H.2 Markt: marktomvang, marktpotentieel en penetratiegraad
2.1 Marktomvang
Marktomvang wordt geschat aan de hand van cijfers die voorhanden zijn. geen exacte cijfers
marktomvang bij benadering.
2.2 Marktpotentieel
Marktpotentieel = geeft het totaal aantal producten aan dat we verwachten te verkopen.
- Alle afnemers die interesse heeft in een bepaald product, waarvan verwacht wordt dat
ze het product ook gaan aanschaffen.
- Een schatting naar de vraag van een product voor een toekomstige periode.
Marktpotentieel = potentiële vraag + effectieve vraag
- Potentiële vraag = personen die het product
nog niet hebben aangeschaft, maar waarvan
wel verwacht wordt dat zij het aanschaffen.
- Effectieve vraag = het aantal personen dat het
product hebben aangeschaft.
2.3 Soorten vraag
Effectieve vraag = initiële vraag + vervangingsvraag + additionele vraag
- Initiële vraag = personen die het product
voor het eerst aanschaffen.
- Vervangingsvraag = personen die een
vervangend exemplaar willen van hetzelfde
product.
- Additionele vraag = personen die nog een
exemplaar willen van hetzelfde product.
2.4 Penetratiegraad (kengetal)
Penetratiegraad = verhouding tussen het werkelijk aantal gebruikers en het potentieel aantal
gebruikers.
Aantal gebruikers
Penetratiegraad = x 100%
Aantal gebruikers + Potentiele gebruikers.
2.5 Marktgroeipercentage
Marktgroeipercentage = de mate waarin een markt groeit of krimpt.
Marktomvang (in # of €) in deze periode (X)
Marktgroei (%) =x 100%
Marktomvang (in # of €) in voorgaande periode (X-1)
- <100% markt krimpt
, - >100% markt groeit.
H.3 Segmentatie
3.1 Segmenten
Segmentatie = de markt opdelen in segmenten.
- Segmenten hebben dezelfde kenmerken.
- B2B en B2C.
Om te bepalen op welk segment de onderneming zich gaat
richten, moet zij bepalen wat de koopmotieven van het
betreffende segment zijn en deze vergelijken de
competenties van de onderneming. (waarom kopen mensen
iets en waar is de onderneming goed in?).
H.4 Distributie
4.1 Distributie
Distributieketen = hierin staan alle schakels die die betrokken zijn om het
product van fabrikant naar eindgebruiker (de consument) te krijgen.
- Wordt weergegeven in een distributiekolom
Direct distributiekanaal = als er rechtstreeks aan de consument geleverd wordt
Indirect distributiekanaal = verkoop via kanalen van derden.
Prestaties van een distributiekanaal:
- Klantbereik (aantal klanten)
- Operationele efficiëntie (kosten van bediening)
- Service kwaliteit (klantbehoud)
4.2 Ongewogen distributie
Ongewogen distributie = in hoeveel procent van de mogelijke verkooppunten jouw product te koop
is.
aantal verkooppunten dat merk voert
OD = aantal verkooppunten dat product voert
- Hoe hoger de uitkomst, hoe beter.
- Zegt niets over de kwaliteit van de winkels (HOEVEEL producten ze verkopen).
4.3 Gewogen distributie
Gewogen distributie = geeft aan hoeveel de winkels, die het bewuste merk voeren, in de
desbetreffende productklasse omzetten in verhouding tot alle verkooppunten.
Omzet van product X bij verkooppunten
GD = Totale vraag naar product X
- Verschil met OD: bij GD wordt de omzet meegewogen.