Allergie = Een allergische reactie is een reactie van het afweersysteem op stoffen
van buiten het lichaam die normaal niét tot een dergelijke reactie leiden.
● Bij een eerste contact met de allergieveroorzaker -> geen reactie
● Na de eerste blootstelling volgt eerst een sensibilisering (activatie
immunoglobuline -> door plasmacellen)
● Pas na een herhaald contact met het allergeen (antigeen maar dan bij
allergie) treedt de eigenlijke allergische reactie op
B-lymfocyten = B lymfocyten vormen zich tijdens de primaire immuunrespons
om tot plasmacellen
• Plasmacellen produceren immunoglobulines (humorale immuniteit)
Immunoglobulines
• Verschillende soorten
• IgA, IgD, IgE, IgG, IgM (bij type I allergie is er een verhoogde waarde IgE in het
bloed).
• Functie: deze eiwitten kunnen zich specifiek binden aan membraan bacterie of
virus, waardoor die daarna eenvoudig door macrofagen worden getraceerd en
vernietigd
, Dus niet alleen micro-organismen zoals bacteriën en virussen kunnen als
antigeen werken.
● Bij een allergie maakt het immuunsysteem antilichamen tegen een
lichaamsvreemde stof (antigeen)
● Bij allergische reactie wordt dit antigeen dus allergeen genoemd
Indeling naar klinisch beeld
● immediate type: direct optredende reactie (type I, alleen hierbij
antihistaminica)
● delayed type: vertraagd optredende reactie (voornamelijk type IV)
Indeling naar mechanisme van de reactie:
1. Type I: IgE-allergie
Immediate of anaphylactoïde
Altijd gekoppeld aan:
- Atopische reactie
- Anafylactische reactie
- Overgevoeligheidsreactie voor chemische stoffen of medicamenten
2. Type II: IgG-antilichaam gemedieerde allergische reactie (cytotoxische reactie)
Cytotoxisch
3. Type III: allergische reactie die zich richt naar een oppervlakte antigeen op
weefsels (immuuncomplex reactie)
Immuuncomplex
4. Type IV: cel gemedieerde allergische reactie
Delayed of laat
Mechanisme allergische reactie type I
● Mechanisme IgE productie: IgE productie ontstaat na contact met het
allergeen
● Het IgE bindt zich aan mestcellen
● Wanneer het allergeen waartegen het IgE is aangemaakt weer het lichaam
binnenkomt, zal het binden aan het mestcelgebonden IgE.
● Deze binding activeert de mestcel tot het
vrijmaken van mediatoren (o.a. histamine)
Na herhaaldelijk contact is er dus te veel IgE aanwezig in
het bloed