Ethiek en filosofie:
Anouk Hagmeijer
Mei 2024
Module: DT3.3 -SWBK-19 Ethiek-Filosofie
, Inhoudsopgave:
Erkenning:
• 1.1 De student schrijft een eigen praktijk dilemma in relatie tot de begrippen
‘uitsluiting en participatie’ binnen SW en verbindt dit met de denkers: Carl
Rogers en Michel Foucault.
• 1.2 De student schrijft een samenhangende mensvisie in maximaal 20 zinnen.
Behoefte en herkenning:
• 2.1 De student schrijft een eigen praktijkcursus rond ‘de vraag achter de
vraag’ en verbindt dit met 2 invalshoeken uit Hoofdstuk 9 ‘Behoeften
(herkennen)'.
Taal en betekenis
• 3.1 De student schrijft m.b.v. een eigen casus ‘de complexheid van taal’
vanuit 3 verschillende filosofische invalshoeken vanuit Hoofdstuk 10: 'Elkaar
begrijpen'.
• 3.2 De student citeert een actueel artikel uit het SW waarin de systeem- en
leefwereld van Habermas zichtbaar worden. De student verantwoordt dit in
eigen woorden.
Rechtvaardigheid
• 4.1 De student schrijft in maximaal 15 zinnen haar visie op ‘rechtvaardigheid’
vanuit haar eigen overtuiging en levensbeschouwing. De student beschrijft dit
bin-nen de context van SW
Doen we het goede?
• 5.1 De student schrijft in maximaal 15 zinnen haar eigen ‘kernwaarden in de
zorg’ binnen SW en verbindt dit met 2 denkers uit Hoofdstuk 12
Hulpvraag in de hulpverlening, de geschonden mens
• 6.1 De student schrijft een eigen casus waarin zij 'betekenisgericht' hulp
verleent m.b.v. de 3 gelaagdheden (het existentiële moment, de levensvraag
en de zingevingsbron).
• 6.2 De student schrijft haar eigen levensbeschouwing in maximaal 20 zinnen
m.b.v. de theorie uit het artikel ‘de Geschonden mens’ en beschrijft een
existentiële ervaring waarbij haar ‘zingeving’ concreet werd
De ontwikkeling van haar professionele normativiteit
Anouk Hagmeijer
Mei 2024
Module: DT3.3 -SWBK-19 Ethiek-Filosofie
, Inhoudsopgave:
Erkenning:
• 1.1 De student schrijft een eigen praktijk dilemma in relatie tot de begrippen
‘uitsluiting en participatie’ binnen SW en verbindt dit met de denkers: Carl
Rogers en Michel Foucault.
• 1.2 De student schrijft een samenhangende mensvisie in maximaal 20 zinnen.
Behoefte en herkenning:
• 2.1 De student schrijft een eigen praktijkcursus rond ‘de vraag achter de
vraag’ en verbindt dit met 2 invalshoeken uit Hoofdstuk 9 ‘Behoeften
(herkennen)'.
Taal en betekenis
• 3.1 De student schrijft m.b.v. een eigen casus ‘de complexheid van taal’
vanuit 3 verschillende filosofische invalshoeken vanuit Hoofdstuk 10: 'Elkaar
begrijpen'.
• 3.2 De student citeert een actueel artikel uit het SW waarin de systeem- en
leefwereld van Habermas zichtbaar worden. De student verantwoordt dit in
eigen woorden.
Rechtvaardigheid
• 4.1 De student schrijft in maximaal 15 zinnen haar visie op ‘rechtvaardigheid’
vanuit haar eigen overtuiging en levensbeschouwing. De student beschrijft dit
bin-nen de context van SW
Doen we het goede?
• 5.1 De student schrijft in maximaal 15 zinnen haar eigen ‘kernwaarden in de
zorg’ binnen SW en verbindt dit met 2 denkers uit Hoofdstuk 12
Hulpvraag in de hulpverlening, de geschonden mens
• 6.1 De student schrijft een eigen casus waarin zij 'betekenisgericht' hulp
verleent m.b.v. de 3 gelaagdheden (het existentiële moment, de levensvraag
en de zingevingsbron).
• 6.2 De student schrijft haar eigen levensbeschouwing in maximaal 20 zinnen
m.b.v. de theorie uit het artikel ‘de Geschonden mens’ en beschrijft een
existentiële ervaring waarbij haar ‘zingeving’ concreet werd
De ontwikkeling van haar professionele normativiteit