Hoogconjunctuur
Krappe arbeidsmarkt, hoge looneisen hoge loonkosteninflatie
Aanbod arbeid> vraag arbeid
1. Uitgaven verlagen
Minder vraag, overbesteding neemt af, bestedingsinflatie daalt.
2. Belasting verhogen
Minder inkomen overhouden, minder vraag, overbesteding neemt af,
bestedingsinflatie daalt.
Laagconjunctuur
Ruime arbeidsmarkt, lage looneisen lage loonkosteninflatie
Vraag arbeid> aanbod arbeid
1. Uitgaven verhogen
Meer vraag, meer productie, meer arbeiders nodig, conjuncturele
werkloosheid daalt
2. Belasting verlagen
Consumenten houden meer inkomen over, vraag omhoog, meer productie,
meer arbeiders, conjuncturele werkloosheid omlaag
Inverdieneffect (Bestedingen stimuleren)
Belastingen verlagen --> besteedbaar inkomen stijgt --> Consumptie stijgt -->
EV stijgt --> productie stijgt --> BBP stijgt (werkloosheid daalt)
Inverdieneffect: doordat het BBP stijgt wordt een deel van de
belastingverlaging weer terugverdient
Overheidsbestedingen verhogen --> EV stijgt --> productie stijgt --> BBP stijgt
(werkloosheid daalt)
Inverdieneffect: doordat het BBP stijgt wordt een deel van de extra
uitgaven door de overheid weer terugverdient
Uitverdieneffect (Bestedingen afremmen)
Belastingen verhogen --> besteedbaar inkomen daalt --> Consumptie daalt -->
EV daalt --> productie daalt --> BBP daalt (werkloosheid stijgt)
Uitverdieneffect: doordat het BBP daalt verdwijnt een deel van de extra
belastingopbrengsten weer (en ook hogere uitgaven aan uitkeringen)
Overheidsbestedingen verhogen --> EV stijgt --> productie stijgt --> BBP stijgt
(werkloosheid daalt)
Uitverdieneffect: doordat het BBP daalt verdwijnt een deel van de extra
belastingopbrengsten weer (en ook hogere uitgaven aan uitkeringen)
Krappe arbeidsmarkt, hoge looneisen hoge loonkosteninflatie
Aanbod arbeid> vraag arbeid
1. Uitgaven verlagen
Minder vraag, overbesteding neemt af, bestedingsinflatie daalt.
2. Belasting verhogen
Minder inkomen overhouden, minder vraag, overbesteding neemt af,
bestedingsinflatie daalt.
Laagconjunctuur
Ruime arbeidsmarkt, lage looneisen lage loonkosteninflatie
Vraag arbeid> aanbod arbeid
1. Uitgaven verhogen
Meer vraag, meer productie, meer arbeiders nodig, conjuncturele
werkloosheid daalt
2. Belasting verlagen
Consumenten houden meer inkomen over, vraag omhoog, meer productie,
meer arbeiders, conjuncturele werkloosheid omlaag
Inverdieneffect (Bestedingen stimuleren)
Belastingen verlagen --> besteedbaar inkomen stijgt --> Consumptie stijgt -->
EV stijgt --> productie stijgt --> BBP stijgt (werkloosheid daalt)
Inverdieneffect: doordat het BBP stijgt wordt een deel van de
belastingverlaging weer terugverdient
Overheidsbestedingen verhogen --> EV stijgt --> productie stijgt --> BBP stijgt
(werkloosheid daalt)
Inverdieneffect: doordat het BBP stijgt wordt een deel van de extra
uitgaven door de overheid weer terugverdient
Uitverdieneffect (Bestedingen afremmen)
Belastingen verhogen --> besteedbaar inkomen daalt --> Consumptie daalt -->
EV daalt --> productie daalt --> BBP daalt (werkloosheid stijgt)
Uitverdieneffect: doordat het BBP daalt verdwijnt een deel van de extra
belastingopbrengsten weer (en ook hogere uitgaven aan uitkeringen)
Overheidsbestedingen verhogen --> EV stijgt --> productie stijgt --> BBP stijgt
(werkloosheid daalt)
Uitverdieneffect: doordat het BBP daalt verdwijnt een deel van de extra
belastingopbrengsten weer (en ook hogere uitgaven aan uitkeringen)