Medische anamnese 2
Medische anamnese zegt iets over:
Fysiologie (houdt zich bezig met de werking (functie) van de organen)
Pathologie (bestudeert het ontstaan en verloop van ziektes)
Informatie patiënt
Symptomen
Therapie en medicatie
Risico’s
Bijwerkingen
Interactie
Symptoom: een kenmerk of klacht, behorend bij een bepaalde ziekte (hoesten,
koorts, hoofdpijn, spierpijn)
Therapie: genezing van ziekten of verlichting van symptomen. Een specifieke
therapie volgt op de diagnose die gesteld wordt na anamnese en onderzoek
Medicatie: zijn complexe chemische stoffen met een beoogd farmacologisch,
immunologisch of metabolisch effect op het lichaam
Stoffen uit verschillende soorten medicijnen kunnen op elkaar reageren. Het gevolg
kan zijn dat de werking van één of meerdere medicijnsoorten daardoor verstoord
raakt. Middelen die negatief op elkaar reageren kunnen de functie van een
geneesmiddel verminderen, dan wel ontnemen.
Bijwerkingen: ongewenste of onbedoelde effecten die optreden bij een medische
behandeling
Interactie met bijv. alcohol of drugs:
Doxycycline (antibiotica) Alcohol
Fluoxetine (Prozac®) Drugs
Interactie met medicijnen onderling zoals:
Inhalatiemiddelen en bètablokkers
Antidepressiva (fluoxetine) en ontstekingsremmende pijnstilers
Antibiotica (penicilline) en anticonceptiepil
, Voorbeeld van een interactie:
Fenytoïne (epilepsie) met metronidazol (tegen paro). Er ontstaat een reactie:
fenytoïne metronidazolkuur. De dosis van het ‘beïnvloede’ middel aan passen.
In deze situatie moet men afwegen wat de prioriteit heeft. Dit doe je altijd in overleg
met een medische specialist.
Meest voorkomende bijwerkingen van geneesmiddelen zijn:
Maag-darmklachten: misselijkheid, buikpijn, diarree
Hoofdpijn en duizeligheid
Overgevoeligheid en allergie: huiduitslag, zwellingen lippen, tong, keel etc.
Gewenning en verslaving: kalmerende middelen, slaapmiddelen
Bijwerkingen in de mond:
1. Droge mond:
Bloeddrukverlagers (captopril, enalapril, metoprolol)
Anti-parkinsonmiddelen (biperideen, carbidopa, levodopa)
Antidepressiva (fluoxetine)
Kalmeringsmiddelen (alprazolam)
Sterke pijnstillers (tramadol, morfine)
Andere pijnstilers (NSAID’s ibuprofen, diclofenac, naproxen)
2. Candida:
Langdurige gebruik van breedspectrumantibiotica, corticosteroïden (vooral de
inhalatiecorticosteroïden) en immunosuppressiva of cytostatica
3. Halitose of foetor ex ore:
Antidepressiva (clomipramine, lithiumzouten)
Nitraten en Jodium bevattende geneesmiddelen (amiodaron, kaliumjodide)
Vitamine B-preparaten
Diverse andere middelen (dimethysulfoxide, disulfiram, penicillamine, succimer)
4. Gingivahyperplasie:
Anti-epilepticum (fenytoïne)
Immunosuppressivum (ciclosporine)
Calciumantagonisten (amlodipine, felodipine, nifedipine)
5. Tandverkleuringen:
Medische anamnese zegt iets over:
Fysiologie (houdt zich bezig met de werking (functie) van de organen)
Pathologie (bestudeert het ontstaan en verloop van ziektes)
Informatie patiënt
Symptomen
Therapie en medicatie
Risico’s
Bijwerkingen
Interactie
Symptoom: een kenmerk of klacht, behorend bij een bepaalde ziekte (hoesten,
koorts, hoofdpijn, spierpijn)
Therapie: genezing van ziekten of verlichting van symptomen. Een specifieke
therapie volgt op de diagnose die gesteld wordt na anamnese en onderzoek
Medicatie: zijn complexe chemische stoffen met een beoogd farmacologisch,
immunologisch of metabolisch effect op het lichaam
Stoffen uit verschillende soorten medicijnen kunnen op elkaar reageren. Het gevolg
kan zijn dat de werking van één of meerdere medicijnsoorten daardoor verstoord
raakt. Middelen die negatief op elkaar reageren kunnen de functie van een
geneesmiddel verminderen, dan wel ontnemen.
Bijwerkingen: ongewenste of onbedoelde effecten die optreden bij een medische
behandeling
Interactie met bijv. alcohol of drugs:
Doxycycline (antibiotica) Alcohol
Fluoxetine (Prozac®) Drugs
Interactie met medicijnen onderling zoals:
Inhalatiemiddelen en bètablokkers
Antidepressiva (fluoxetine) en ontstekingsremmende pijnstilers
Antibiotica (penicilline) en anticonceptiepil
, Voorbeeld van een interactie:
Fenytoïne (epilepsie) met metronidazol (tegen paro). Er ontstaat een reactie:
fenytoïne metronidazolkuur. De dosis van het ‘beïnvloede’ middel aan passen.
In deze situatie moet men afwegen wat de prioriteit heeft. Dit doe je altijd in overleg
met een medische specialist.
Meest voorkomende bijwerkingen van geneesmiddelen zijn:
Maag-darmklachten: misselijkheid, buikpijn, diarree
Hoofdpijn en duizeligheid
Overgevoeligheid en allergie: huiduitslag, zwellingen lippen, tong, keel etc.
Gewenning en verslaving: kalmerende middelen, slaapmiddelen
Bijwerkingen in de mond:
1. Droge mond:
Bloeddrukverlagers (captopril, enalapril, metoprolol)
Anti-parkinsonmiddelen (biperideen, carbidopa, levodopa)
Antidepressiva (fluoxetine)
Kalmeringsmiddelen (alprazolam)
Sterke pijnstillers (tramadol, morfine)
Andere pijnstilers (NSAID’s ibuprofen, diclofenac, naproxen)
2. Candida:
Langdurige gebruik van breedspectrumantibiotica, corticosteroïden (vooral de
inhalatiecorticosteroïden) en immunosuppressiva of cytostatica
3. Halitose of foetor ex ore:
Antidepressiva (clomipramine, lithiumzouten)
Nitraten en Jodium bevattende geneesmiddelen (amiodaron, kaliumjodide)
Vitamine B-preparaten
Diverse andere middelen (dimethysulfoxide, disulfiram, penicillamine, succimer)
4. Gingivahyperplasie:
Anti-epilepticum (fenytoïne)
Immunosuppressivum (ciclosporine)
Calciumantagonisten (amlodipine, felodipine, nifedipine)
5. Tandverkleuringen: