22
19 Overtuigen
- Voordat iemand zijn zin krijgt moet hij mensen overtuigen. (Jij hebt
de beste ideeën, jij bent de beste, etc.)
- Om je zin te krijgen en mensen te overtuigen zijn er veel ethische
middelen uit de psychologie. Vroeger werd de kunst van de
welsprekendheid (retorica) ook gezien als een belangrijke
vaardigheid.
- Als je met taal andere probeert te overtuigen, dan ben je aan het
argumenteren. Je standpunt is dat waar je de andere van wil
overtuigen in jouw betoog.
o Mening, visie, opvatting, stelling, claim of conclusie andere
woorden voor standpunt.
- Argumenten zijn uitspraken die een mening of standpunt
ondersteunen, of juist aantonen dat een (andere) mening onjuist is.
o Woorden zoals want, immers, aangezien en omdat geven aan
dat er een argument volgt.
- Alle argumenten bij elkaar noem je de argumentatie, betoog of
redenering.
- Een tegenargument is een uitspraak die laat zien waarom een
standpunt onjuist of minder aanvaardbaar is.
o ‘’Vaccineren moet helemaal niet verplicht worden, want
iedereen moet zelf kunnen bepalen wat er met zijn of haar
lichaam gebeurt.’’
- Een weerlegging ontkracht je een argument.
o Je laat zien dat het argument onjuist of onaanvaardbaar is.
o ‘’De Olympische Spelen naar Nederland halen brengt helemaal
geen geld op. Ja, het zou een boost geven aan het toerisme,
, maar de kosten die eraan verbonden zijn, zijn veel hoger dan
de opbrengsten.’’
- Met tegenargumenten en weerleggingen leg je de zwaktes van een
argumentatie bloot.
- Van een feitelijke uitspraak is vast te stellen of hij waar is dan wel
onwaar.
- Van een waarderende uitspraak is dat niet vast te stellen; het
behelst een oordeel van wat goed of slecht, mooi of lelijk is.
- Als mensen het met elkaar oneens zijn, dan zijn er twee manieren
om uit een meningsverschil te komen: ze kunnen het
meningsverschil oplossen en ze kunnen het beslechten.
- Een meningsverschil is opgelost als beide partijen na een gesprek of
discussie akkoord geen met een gemeenschappelijke oplossing, met
een (nieuw) standpunt waarin beide partijen zich voldoende
herkennen.
o Het gesprek is constructief: het richt zich op de oplossing.
Een van de partijen gaat akkoord met de opvatting van
de ander, of er wordt een compromis gesloten die in veel
gevallen een suboptimale oplossing is.
- Je kan een meningsverschil ook op andere manieren oplossen
meeste stemmen gelden, munt opgooien, of een derde partij
(rechter of jury) laten bepalen wie gelijk heeft.
o Het meningsverschil is niet opgelost en blijft bestaan, maar
een van de partijen dient zich neer te leggen bij de uitkomst.
Het meningsverschil is beslecht.
20 Argumentatiestructuren
- Hoe sterker de aangevoerde argumenten, hoe aanvaardbaarder en
daarmee overtuigender de argumentatie als geheel zal zijn.
- Bij sommige argumenten kan je makkelijk onderzoeken of het waar
of niet waar is: … want dieselmotoren zijn vervuilender dan
benzinemotoren.
- Bij andere argumenten is het lastiger: … want mannen zijn meer
competitief ingesteld dan vrouwen.
o Iedere man of de gemiddelde man? Wanneer ben je meer
competitief dan de ander?
- Waarderen uitspraken (meningen) zijn lastiger te beoordelen.
- Bij sommige argumenten bestaat er een soort van impliciete
overeenstemming, een consensus:
o …, want goede gezondheidszorg moet voor iedereen
toegankelijk zijn.
- Waarderende argumenten hebben vaak meer uitleg nodig: deze
hebben dus zelf weer eigen argumenten nodig.
- Argumentaties zijn opgebouwd volgens een van drie structuren: