BODEM EN LANDSCHAP
Kerngewest = Een archipel van hoger gelegen, bewoonbare zandeilanden.
Landbouwtechnieken:
Er werd aanvankelijk geploegd met het eergetouw ( primitieve ploeg )
Keerploeg zorgde voor betere en effectievere onkruidbestrijding en dus een hogere
graanopbrengst.
Ook een belangrijke factor was hoe de mensen de omliggende lagere gebieden ( beekdalen
bijvoorbeeld ) gebruikten voor veeteelt voor mest.
Na het verdwijnen van de natuurlijke bosbegroeiing kon de bodem uitlogen tot de arme laar- en
veldpodselgronden die thans vaak begroeid zijn met heidevelden en dennenplantages.
Armste zandgronden = dunner bebost en gemakkelijker bewerkbaar ==> voorkeur bewoners
Degradatie zorgde voor verplaatsing van Nederzettingen ( In Drenthe van dekzandgronden
naar keileemgronden )
Ook ontstonden er nattere gebieden omdat voor de kapping van loofbossen er door de
bomen water werd vastgehouden. ==> Tevens nog een factor voor de locatie van
nederzettingen.
OPBOUW VAN HET LANDSCHAP
Op hogere stukken was akkerbouw mogelijk.
Omdat zandlandschappen niet bepaald vruchtbaar zijn en er uiteindelijk een toename in de
bevolking was, begonnen mensen gebruik te maken van mest.
o Dit door schapen en runderen.
==> Gemengde bedrijfsvoering.
Graslanden lagen vooral in de beekdalen, hier werd mineraalrijk kwelwater aangevoerd. ( elke winter
overspoelt )
Bossen zorgden voor de aanvoer van hout.
Op de droge heide werden schapen geplaatst.
Soms werd de heide in de brand gestoken om heideplanten opnieuw te laten groeien.
Het mest dat op de heide terecht kwam werd gebruikt voor de akkerbouw.
, Zandlandschap
Enkeerdgronden = Humushoudend dek dat dikker is dan 50 cm.
Soms liggen de hooilanden op verre afstand van de boerderij omdat in hun directe omgeving te
weinig goede graslanden waren.
In grenszones van verschillende landschapstypes, waren de beste mogelijkheden voor een gemengd
bedrijf.
Door bevolkingsdruk ==> Mensen moeten beter omgaan met dierlijke meststoffen omgaan ==>
potstal ( kenmerkend aan een dieper uitgegraven gedeelte waar het vee was als het niet buiten was )
Het mest werd hier verzamelt en er werd een laag plaggen meestal mee vermengd. Hierdoor
werd de urine gebonden.
Het hoopte zich op en uiteindelijk werd het uit de potstal gehaald.
Dikte plaggendek beïnvloed door factoren:
Bodemgebruik ( permanent bouwland heeft meer mest nodig dan tijdelijk bouwland )
De ligging ( hoe dichterbij de boerderij, hoe vaker bemest )
Verschillen in bodemvruchtbaarheid ( vruchtbaar? = minder mest )
Aard materiaal
Per regio verschilt de dikte ook. Dit heeft te maken met de geschiedenis. Dit kwam doordat de
bevolkingsdichtheid in het zuiden eerder hoger was dan andere regio's.
Open ruimte binnen de bebouwde kom essentieel. Hier staat een brink. Hier werd het vee snachts bij
elkaar gebracht en het werd afgesloten.
Brinken namen een centrale plaats in.
HISTORISCHE ONTWIKKELING
PREHISTORIE
Uit onderzoek blijkt dat nederzettingen in de prehistorische tijd zich verplaatsen.
Dit kan een gevolg zijn van de uitputting van de grond.
Het vee werd 's avonds bij elkaar verzameld in veekralen.