Samenvatting hoofdstuk 4
Het veranderingsproces
Verandering is een proces dat verloopt is fasen. Er zijn verschillende indelingen. De indeling van
Lewin roept de vergelijking met ijs op:
1. Unfreezing
2. Moving (=de eigenlijke verandering)
3. Freezing
Ijs is heeft van zichzelf een grote weerstand tegen verandering, door eerst te ontdooien (unfreezing)
kan het een nieuwe vorm aannemen (moving). Wil de nieuwe verandering houdbaar blijven moet het
opnieuw bevriezen (freezing).
Doormiddel van geweld kan de vorm van ijs ook veranderen hierbij weet je alleen niet hoe het eruit
komt.
Zes fasen die bruikbaar zijn voor veranderingen in meerdere gebieden:
1. Bewustwording -> Bewustenwoorden van bijvoorbeeld een probleem, een
wetenschappelijke ontdekking of een nieuw idee: hier ontstaat het begin van motivatie.
2. Belangstelling -> Belangstelling krijgen en oriënteren op het onderwerp. Bijvoorbeeld door
op onderzoek te gaan naar nadere informatie of het bedenken van mogelijke oplossingen.
3. Overwegen -> Het tegen elkaar afwegen van voor- en nadelen van een verandering.
4. Proefnemen -> Het op kleine schaal in eigen situatie (of alleen maar in gedachten)
uitproberen van een oplossing of van een nieuw idee, en vervolgens ervaren hoe anderen
erop reageren. Bij sommigen beslissingen (verhuizen, scheiden, ontslag nemen) is dit
niet/niet goed mogelijk. Hierbij doe je een gedachten experiment ‘hoe zou ik me voelen als ik
ga scheiden’.
5. Toepassen -> het bedachte werkelijk gaan doen of invoeren; pas hier vindt de feitelijke
acceptatie plaats.
6. Gedragsbehoud -> Het gaat om de langere termijnen. De moeite kan groter zijn dan de
opbrengst. Het behoud is afhankelijk van het gunstige effect dat de betrokken persoon van
zijn gedrag ziet.
(Voorbeeld bij de 6 fasen)
Een vertegenwoordiger in ICT- toepassingen kwam terecht op een moderne mesterij. Ze werd
ontvangen tussen varkens en schrok van de omstandigheden waarin de dieren leven. Ze begon zich af
te vragen of het eten van een lapje vlees dat wel waar is (fase 1 bewustwording). Ze verzamelde
informatie over voedingswaarde van soja, bonen, noten en graan. (Fase 2 belangstellingen/
oriëntatie). Ze bedacht zich om vaker vegetarisch te gaan eten, maar wat zouden haar huisgenoten
hiervan vinden? (Fase 3 overweging). Ze nam een vriendin mee naar een vegetarisch restaurant, dit
beviel goed. Een paar dagen later kocht ze een vegetarisch kookboek. (Fase 4 proef nemen).
Het kookboek beviel goed zij en huisgenoten willen vaker vegetarisch koken (fase 5 toepassing).
Deze vrouw eet nu elke week een paar keer vegetarisch (fase 6 gedragsbehoud).
- Wie in bezwaar gaat of een bezwaar noemt denkt over het onderwerp na, dit kan het begin
van een verandering zijn. In dit stadium ga je met de client meedenken en de voor- en
nadelen afwegen. Je negeert het bezwaar niet.
De veranderingen worden ook wel samengevat in: driedeling:
1. Motivatie: Verandering komt sociaal tot stond; effect: inwilliging
2. Oriëntatie: Verandering heeft interpersoonlijk karakter; effect: identificatie
3. Acceptatie (aannemen/opnemen): Verandering is individueel van aard; effect: internalisatie.
Het veranderingsproces
Verandering is een proces dat verloopt is fasen. Er zijn verschillende indelingen. De indeling van
Lewin roept de vergelijking met ijs op:
1. Unfreezing
2. Moving (=de eigenlijke verandering)
3. Freezing
Ijs is heeft van zichzelf een grote weerstand tegen verandering, door eerst te ontdooien (unfreezing)
kan het een nieuwe vorm aannemen (moving). Wil de nieuwe verandering houdbaar blijven moet het
opnieuw bevriezen (freezing).
Doormiddel van geweld kan de vorm van ijs ook veranderen hierbij weet je alleen niet hoe het eruit
komt.
Zes fasen die bruikbaar zijn voor veranderingen in meerdere gebieden:
1. Bewustwording -> Bewustenwoorden van bijvoorbeeld een probleem, een
wetenschappelijke ontdekking of een nieuw idee: hier ontstaat het begin van motivatie.
2. Belangstelling -> Belangstelling krijgen en oriënteren op het onderwerp. Bijvoorbeeld door
op onderzoek te gaan naar nadere informatie of het bedenken van mogelijke oplossingen.
3. Overwegen -> Het tegen elkaar afwegen van voor- en nadelen van een verandering.
4. Proefnemen -> Het op kleine schaal in eigen situatie (of alleen maar in gedachten)
uitproberen van een oplossing of van een nieuw idee, en vervolgens ervaren hoe anderen
erop reageren. Bij sommigen beslissingen (verhuizen, scheiden, ontslag nemen) is dit
niet/niet goed mogelijk. Hierbij doe je een gedachten experiment ‘hoe zou ik me voelen als ik
ga scheiden’.
5. Toepassen -> het bedachte werkelijk gaan doen of invoeren; pas hier vindt de feitelijke
acceptatie plaats.
6. Gedragsbehoud -> Het gaat om de langere termijnen. De moeite kan groter zijn dan de
opbrengst. Het behoud is afhankelijk van het gunstige effect dat de betrokken persoon van
zijn gedrag ziet.
(Voorbeeld bij de 6 fasen)
Een vertegenwoordiger in ICT- toepassingen kwam terecht op een moderne mesterij. Ze werd
ontvangen tussen varkens en schrok van de omstandigheden waarin de dieren leven. Ze begon zich af
te vragen of het eten van een lapje vlees dat wel waar is (fase 1 bewustwording). Ze verzamelde
informatie over voedingswaarde van soja, bonen, noten en graan. (Fase 2 belangstellingen/
oriëntatie). Ze bedacht zich om vaker vegetarisch te gaan eten, maar wat zouden haar huisgenoten
hiervan vinden? (Fase 3 overweging). Ze nam een vriendin mee naar een vegetarisch restaurant, dit
beviel goed. Een paar dagen later kocht ze een vegetarisch kookboek. (Fase 4 proef nemen).
Het kookboek beviel goed zij en huisgenoten willen vaker vegetarisch koken (fase 5 toepassing).
Deze vrouw eet nu elke week een paar keer vegetarisch (fase 6 gedragsbehoud).
- Wie in bezwaar gaat of een bezwaar noemt denkt over het onderwerp na, dit kan het begin
van een verandering zijn. In dit stadium ga je met de client meedenken en de voor- en
nadelen afwegen. Je negeert het bezwaar niet.
De veranderingen worden ook wel samengevat in: driedeling:
1. Motivatie: Verandering komt sociaal tot stond; effect: inwilliging
2. Oriëntatie: Verandering heeft interpersoonlijk karakter; effect: identificatie
3. Acceptatie (aannemen/opnemen): Verandering is individueel van aard; effect: internalisatie.