Blok 3 - Continuïteit van het leven
Uitwerkingen taken
BA Gezondheidswetenschappen | 2019-2020
,Probleem 1 – de cel
Wat is de opbouw van een cel?
Brainstorm
Prokaryote cellen – zonder celkern
- Bevatten geen celorganellen
- Bevatten circulair DNA
- Bevatten ribosomen
Eukaryote cellen – met celkern
Compartiment = met celmembraan eromheen
Plantencellen
- Celwand - Om alle cellen zit altijd een membraan, alleen planten hebben een extra
wand.
- Chloroplasten (bladgroenkorrels)
Organellen/cel onderdelen
- Celkern
- Mitochondriën
- ER (ruw en glad)
- Golgi-apparaat
- Lysosomen
- Peroxysomen
- Celmembraan
Leerdoelen
1. Hoe is een cel opgebouwd?
2. Wat zijn de functies van de verschillende onderdelen (organellen) van een cel?
3. Wat is het verschil tussen prokaryote en eukaryote cellen?
▪ Hoe compenseren prokaryote cellen voor het feit dat ze geen organellen
hebben?
o Denk hierbij bijvoorbeeld aan energiehuishouding. Ze hebben
primitieve systemen die dingen kunnen compenseren.
▪ Hoe zit het met voortplanting van prokaryote cellen?
o (Ze hebben geen geslachtscellen) (DNA uitwisselen met andere
cellen)
4. Wat is het verschil tussen dierlijke en plantaardige cellen? (dit mag best wel
oppervlakkig)
,1. Hoe is een cel opgebouwd?
Alle levende organismen bestaan uit cellen. Cellen zijn kleine, met membranen omsloten
eenheden gevuld met een geconcentreerde waterige oplossing van chemicaliën en uitgerust
met het vermogen om kopieën van zichzelf te maken te groeien en vervolgens in twee te
delen.
Cellen → fundamentele units voor het leven.
Cellen variëren enorm in grootte en vorm. Ze zijn erg divers in hun ‘chemische
benodigdheden’. Sommige cellen hebben zuurstof nodig om te kunnen leven, voor andere is
dit dodelijk. Deze verschillen tussen cellen zorgen voor een verschil in functie van die cellen.
Van binnen zijn cellen vergelijkbaar met elkaar. Cellen zijn opgebouwd door dezelfde
soorten moleculen, die deelnemen aan gelijke chemische reacties.
In alle cellen ligt de genetische informatie opgeslagen in DNA-moleculen. Deze informatie is
geschreven in dezelfde chemische code, opgebouwd uit dezelfde chemische bouwstenen,
geïnterpreteerd door in wezen dezelfde chemische machines en op dezelfde manier
gerepliceerd wanneer een organisme zich reproduceert.
Een cel reproduceert door zijn DNA te repliceren en vervolgens in tweeën te delen, waarbij
een kopie van de genetische code in zijn DNA aan elk van zijn dochtercellen wordt
doorgegeven.
Er wordt aangenomen dat alle huidige cellen zijn geëvolueerd uit een voorouderlijke cel die
meer dan 3 miljard jaar geleden bestond.
, Plasmamembraan – scheiding tussen interne en externe milieu van de cel
Bestaat uit een dubbele fosfolipiden laag waarin eiwitten liggen. Het dient als een barrière
om te voorkomen dat de inhoud van de cel in het externe milieu terecht komt. Het
plasmamembraan zorgt ervoor dat er voldoende voedingstoffen de cel binnen worden
gelaten, en de afvalstoffen de cel uitgevoerd worden. Om deze uitwisseling mogelijk te
maken is het membraan uitgerust met kanaaltjes en transportrs die specifieke moleculen
doorlaten. Sommige eiwitten in het membraan dienen als receptoren, deze zorgen ervoor dat
de cel informatie ontvangt over veranderingen en hierop kan reageren.
Cytosol – geconcentreerde waterige gel van grote en kleine moleculen
Het cytosol is het deel van het cytoplasma dat niet aanwezig is in intracellulaire membranen.
Het bevat een groot aantal grote en kleine moleculen, zo dicht bij elkaar dat het zich meer
gedraagt als een gel op waterbasis dan een vloeibare oplossing. Het cytosol is de plaats van
veel chemische reacties die fundamenteel zijn voor het bestaan van de cel.