Inhoudsopgave
Hoorcollege 1: Introductie & online taalgebruik.............................................................................................2
Hoorcollege 2: Online zelf.............................................................................................................................. 5
Hoorcollege 3 Online relaties: vriendschap en dating....................................................................................12
Hoorcollege 4: Online marketing.................................................................................................................. 20
Hoorcollege 5: Online politiek...................................................................................................................... 28
Hoorcollege 6: Online arbeidsmarkt............................................................................................................. 38
,Hoorcollege 1: Introductie & online taalgebruik
Waarom sociale en nieuwe media bestuderen in hun functionele context?
Hoe communicatie plaatsvindt tussen individuen en organisaties is sterk veranderd
en continu in ontwikkeling (m.n. communiceren met groepen stakeholders, zowel
intern als extern). De middelen waarmee organisaties en individuen communiceren
zijn veranderd met de opkomst van het internet.
Uitgebreid medialandschap:
o Internet nieuwe digitale media (hoe nieuw zijn deze?)
o Web 2.0 sociale media (een ontwikkeling waarin het internet een meer
interactief/creatief medium is geworden, waarbij het gaat om content
ontwikkeling en gebruikers die zelf content kunnen uploaden en delen en
ontwikkelen, niet meer alleen informatie vergaren. Deze media hebben alles
veranderd binnen zowel communicatie tussen individuen als tussen bedrijven
en individuen). De focus ligt op dialoog en interactie. Gebruikers kunnen via
sociale media met elkaar de dialoog aangaan en interacteren. Duidelijk
voorbeeld: socialenetwerksites, maar ook privé digitale media zoals
WhatsApp.
o Traditionele, oude media krant, tijdschrift, tv, radio
o “nieuwe” (digitale) en sociale media LinkedIn, Facebook, Instagram,
Twitter, Snapchat, Pinterest
Welke kansen bieden en welke risico’s geven deze nieuwe media en sociale media
voor communicatie?
o Nieuwe media kunnen ook negatieve effecten hebben
Digitalisering digitale cultuur biedt nieuwe kansen en stelt nieuwe eisen aan hoe
we communiceren
Wetenschappelijk onderzoek naar de invloed van sociale en nieuwe media op
communicatie door individuen en organisaties
Kijkje in de keuken van wetenschappelijk onderzoek naar de invloed van digitale
media op communicatie in diverse functionele contexten
Twee onderwerpen:
o 1 sociale en nieuwe media in de persoonlijke context (profiel op
Facebook/Instagram om jezelf te presenteren/vriendschappen onderhouden
via digitale media)
o 2 sociale en nieuwe media in professionele en organisationele context
(marketingcommunicatie/werven via LinkedIn/klagen over een bedrijf via
sociale media)
Stelling 1: wat vind je erger: een gebroken arm of een kapotte smartphone?
Nomofobie een overmatige angst voor het niet continu bereikbaar zijn via een
mobiele telefoon
Stelling 2: Om weer baas over onze eigen data te worden, moeten we met z’n allen van
Facebook naar een nieuw Web 2.0 platform verhuizen.
Thema’s:
Thema 1: online taalgebruik – communicatie via SM&NM in persoonlijke context
, o Hoe communiceren met name jongeren talig gezien met elkaar via nieuwe
media? (Afwijking met ABN)
o Digi-taal (CMC – computer-mediated communciation)
Thema 2: online zelf – communicatie via SM&NM in persoonlijke context
o Hoe presenteren en profileren mensen zichzelf via sociale media?
o Zelfpresentatie en impressie-management, FOMO wordt gestimuleerd door
sociale media
o Verschillende soorten publiek waar je rekening mee moet houden als je jezelf
op een bepaalde manier online presenteert (conflicterende rollen/publieken)
Thema 3: online relaties – communicatie via SM&NM in persoonlijke context
o Wat zijn de functies van virtuele vriendschappen en wat zijn de implicaties
van dating in een online omgeving?
