Plaque, tandsteen, gingivitis en cariës 3:
Plaque/ biofilm
Zuurproductie demineralisatie cariës
Toxinen/ enzymen gingivitis
Baseproductie mineralisatie tandsteen
Cariës is het dynamische proces waarbij de harde tandweefsels oplossen ten
gevolge van bacteriële zuren.
Cariës:
De meest voorkomende infectieziekte in de wereld
Cariës is een demineralisatieproces van het tandweefsel (glazuur, dentine en/of
wortelcement)
Caviteit= ‘’holte vorming’’
Wat is nodig om cariës te ontwikkelen? :
Tand plaque voeding (suikers/ koolhydraten) tijd cariës
Glazuur:
Opgebouwd uit zogenoemde glazuurprisma’s
Glazuurprisma’s:
Staafvormige structuren
Omringd door interprismatische substantie
Allen gevuld met hydroxielapatiet (Ca5(PO4)3OH(s)
Demineralisatie: het oplossen van het hydroxylapatiet (calcium)
Remineralisatie: hydroxylapatiet is vervangen door fluorapatiet, wat een sterker
ionenrooster heeft
Dentine: minder mineraal dan glazuur, meer organisch materiaal en water. Dentine
gaat sneller in oplossing dan glazuur
Demineralisatie/ remineralisatie in balans is er niks aan de hand. Maar vaker
demineralisatie door teveel zuurmomenten cariës (met holtevorming)
Kritieke pH van glazuur: de pH waarde waarbij het glazuur in oplossing gaat
- pH 5.5 (kritische pH)
- ontkalking dentine pH 6,2
- bij herstel omgevings-pH kan opgelost calcium en fosfaat weer neerslaan op de
minerale kristallen= remineralisatie
Neutrale pH is 7.0, bij het eten van zuren gaat het in daling. Duurt een tijd voor het
weer in balans is
Predilectieplaatsen (voorkeursplaatsen) cariës:
‘’putjes en fissuren’’
Approximale gebieden, direct onder de contactpunten
Cervicaal, zowel vestibulair als linguaal
De klassenindeling volgens G.V. Black (1908)
Plaque/ biofilm
Zuurproductie demineralisatie cariës
Toxinen/ enzymen gingivitis
Baseproductie mineralisatie tandsteen
Cariës is het dynamische proces waarbij de harde tandweefsels oplossen ten
gevolge van bacteriële zuren.
Cariës:
De meest voorkomende infectieziekte in de wereld
Cariës is een demineralisatieproces van het tandweefsel (glazuur, dentine en/of
wortelcement)
Caviteit= ‘’holte vorming’’
Wat is nodig om cariës te ontwikkelen? :
Tand plaque voeding (suikers/ koolhydraten) tijd cariës
Glazuur:
Opgebouwd uit zogenoemde glazuurprisma’s
Glazuurprisma’s:
Staafvormige structuren
Omringd door interprismatische substantie
Allen gevuld met hydroxielapatiet (Ca5(PO4)3OH(s)
Demineralisatie: het oplossen van het hydroxylapatiet (calcium)
Remineralisatie: hydroxylapatiet is vervangen door fluorapatiet, wat een sterker
ionenrooster heeft
Dentine: minder mineraal dan glazuur, meer organisch materiaal en water. Dentine
gaat sneller in oplossing dan glazuur
Demineralisatie/ remineralisatie in balans is er niks aan de hand. Maar vaker
demineralisatie door teveel zuurmomenten cariës (met holtevorming)
Kritieke pH van glazuur: de pH waarde waarbij het glazuur in oplossing gaat
- pH 5.5 (kritische pH)
- ontkalking dentine pH 6,2
- bij herstel omgevings-pH kan opgelost calcium en fosfaat weer neerslaan op de
minerale kristallen= remineralisatie
Neutrale pH is 7.0, bij het eten van zuren gaat het in daling. Duurt een tijd voor het
weer in balans is
Predilectieplaatsen (voorkeursplaatsen) cariës:
‘’putjes en fissuren’’
Approximale gebieden, direct onder de contactpunten
Cervicaal, zowel vestibulair als linguaal
De klassenindeling volgens G.V. Black (1908)