Examenvoorbereiding
Beco formules
Geldzaken
Ontvangsten en uitgaven
Een procentueel aandeel bereken:
(Deel / geheeld) x 100%
Een procentuele verandering berekenen:
((Nieuw - oud) / oud) x 100%
Het onderscheid tussen procent en procentpunt:
Een procent is één honderdste deel.
Een procentpunt is het absolute verschil tussen twee percentages.
Het verschil tussen procent en promille:
1% = 0,1%
Absolute getallen als indexcijfers schrijven:
Indexcijfer = (waarde / basisjaar) x 100
Consumptief krediet
Totale rentebedrag bij een annuïteitenlening:
(Annuïteit x looptijd) - geleende bedrag
Hypotheken
Bruto maanduitgaven:
Rente + a ossing
Netto maanduitgaven:
Bruto maanduitgaven - belastingvoordeel
(Dus (rente + a ossing) - belastingvoordeel)
Belastingvoordeel:
Marginale belastingtarief x hypotheekrente
Eindwaarde van één bedrag:
E = K x (1 + i) ^n
Contante waarde van één bedrag:
C = K x (1 + i) ^-n
Of
C = K / (1 + i) ^n
1
fl fl
, Samenleven
Hoogte van de alimentatie:
Stap 1: behoefte van de ontvanger is 60% van het maandelijks netto-inkomen dat beide
partners samen verdienen — netto-inkomsten van de ontvanger.
Stap 2: draagkrachtruimte = maandelijks netto-inkomen van de betalende partner — een
bedrag voor de eerste levensbehoeften (inclusief woon- en zorgkosten).
Stap 3: de te betalen alimentatie = 60% van de draagkrachtruimte, met een maximum
van de behoefte van de ontvangende partner.
Erfenis:
Waarde van de bezittingen - de waarde van de schulden
Ondernemerschap
marktonderzoek
Marktaandeel:
Afzet van een onderneming / totale afzet in de markt x 100%
Of
Omzet van een onderneming / totale omzet in de markt x 100%
De eenmanszaak
Inkopen en verkopen
Voorraad:
Eindvoorraad = beginvoorraad + inkopen - inkoopwaarde van de omzet
Financieringsresultaat:
Interestopbrengsten - interestkosten
Opbrengsten en kosten (resultatenrekening):
(Exclusief btw)
Omzet
- Inkoopwaarde van de omzet
- Afschrijvingskosten
- Loonkosten
- Alle overige kosten
= Bedrijfsresultaat
- Financieringsresultaat (interestopbrengsten - interestkosten)
= Resultaat voor winstbelasting
- Winstbelasting
= Resultaat na winstbelasting
(Resultaat is gelijk aan het eigen vermogen op de balans)
2
Beco formules
Geldzaken
Ontvangsten en uitgaven
Een procentueel aandeel bereken:
(Deel / geheeld) x 100%
Een procentuele verandering berekenen:
((Nieuw - oud) / oud) x 100%
Het onderscheid tussen procent en procentpunt:
Een procent is één honderdste deel.
Een procentpunt is het absolute verschil tussen twee percentages.
Het verschil tussen procent en promille:
1% = 0,1%
Absolute getallen als indexcijfers schrijven:
Indexcijfer = (waarde / basisjaar) x 100
Consumptief krediet
Totale rentebedrag bij een annuïteitenlening:
(Annuïteit x looptijd) - geleende bedrag
Hypotheken
Bruto maanduitgaven:
Rente + a ossing
Netto maanduitgaven:
Bruto maanduitgaven - belastingvoordeel
(Dus (rente + a ossing) - belastingvoordeel)
Belastingvoordeel:
Marginale belastingtarief x hypotheekrente
Eindwaarde van één bedrag:
E = K x (1 + i) ^n
Contante waarde van één bedrag:
C = K x (1 + i) ^-n
Of
C = K / (1 + i) ^n
1
fl fl
, Samenleven
Hoogte van de alimentatie:
Stap 1: behoefte van de ontvanger is 60% van het maandelijks netto-inkomen dat beide
partners samen verdienen — netto-inkomsten van de ontvanger.
Stap 2: draagkrachtruimte = maandelijks netto-inkomen van de betalende partner — een
bedrag voor de eerste levensbehoeften (inclusief woon- en zorgkosten).
Stap 3: de te betalen alimentatie = 60% van de draagkrachtruimte, met een maximum
van de behoefte van de ontvangende partner.
Erfenis:
Waarde van de bezittingen - de waarde van de schulden
Ondernemerschap
marktonderzoek
Marktaandeel:
Afzet van een onderneming / totale afzet in de markt x 100%
Of
Omzet van een onderneming / totale omzet in de markt x 100%
De eenmanszaak
Inkopen en verkopen
Voorraad:
Eindvoorraad = beginvoorraad + inkopen - inkoopwaarde van de omzet
Financieringsresultaat:
Interestopbrengsten - interestkosten
Opbrengsten en kosten (resultatenrekening):
(Exclusief btw)
Omzet
- Inkoopwaarde van de omzet
- Afschrijvingskosten
- Loonkosten
- Alle overige kosten
= Bedrijfsresultaat
- Financieringsresultaat (interestopbrengsten - interestkosten)
= Resultaat voor winstbelasting
- Winstbelasting
= Resultaat na winstbelasting
(Resultaat is gelijk aan het eigen vermogen op de balans)
2