3.1 jongens en meisjes
Puberteit periode waarin het lichaam volwassen wordt
Leeftijd: 10 – 17 jaar
Adolescentie periode waarin je geestelijk volwassen wordt
Leeftijd: na puberteit – 20/25 jaar
De veranderingen in deze periodes komen op gang door geslachtshormonen, ze reguleren
de ontwikkeling van geslachtskenmerken.
Hormonen chemische stoffen die door hormoonklieren aan het bloed worden afgegeven.
Deze stoffen worden getransporteerd door het hele lichaam. Cellen die
gevoelig zijn voor hormonen reageer op een verandering van de concentratie.
Geslachtshormonen spelen een rol bij voorplanting. De concentratie hiervan verschilt tussen
mannen en vrouwen.
Geslachtskenmerken
Ontwikkeling van geslachtsorganen begint al als een embryo een paar weken oud is.
Testosteron speelt hier een hoofdrol bij:
Veel: jongen
Weinig: meisje
Primaire geslachtskenmerken: kenmerken die een kind bij de geboorte heeft
Secundaire geslachtskenmerken: kenmerken die bij puberteit ontstaan
Meisjes: menstruatie, vrijgekomen eicellen, borsten, bredere heupen
Jongens: zaadcellen, baardgroei, gespierd, okselhaar
Bij meisjes begint de puberteit eerder dan bij jongens. Geslachtshormonen beïnvloeden
lichamelijke en geestelijke verschillen tussen jongens en meisjes.
Seksueel gedrag al het gedrag dat met seksualiteit te maken heeft. Bij dieren is balts
hier een voorbeeld van. Bij mensen is het zoenen, strelen en
geslachtsgemeenschap. Het verkennen van het lichaam hoort er ook
bij.
Ongewenst seksueel gedrag: seksueel gedrag van iemand bij een ander die dat niet wil.
3.2 Geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting
Tijdens de S-fase van de celcyclus wordt het DNA gekopieerd, en tijdens de mitose krijgt
ieder dochtercel 1 van de DNA-ketens. Hierdoor bevatten de dochtercellen exact hetzelfde
erfelijke informatie als de moedercellen.
Soms ontstaan er tijdens de replicatie van het DNA veranderingen: een mutatie. Hierdoor
kunnen er kleine verschillen ontstaan tussen de dochtercellen.
, Het nadeel van geslachtelijke voortplanting
Bij geslachtelijke voortplanting: 2 partners nodig
Om populatie in evenwicht te houden moet bij geslachtelijke voortplanting de vrouw
2 kinderen krijgen. Bij ongeslachtelijke zou dan de populatie toenemen.
Kost tijd en energie: tijdens bevruchting versmelt de kern van zaadcel met de kern
van eicel
Er moeten aparte gameten = geslachtscellen worden gevormd
Voordelen van geslachtelijke voortplanting
DNA die door mutaties ontstaan, worden direct doorgegeven aan nakomelingen
Er ontstaat veel variatie door recombinatie (chromosomen van beide individuen
worden gemengd)
Nakomelingen verschillen, omstandigheden waarin ze optimaal groeien zijn
verschillend, hierdoor kunnen ze in verschillende milieus leven
Er ontstaat sneller een dubbele resistentie (dat je ergens goed tegen kan)
Als een individu resistent is tegen antibioticum A en de ander tegen B, dan kan de
nakomeling resistent zijn tegen allebei. Dit kan ook bij ongeslachtelijke voortplanting, maar
omdat daar maar 1 partner is, duurt het veel langer voordat er een 2e mutatie is.
3.3 Geslachtscellen
Celfusie is de versmelting van 2 cellen, dit is een kenmerk van geslachtelijke
voortplanting. De nieuwe cel heeft informatie van beide cellen en dubbel
aantal chromosomen.
Meiose
Haploïde cel cellen met een enkele set chromosomen, wordt aangegeven met ‘n’.
Geslachtscellen zijn dit.
Diploïde cel cellen met een dubbele set chromosomen, iedere set komt 2x voor ‘2n’, dit
zie je bij lichaamscellen, zoals een bevruchte eicel (zygote)
Bij bevruchting versmelten 2 haploïde cellen tot 1 diploïde cel. Na de bevruchting wordt de
diploïde cel een organisme. Er ontstaan speciale organen die voortplantingscellen maken.
Bij mannen: testes (teelballen)
Bij vrouwen: ovaria (eierstokken)
Hier ontstaan uit diploïde cellen haploïde cellen. Het proces waarbij het aantal
chromosomen wordt gereduceerd is meiose.
