Het begrip fysiologie
Fysiologie is de dynamische studie van het leven, waarin de vitale functies van levende
organismen en hun organen, cellen en moleculen beschreven worden. Je kan dus zeggen dat
fysiologie zich bezig houdt met de werking van de stofwisseling en de mechanismen ervan.
Het is verbonden met anatomie, de structuurleer, omdat de levende structuren de functies
uitvoeren.
Er zijn verschillende visies op fysiologie. In de oefenfysiologie (bij bijvoorbeeld fysiotherapie) wordt
de functie van de hele persoon beschreven. Voor veel clinici is fysiologie echter de functie van 1
orgaansysteem (cardiovasculair, respiratoir, gastro-intestinaal). Daarnaast richten sommigen zich
op de cellulaire principes die gelden voor de functie van alle organen en weefsels - dit wordt
algemene/cellulaire/moleculaire fysiologie genoemd.
Naast fysiologie in te delen in verschillende maten van reductionisme kun je ook een tak van
fysiologie beschrijven.
De medische fysiologie neemt een globaal beeld van het menselijk lichaam aan, maar vereist
daarbij dat het een geïntegreerd begrip van moleculaire en cellulaire processen blijft.
De grenzen van fysiologie zijn niet scherp afgebakend. Er zijn met de tijd verschillende disciplines
ontstaan : biochemie, biofysica en neurowetenschappen.
Toch heeft fysiologie unieke eigenschappen, het is namelijk met de tijd mee geëvolueerd van een
kwalitatieve naar een kwantitatieve wetenschap.
Nog steeds zijn de meeste fysiologen toonaangevende chemici, natuurkundige, wiskundigen of
ingenieurs.
Fysiologische genomica
Dit vormt de link tussen het orgaan en het gen.
Genomica is de studie van genomen, waarbij een
genoom een subset van genen is.
Het menselijk lichaam bestaat uit individuele
orgaansystemen die met elkaar moeten samenwerken
door middel van informatie te delen. Binnen een orgaan
zelf wordt er ook informatie gedeeld tussen de cellen,
want alle afzonderlijke cellen moeten samenwerken om
uiteindelijk de functie van het orgaan/weefsel te kunnen
vervullen.
Het delen van informatie tussen organen en cellen vindt
plaats op het niveau van atomen/moleculen. Cell-to-
cell messengers of intracellulaire (binnen de cel)
messengers kunnen zeer simpel zijn, of zeer complex.
Het kan plaatsvinden door moleculen die door de cel
afgegeven worden aan naburige cellen of in de
bloedbaan (op grote afstand) of middels neuronen (via
neurotransmitters).
De meest voorkomende communicatiemethode blijft
echter moleculair.
De organisator van deze communicatiemethodes is het genoom met zijn epigenetische
modifciaties. Fysiologische genomica is een nieuwe tak van fysiologie die is gewijd aan het
begrijpen van de rollen die genen spelen in de fysiologie. Om de functie van een genproduct te
begrijpen moet de fysioloog stappen terugnemen (reductionisme) om een geïntegreerd begrip van
de functie van dat gen op het niveau van cellen, organen en het hele lichaam te bereiken. Dus
zodra er een gen wordt ontdekt, gaat men na wat dat gen betekent in het lichaam.
Sommige fysiologische parameters, zoals bloeddruk, staan onder controle van meerdere genen.
Bepaalde polymorfismen (een veranderde nucleotidecode voor een bepaald gen die bij een groot
1