Wat is klinische forensische psychologie?
● Wetenschap die zich bezighoudt met:
○ Afwijkend (antisociaal) gedrag
○ Persoonlijkheid
○ Cognities
○ Preventie en interventie
○ Diagnostiek
○ Snijvlak met andere takken van de psychologie
Het forensische werkveld
● Politiebureau en huis van bewaring.
○ Huis van bewaring is een cellencomplex waar mensen geen gevangenisstraf, maar hechtenis ondergaan. Ze
krijgen hier geen psychische zorg.
● Gevangenis en penitentiair psychiatrisch centrum (PPC)
○ PPC is een afdeling in een gevangenis waar continue psychiatrische zorg beschikbaar is.
● Pro-Justitia rapportage (NIFP: Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie)
● Zorginstellingen (van boven naar onder > vergroting in de mate van beveiliging):
○ Forensisch psychiatrische poliklinieken deeltijdbehandeling
■ Mensen wonen gewoon thuis.
■ Op vrijwillige basis
○ Forensische woonbegeleiding (F-RIBW) – Niveau 1
○ Forensisch psychiatrische afdelingen (FPA) – Niveau 2
○ Forensisch psychiatrische klinieken (FPK) – Niveau 3
○ Forensische verslavingszorgklinieken (FVK)
○ Forensisch Psychiatrische centra (FPC) = TBS kliniek – Niveau 4
Oorsprong van de forensische psychologie
● Hippocrates
○ Hippocrates werd door een rechter gevraagd wanneer een krankzinnige wel/niet veroordeeld moest worden.
○ Wanneer iemand als krankzinnig gevonden werd was de straf meestal minder.
● Middeleeuwen
○ Er werd aan medici gevraagd een oordeel te geven.
○ ‘Onnozelen’ stonden onder curatele (verzorging) van familie.
■ De familie had het recht om de onnozele persoon vast te binden indien nodig.
■ De familie werd beboet wanneer het mis ging met de onnozele.
● Voor de verlichting: 3 ontwikkelingen:
○ Dolhuizen
■ Dit waren voorlopers van forensische klinieken.
■ Het doel was om de mensen te behandelen.
○ Bezeten
■ Bedevaartstochten: bezeten mensen werden vastgehouden in de kerk. De sporen hiervan zijn
tegenwoordig nog te zien aan de ringen/tralies in kerken. Wanneer de persoon voor een tijdje
vastgehouden was in een kerk, zou deze ‘genezen’ zijn. Wanneer dit niet werkte > heksenvervolging.
○ Johannes Wier
■ Stelde de vragen: ‘Zijn ze wel bezeten?’ ‘Is er geen natuurlijke oorzaak?’.
■ Voorbode van de forensische wetenschap.
● Verlichting: grote ommekeer
○ Men ging ervan uit dat mensen zelf konden kiezen voor goed of kwaad.
○ Iedereen is gelijk voor de wet.
○ Er was geen wetboek: de rechter besliste maar gewoon.
■ Code Pénal: begin van de wetboeken. De rechter had niet meer al het gezag.
○ Langzaamaan kwam er steeds meer aandacht voor de natuurwetenschappelijke benadering (Johannes Wier).
● 19de eeuw
○ Phillipe Pinel: ‘manie sans delire’.
■ Geestesproblematiek zonder aantasting van het IQ.
○ Steeds meer rechtszaken waarbij daders niet werden gestraft wegens psychische problematiek.
, ○ Engeland: aanslag belangrijke politicus door iemand met een normaal IQ en met geestesproblematiek zorgde
ervoor dat men kwam met het idee om een krankzinnigenwet te ontwikkelen.
○ 4 verklaringen voor psychische stoornissen
■ Erfelijkheid (deze theorie is niet aan te houden, combinatie van nature/nurture wel)
● Psychologische kenmerken worden geërfd van de ouders.
● Crimineel gedrag is erfelijk.
● Immoreel gedrag is af te leiden uit uiterlijke kenmerken (César Lombroso).
■ Degeneratie (deze theorie is niet aan te houden)
● Achteruitgang van bepaalde kenmerken door de jaren heen.
● Mensen worden over tijd steeds immoreler.
■ Evolutie (deze theorie is niet aan te houden)
● Stilstand leidt tot immoraliteit
■ Neurologische verklaringen
● Bijvoorbeeld: Phineas Gage. Bij hem zorgde een beschadiging aan de frontale kwabben voor een
verandering van persoonlijkheid.
● 19de/20ste eeuw
○ Voorheen werd er geen onderscheid gemaakt tussen kind en volwassene.
■ Hier kwam verandering is tijdens Code Pénal.
○ Jongeren onder de 16 kunnen geen onderscheid maken tussen goed en kwaad.
■ Nu is er nog steeds speling voor mensen tussen de 16 en 23.
○ 1905: invoering van de kinderwetten
■ Aanpassingen voor kinderen onder de 18.
○ Van straffen en wraak naar herstel/verbetering: mildere straffen.
● 20ste eeuw
○ Voorstel van van Hamel:
■ We moeten onderscheid maken tussen lichte en zware delicten.
■ Lichte vergrijpen: maatregel of straf ter afschrikking.
■ Zware vergrijpen: behandeling en verpleging van lange duur.
■ Zeer zware gevallen: terbeschikkingstelling van de regering; behandeling van 10 jaar en daarna verdere
overweging.
○ 1928: ‘psychopatenwetten’
■ Opsluiten en verzorgen (TBR) > voorloper van TBS.
○ Er waren veel nieuwe instellingen nodig.
■ Stopwet. Mensen die vermogensdelicten pleegden kwamen in TBR. Dit waren er echter heel veel.
Vandaar o.a. de stopwet: het delict moet ernstig zijn en met agressie te maken hebben om in aanmerking
te komen voor TBR.
○ Ontwikkelingen na de 2de wereldoorlog:
■ Delicten waren vaak contextgebonden: genuanceerdere opvattingen.
■ Utrechtse School: ontstaan Pieter Baan Centrum.
■ Betere zorg voor gevangenen en ook speciale zorg voor gedetineerden met een psychische stoornis.
■ Jaren 60: toename duur van TBR nadat er een afname was van het aantal mensen in TBR.
■ 1995: introductie long-stay afdelingen.
■ 1988: TBR veranderde in TBS
Straffen of behandelen
● Waar wordt iemand van verdacht?
● Maakt hij een zieke/gestoorde indruk? (P-J rapportages)
● Wat staat voorop: noodzaak behandelen of noodzaak bestraffen?
● Welk onderzoek is vereist om een besluit te nemen over de passende maatregel die tevens voldoet aan criteria van
proportionaliteit, subsidiariteit en effectiviteit?
○ Proportionaliteit: de ingreep of maatregel moet in verhouding staan tot het te voorkomen gevaar.
○ Subsidiariteit: een ingrijpende maatregel is alleen toelaatbaar als met een lichtere niet kan worden volstaan. Dus
probeer een zo licht mogelijke maatregel toe te passen.
○ Effectiviteit: de behandeling of maatregel moet effectief zijn in het afwenden van het gevaar.
Basis voor het opleggen van een maatregel
● Delict gepleegd waarvoor minstens 4 jaar gevangenis kan worden opgelegd.