De meiose heeft 2 delingen:
1. Meiose I: uit een diploïde cel ontstaan 2
haploïde cellen (2n n + n)
2. Meiose II: uit 2 haploïde cellen ontstaan
4 haploïde cellen (n + n n + n + n + n)
Puberteit periode waarin het lichaam volwassen wordt
Leeftijd: 10 – 17 jaar
Adolescentie periode waarin je geestelijk volwassen wordt
Leeftijd: na puberteit – 20/25 jaar
De veranderingen in deze periodes komen op gang door geslachtshormonen, ze reguleren
de ontwikkeling van geslachtskenmerken.
Hormonen chemische stoffen die door hormoonklieren aan het bloed worden afgegeven.
Deze stoffen worden getransporteerd door het hele lichaam. Cellen die
gevoelig zijn voor hormonen reageer op een verandering van de concentratie.
Geslachtshormonen spelen een rol bij voorplanting. De concentratie hiervan verschilt tussen
mannen en vrouwen.
Geslachtskenmerken
Ontwikkeling van geslachtsorganen begint al als een embryo een paar weken oud is.
Testosteron speelt hier een hoofdrol bij:
Veel: jongen
Weinig: meisje
Primaire geslachtskenmerken: kenmerken die een kind bij de geboorte heeft
Secundaire geslachtskenmerken: kenmerken die bij puberteit ontstaan
Meisjes: menstruatie, vrijgekomen eicellen, borsten, bredere heupen
Jongens: zaadcellen, baardgroei, gespierd, okselhaar
Bij meisjes begint de puberteit eerder dan bij jongens. Geslachtshormonen beïnvloeden
lichamelijke en geestelijke verschillen tussen jongens en meisjes.
Seksueel gedrag al het gedrag dat met seksualiteit te maken heeft. Bij dieren is balts
hier een voorbeeld van. Bij mensen is het zoenen, strelen en
geslachtsgemeenschap. Het verkennen van het lichaam hoort er ook
bij.
Ongewenst seksueel gedrag: seksueel gedrag van iemand bij een ander die dat niet wil.
3.2 Geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting
Tijdens de S-fase van de celcyclus wordt het DNA gekopieerd, en tijdens de mitose krijgt
ieder dochtercel 1 van de DNA-ketens. Hierdoor bevatten de dochtercellen exact hetzelfde
erfelijke informatie als de moedercellen.
Soms ontstaan er tijdens de replicatie van het DNA veranderingen: een mutatie. Hierdoor
kunnen er kleine verschillen ontstaan tussen de dochtercellen.
, Het nadeel van geslachtelijke voortplanting
Bij geslachtelijke voortplanting: 2 partners nodig
Om populatie in evenwicht te houden moet bij geslachtelijke voortplanting de vrouw
2 kinderen krijgen. Bij ongeslachtelijke zou dan de populatie toenemen.
Kost tijd en energie: tijdens bevruchting versmelt de kern van zaadcel met de kern
van eicel
Er moeten aparte gameten = geslachtscellen worden gevormd
Voordelen van geslachtelijke voortplanting
DNA die door mutaties ontstaan, worden direct doorgegeven aan nakomelingen
Er ontstaat veel variatie door recombinatie (chromosomen van beide individuen
worden gemengd)
Nakomelingen verschillen, omstandigheden waarin ze optimaal groeien zijn
verschillend, hierdoor kunnen ze in verschillende milieus leven
Er ontstaat sneller een dubbele resistentie (dat je ergens goed tegen kan)
Als een individu resistent is tegen antibioticum A en de ander tegen B, dan kan de
nakomeling resistent zijn tegen allebei. Dit kan ook bij ongeslachtelijke voortplanting, maar
omdat daar maar 1 partner is, duurt het veel langer voordat er een 2e mutatie is.
3.3 Geslachtscellen
Celfusie is de versmelting van 2 cellen, dit is een kenmerk van geslachtelijke
voortplanting. De nieuwe cel heeft informatie van beide cellen en dubbel
aantal chromosomen.
Meiose
Haploïde cel cellen met een enkele set chromosomen, wordt aangegeven met ‘n’.
Geslachtscellen zijn dit.
Diploïde cel cellen met een dubbele set chromosomen, iedere set komt 2x voor ‘2n’, dit
zie je bij lichaamscellen, zoals een bevruchte eicel (zygote)
Bij bevruchting versmelten 2 haploïde cellen tot 1 diploïde cel. Na de bevruchting wordt de
diploïde cel een organisme. Er ontstaan speciale organen die voortplantingscellen maken.
Bij mannen: testes (teelballen)
Bij vrouwen: ovaria (eierstokken)
Hier ontstaan uit diploïde cellen haploïde cellen. Het proces waarbij het aantal
chromosomen wordt gereduceerd is meiose.
De meiose heeft 2 delingen:
1. Meiose I: uit een diploïde cel ontstaan 2
haploïde cellen (2n n + n)
2. Meiose II: uit 2 haploïde cellen ontstaan
4 haploïde cellen (n + n n + n + n + n)