o Virtuele vriendschappen
o Internet daten (invloed op datingsproces)
Sociaal kapitaal
Thema 4: online marketing – communicatie via SM&NM in professionele,
organisationele context
o Hoe presenteren en profileren organisaties zichzelf via sociale media
marketing?
o Merkposts
o Influencers
o Viral gaan (kansen en risico’s)
o eWom (electronic word-of-mouth klanten die online praten over
producten of services van bedrijven)
Thema 5: online politiek - communicatie via SM&NM in professionele,
organisationele context
o Hoe beïnvloeden sociale en nieuwe media de politiek?
o Activisme
o Polarisatie (werken de sociale en nieuwe media het in de hand dat mensen
meer tegenover elkaar komen te staan?)
o Nepnieuws (via sociale media)
o Cyberactivisten
Thema 6: online arbeidsmarkt - communicatie via SM&NM in professionele,
organisationele context
o Wat dragen sociale en nieuwe media bij aan de arbeidsmarkt?
o Profilering
o Werving
o Online personae
Thema 1: online taalgebruik: digi-taal
Verheijen (2017). WhatsApp with social media slang? Youth language use in Dutch written
computer-mediated communication.
Corpusonderzoek (corpus = grote verzameling teksten) grote verzameling van
Nederlandse social mediateksten onderzocht van Nederlandse jongeren.
, Computer-mediated communication (CMC) = alle digitale communicatie via digitale tools
Digi-taal een geschreven taalvariant die vooral door jongeren wordt gebruikt bij
informele communicatie via nieuwe media en wordt gekenmerkt door afwijkingen van de
normen van de standaardtaal op verschillende schrijfniveaus zoals spelling, grammatica en
interpunctie.
Kenmerken:
Orthografie (spelling) textisms (cliché sms-afkortingen), spelfouten (-dt),
typefouten
Typografie symbolen (<3), emoticons (:P)
Syntaxis (grammatica) omissies (weggelaten woorden die minder belangrijk
zijn)
Lexis (woordgebruik) Engelse woorden, tussenwerpsels
Grafisch hyperlinks, foto’s, video’s, geluidsbestanden, emoji (samengesteld uit
144 pixels, zijn plaatjes en geen typografische tekens)
Variatie in computer-mediaded communication
De taal van nieuwe media is divers
Allerlei factoren bepalen in welke mate gebruikers van nieuwe media afwijken van de
standaardtaal:
o Gebruikerskenmerken: leeftijd, geslacht, regio, etnische achtergrond,
bekendheid met afkortingen, persoonlijke voorkeuren (als oudere mensen
juist heel formeel en netjes praten of juist heel veel emoji gebruiken of als
iemand juist heel veel het woord lol gebruikt)
o Situationele factoren: gespreksonderwerp (sociale afstand tot) ontvanger van
het bericht, communicatiedoelen (gesprek met je beste vriendin of gesprek
met je leidinggevende)
o Kenmerken, mogelijkheden en beperkingen van het medium: berichtlimiet,
formaliteit, synchroniciteit (synchroon = communicatie vindt vrijwel
gelijktijdig plaats, je reageert doorgaans snel op het bericht van de ander),
interactiviteit
Orthografie textisms sms-afkortingen/spelfouten/typefouten
Alfabetisme/initialisme eerste letters van het woord (hvj, omg)
Samentrekking letters in het midden van het woord weghalen (bijv. vnv, idd)
Clipping woorden niet afmaken (lache, nie)
Verkortingen alleen eerste deel van het woord (eig, wan)
Fonetische herspelling inkortingen (ff), vervangingen (ofso), verlengingen (okee)
Enkele letter (k)
Alfanumerieke homofoon (suc6)
Visuele herspelling (Juli@n)
Reduplicatie zooo
Accentstilering lama
Overige laterz
Resultaten onderzoek: grote verschillen tussen leeftijdsgroepen (12-17 meer textisms dan
18-23) en soort medium. Jongen die actief zijn op sociale media en veel typen presteren
beter op schooltaken dan jongeren die passief sociale media gebruiken.