000 = 100
Eind bedrag = 1300
Samengestelde interest
(elk jaar 10% van het beginbedrag + de rente die er per jaar is bijgekomen)
VOORBEELD
Begin bedrag = 1000
Rente jaar 1 = 10% x 1000 = 100
Rente jaar 2 = 10% x 1100 = 110
Rente jaar 3 = 10% x 1210 = 121
Eind bedrag = 1331
Formule eindwaarde (samengestelde interest)
Kn = Ko x (1 + (p : 100))n
Kn = eindwaarde
Ko = beginwaarde
P = interestpercentage
N = aantal perioden
Formule contante waarde = Ko = Kn : (1 + (p : 100))n
Ko = beginwaarde
Kn = eindwaarde
P = interestpercentage
N = aantal perioden
Direct opneembare spaartegoeden
- Je kan op ieder moment het geld van je spaarrekening afhalen.
Kenmerken:
- De variabele rente
- De spaarrekening kun je beheren via internet
- Het inleggen en opnemen van bedragen zijn vrij en brengen geen kosten met zich mee.
Niet-direct opneembare spaartegoeden
- Je krijgt hierbij hogere rente
- Het geld is niet direct beschikbaar
Kenmerken:
- De vaste rente
- Het geld staat vast voor een bepaalde periode
- De eenmalige inleg
- Het tussentijds storten en opnemen kan niet of je betaalt een boete bij opnemen.
, HOOFDSTUK 6
HOOFDSTUK 7
Beleggen: je investeert geld in iets met het doel om er winst mee te bereiken. Je ‘speculeert’ op
rendement.
Risico <-> rendement
- Sparen heeft een laag rendement en een relatief laag risico.
- Rendement kan hoger zijn met belegen maar door een hoger risico kan je ook geld verliezen.