Scheikunde Hoofdstuk 7
Brandend maagzuur:
Een deel van de maaginhoud komt terug in de slokdarm. Hierdoor krijg je een brandend
gevoel in de maagstreek en vooral achter het borstbeen.
PH meten:
Kleiner dan 7 = Zure oplossing
Groter dan 7 = Basische oplossing
Gelijk aan 7 = Neutrale oplossing
Bijtend of corrosief als pH <2 of 12>
Zuur-base indicatoren:
Stoffen waarvan de kleur afhankelijk is van de pH van de oplossing waarin ze zich
bevinden (Binas 52A indicatoren). Er is geen bepaalde waarde maar een
overgangsgebied. De grenzen waartussen de kleur verandert is het omslagtraject.
Zuur en zure oplossing:
Zuur: Een deeltje dat een H+ ion kan afstaan.
Zure oplossing: Als de oplossing een H+ (aq) ionen bevat.
Zuurrest-ion: Het overblijfsel na de splitsing van het H+ ion van een zuur.
Formules en namen van zuren:
Formule: Naam: Zuurrest-ion: Naam van het ion:
-
HCl Waterstofchloride Cl Chloride
(zoutzuur)
CH3COOH Ethaanzuur CH3COO- Ethanoaat
(azijnzuur) (acetaat)
-
HNO3 Salpeterzuur NO3 Nitraat
2-
H2O + CO2 (H2CO3) Koolzuur* CO3 Carbonaat
2-
H2SO4 Zwavelzuur SO4 Sulfaat
H3PO4 Fosforzuur PO43- Fosfaat
*Koolzuur is een instabiel zuur. Het ontleedt zeer snel in water en koolstofdioxide
Sterke en zwakke zuren:
1
Brandend maagzuur:
Een deel van de maaginhoud komt terug in de slokdarm. Hierdoor krijg je een brandend
gevoel in de maagstreek en vooral achter het borstbeen.
PH meten:
Kleiner dan 7 = Zure oplossing
Groter dan 7 = Basische oplossing
Gelijk aan 7 = Neutrale oplossing
Bijtend of corrosief als pH <2 of 12>
Zuur-base indicatoren:
Stoffen waarvan de kleur afhankelijk is van de pH van de oplossing waarin ze zich
bevinden (Binas 52A indicatoren). Er is geen bepaalde waarde maar een
overgangsgebied. De grenzen waartussen de kleur verandert is het omslagtraject.
Zuur en zure oplossing:
Zuur: Een deeltje dat een H+ ion kan afstaan.
Zure oplossing: Als de oplossing een H+ (aq) ionen bevat.
Zuurrest-ion: Het overblijfsel na de splitsing van het H+ ion van een zuur.
Formules en namen van zuren:
Formule: Naam: Zuurrest-ion: Naam van het ion:
-
HCl Waterstofchloride Cl Chloride
(zoutzuur)
CH3COOH Ethaanzuur CH3COO- Ethanoaat
(azijnzuur) (acetaat)
-
HNO3 Salpeterzuur NO3 Nitraat
2-
H2O + CO2 (H2CO3) Koolzuur* CO3 Carbonaat
2-
H2SO4 Zwavelzuur SO4 Sulfaat
H3PO4 Fosforzuur PO43- Fosfaat
*Koolzuur is een instabiel zuur. Het ontleedt zeer snel in water en koolstofdioxide
Sterke en zwakke zuren:
1